Werklozen in vaste dienst van arbeidspool

DEN HAAG, 1 feb. - Langdurig werklozen die in een arbeidspool gaan werken, krijgen betere garanties op een vaste baan. Werkgevers, werknemers en overheid zijn het hierover eens geworden. Hiermee hopen zij de 'arbeidspools' aantrekkelijker te maken voor werklozen. De komende vijf jaar moeten zo'n 95.000 langdurig werklozen een plaats in een arbeidspool krijgen. Het kabinet heeft dergelijke pools een centrale plaats gegeven in zijn beleid van sociale vernieuwing en werkloosheidsbestrijding de komende jaren. De pools zetten werklozen die geen gewoon betaald werk kunnen krijgen, in bij eenvoudige laaggeschoolde arbeid. Voor hun betaling wordt voor het grootste deel gebruik gemaakt van uitkeringsgelden. Bij werklozen bestond tot nu toe weinig animo voor deelname aan arbeidspools, omdat hen hiermee geen uitzicht wordt geboden op een vaste baan. Na een baan via een arbeidspool zouden zij weer op hun uitkering aangewezen raken. Werkgevers, werknemers en overheid willen dit bezwaar nu ondervangen door langdurig werklozen een 'vast' dienstverband in de arbeidspool te geven. Vervolgens wordt jaarlijks bekeken of zij naar een gewone betaalde baan kunnen doorstromen. De pools moeten als sluitstuk dienen van het arbeidsvoorzieningsbeleid; werklozen kunnen daar pas geplaatst worden als uit de herorienteringsgesprekken is gebleken dat zij op geen enkele wijze op de gewone arbeidsmarkt een plek zullen kunnen vinden. Om de pools te onderscheiden van bestaande arbeidspools die door werkgevers en werknemers zijn opgericht voor bepaalde beroepen (chauffeurs bijvoorbeeld), spreekt de commissie van 'banenpools'. De verantwoordelijkheid voor de banenpools ligt bij een zelfstandige organisatie, die optreedt als werkgever voor degenen die in de pool werken. De deelnemers aan de pool worden vervolgens aan andere werkgevers tegen een geringe vergoeding uitgeleend. De langdurig werkloze krijgt een vast dienstverband bij de pool, en zal dus niet in de werkloosheid terug kunnen vallen.

De vaste aanstelling betekent niet dat de banenpool een eindstation voor de kansarme werklozen is. De ervaring die zij in de pool opdoen kan hen nieuwe mogelijkheden bieden voor de gewone arbeidsmarkt. De sociale dienst en het arbeidsbureau moeten daarom regelmatig opnieuw bezien of kansen op gewoon werk zijn ontstaan.

De deelnemers in de banenpool krijgen het minimumloon uitbetaald, aangevuld met een reis- en onkostenvergoeding. Het inkomen van de deelnemers wordt gefinancierd uitkeringsgelden, vrijstelling van werkgeverspremies, en een startsubsidie van 5.000 gulden per geplaatste deelnemer. Van werkgevers die van een werknemer uit de pool gebruik maken, wordt een een bijdrage van circa 8.000 gulden per jaar verwacht. Dit levert volgens de berekeningen ruimschoots voldoende op om het minimumloon voor de deelnemers te financieren. Er bestaan nog wel verschillen van mening over wie de eerste verantwoordelijkheid voor de pools zal hebben. De tripartiete commissie stelt voor, de gemeenten en de nieuwe arbeidsvoorzieningsorganisatie gezamenlijk verantwoordelijk voor de pools te maken. De gemeenten hebben er steeds aan vast gehouden dat zij de eerste verantwoordelijkheid voor de pools moeten hebben. Ook over de financiering bestaat nog onenigheid. De gemeenten vinden dat al het beschikbare geld via hun begroting hoort te lopen. De overheid wil het geld verdelen over gemeenten en arbeidsvoorziening, terwijl de sociale partners het geld het liefst in zijn geheel via de begroting van Sociale Zaken of van de nieuwe arbeidsvoorzieningsorganisatie doorsluizen.