Twijnstra Gudde in grote Europese adviesgroep

AMERSFOORT, 1 febr. - Het organisatie-adviesbureau Twijnstra Gudde NV dat eind 1988 van de Amsterdamse beurs verdween, gaat een nauwe samenwerking aan met enkele buitenlandse branchegenoten. Het ligt in de bedoeling dat de adviesbureaus nog voor de zomer een Europese houdstermaatschappij oprichten die via aandelenruil een belang verwerft in elk van de aangesloten bureaus en die dat belang op termijn uitbreidt tot mogelijk 100 procent. Dit heeft directeur ir. B. Bleker van Twijnstra Gudde gisteren desgevraagd meegedeeld.

De adviseurs van de kantoren die meedoen worden op hun beurt aandeelhouder van de Europese houdstermaatschappij. Naast initiatiefnemer Twijnstra Gudde zullen kantoren meedoen uit West-Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italie, Scandinavie en Spanje. Het nieuwe Europese adviesconglomeraat streeft naar een minimale omvang van 1000 adviseurs. Twijnstra Gudde zelf telt 300 medewerkers en maakte in 1988 een omzet van 51,2 miljoen gulden en een winst van 2,4 miljoen. Het initiatief heeft op het eerste gezicht veel weg van The European Independents, een verbintenis van adviesbureaus uit negen Europese landen dat vorig jaar werd opgericht en waaraan het Nederlandse Berenschot deelneemt. Volgens Bleker gaat de Europese samenwerking die Twijnstra Gudde voorstaat evenwel veel verder omdat de adviesbureaus behalve organisatorisch ook financieel aan elkaar geklonken zullen worden 'Het is minder vrijblijvend', aldus Bleker. Twijnstra Gudde was overigens in eerste instantie zelf bijna lid geworden van The European Independents, maar Berenschot bleek uiteindelijk al een voorsprong te hebben. Het bureau is toen, ruim een jaar geleden, zelf maar begonnen met de opzet van een Europees samenwerkingsverband. Twijnstra Gudde werd 26 jaar geleden opgericht, ging in 1973 naar de Amsterdamse Effectenbeurs en werd daar eind 1988 weer afgehaald toen het eigen personeel na een mislukt openbaar bod alle op de beurs uitstaande aandelen geleidelijk had teruggekocht. Door Twijnstra Gudde van de beurs te halen hoopte de directie de motievatie onder de medewerkers te vergroten.

Mr. P. P. de Reuver, senior consultant bij Twijnstra Gudde, denkt niet dat de medewerkers minder gemotiveerd zullen raken als het bureau straks eigendom wordt van genoemde Europese vennootschap, want de medewerkers worden aandeelhouder van de holding, net zo goed als zij nu aandeelhouder zijn van Twijnstra Gudde. Twijnstra Gudde denkt met deze vorm van Europese samenwerking voor het eigen kantoor een snellere groei te kunnen genereren en een beter en internationaler carriere perspectief te kunnen bieden aan de eigen werknemers waardoor Twijnstra Gudde in staat zal blijven talentvolle adviseurs aan te trekken en vast te houden. Directeur Bleker constateert nu al dat adviesbureaus die zich beperken tot de Nederlandse markt, zoals Twijnstra Gudde, minder snel groeien dan concurrerende bureau's die mede tegen de achtergrond van '1992' en de verdere Europese integratie internationale samenwerkingsverbanden zijn aangegaan of die zijn aangesloten bij grote internationale accountantskantoren. Twijnstra Gudde heeft een aantal mogelijkheden overwogen om internationaal te gaan. De optie om door overnames groter te worden (overnemen of zelf overgenomen worden) is al vrij snel afgevallen omdat Twijnstra Gudde uitsluitend op voet van gelijkheid samen wil gaan met andere bureaus en omdat bij overnemingen in het buitenland cultuurverschillen voor de nodige problemen kunnen zorgen.

De optie om op eigen kracht verder te gaan door in het buitenland zelf kantoren te openen is ook afgevallen. Deze variant bleek te duur en te tijdrovend. (Wel opende Twijnstra Gudde vorig jaar eeen kantoor in Brussel, waarmee Belgie en Luxemburg kunnen worden bediend.) Bleef over de variant om samen te werken met reeds bestaande buitenlandse adviseurs. Twijnstra Gudde wilde meer dan een 'vrijblijvend netwerk' van aaneengesloten adviesbureaus, want de ervaring leert dat die netwerken het nooit langer dan enkele jaren volhouden. Twijnstra Gudde wil 'een duidelijk commitment' en kiest daarom voor een Europese houdstermaatschappij en wederzijdse finnaciele vervlechting. Hoe die vervlechting precies gestalte zal gaan krijgen en welke buitenlandse bureaus zullen deelnemen, is nog onderwerp van discussie, aldus Bleker. Bekend is wel dat in ieder geval het Franse kantoor Algoe uit Lyon van de partij zal zijn.