Waar authenticiteit en conventie samengaan verliest zelfs Haydn

Voorstelling: l'Infedelta Delusa van J. Haydn door de Vlaamse Opera en La Petite Bande o.l.v. Sigiswald Kuijken. Met: Nancy Argenta, Lena Lootens, Christoph Pregardien, Markus Schafer en Stephen Varcoe. Decor: Dante Ferretti; kostuums: Gabriela Pescucci; regie: Philippe Lanael.

Gezien: 30/1 Koninklijke Vlaamse Opera, Antwerpen. Herhalingen: 1, 3, 4, 6, 9, 11/2. De Vlaamse Opera brengt l'Infedelta Delusa, een vrolijk operaatje dat Haydn in 1773 schreef voor het theater in de tuin van het paleis Esterhaza, het Hongaarse lustoord van zijn baas, Prins Nikolaas 'de prachtlievende'. Sinds een halve eeuw wordt het af en toe weer opgevoerd in de hoop er wat van de kwaliteit van Haydns kamermuziek, symfonieen en oratoria in te ontdekken. Enkele jaren geleden maakten Sigiswald Kuijken en La Petite Bande in de Haarlemse Doopsgezinde kerk de eerste opname van l'Infedelta Delusa met 'authentiek' instrumentarium (Harmonia Mundi RD 9). Dezelfde musici en zangers werken nu mee aan de modische opvoering. Kuijken wil naast het 'authentieke' musiceren ook in de enscenering respect opgebracht zien voor de conventie van twee eeuwen geleden en zegt in het programmaboek in de Franse regisseur Philippe Lanael iemand te hebben gevonden die niet de inhoud 'actualiseert'. Maar Lanael legt zelf uit dat hij ook geen reconstructie van de achttiende-eeuwse opvoeringspraktijk nastreeft, maar na onderzoek van het verleden op zoek is 'naar nieuwe sleutels voor de perceptie en een beter begrip'.

De voorstelling is het treurige bewijs van de diepgang van dit misverstand over het belang van het verleden voor het heden. Want het gegeven van 'De verijdelde ontrouw' - een broer en een zus kunnen als gevolg van klasse-tegenstellingen in de agrarische sector niet trouwen met hun gelieven en doen daar middels een spel van vermommingen wat aan - hoeft niet geactualiseerd te worden om ook vandaag de dag interessant te worden bevonden. En een beter begrip voor de problemen, zoals die destijds werden vertoond aan keizerin, landadel en hereboeren, wordt nu juist niet geboden. Deze buitenkomedie wordt bevolkt door fatterige en manieristische personages. De vader (een oude rijke boer) wordt getypeerd als een kontwiegende overjarige stadse relnicht en de anderen zijn al even ongeloofwaardig met hun voortdurende pirouettes en quasi- elegante standjes. Het lijkt een mislukt barokballet, compleet met nuffige bekketrekkerij en weee moppigheid. De onechtheid straalt eraf en de knulligheid is stuitend. Onnodige scenewisselingen, opgevuld met delen uit vroege Haydn-symfonieen, halen elke vaart uit de voorstelling. Voor Haydn is dat dubbel jammer. Zijn muziek stijgt hier toch al niet uit boven het gemiddelde en wordt wel keurig maar erg braaf uitgevoerd, zonder veel sprankeling en dramatiek. Het lijkt wel of alle clichematige opera-ellende, die in Brussel zojuist met wortel en tak was uitgeroeid in Antwerpen weer mag opbloeien.