Nieuwe ronde in machtsstrijd tussen christelijke leiders

ROTTERDAM, 1 febr. - Weer is de christelijke enclave in Libanon het toneel van een moorddadige broederkrijg. Bijna een jaar geleden vielen ongeveer 70 doden bij soortgelijke gevechten tussen de legertroepen van generaal Michel Aoun en de grootste christelijke militie, de Libanese Strijdkrachten (Forces Libanaises, FL) van Samir Geagea. De machtsstrijd werd echter niet definitief beslecht, en daarom was het sindsdien slechts de vraag wanneer hij zou worden hervat, niet of dat zou gebeuren. De beter geoefende en meer gedisciplineerde troepen van Aoun sloten indertijd de illegale havens van de militie - die 'fascistische mafia', zoals de generaal haar niet ten onrechte betitelde: de FL was in 1983 verantwoordelijk voor het bloedbad in de Palestijnse kampen Sabra en Shatila.

In West-Beiroet, aan de islamitische zijde, werd Aoun warm geprezen om zijn actie tegen de militie. Maar toen hij, aangemoedigd door dit succes, ook de moslim-milities wilde aanpakken ontketende hij de christelijk-islamitisch/Syrische oorlog die na een tumultueuze fase eind vorig jaar in een soort loopgravenoorlog is verzand. De aanvallen van Syrie en zijn moslim- bondgenoten op Aoun, die in maart van de gelegenheid gebruik maakte om een 'bevrijdingsoorlog' tegen de Syrische bezettingstroepen af te kondigen, bewerkstelligden een verzoening tussen de verschillende christelijke groepen. Dat gebeurt altijd in benarde tijden, wanneer de christenen zich bewust worden van hun isolement als een groep van honderdduizenden temidden van honderden miljoenen. Maar zodra de acute bedreiging verdwijnt, worden de twisten hervat. Ultimatum Het laatste acute gevaar dateert van november, toen de nieuwe Libanese president Elias Hrawi, gekozen op basis van een door Aoun afgewezen Arabisch vredesplan voor Libanon, de opstandige generaal een ultimatum stelde. De generaal moest binnen drie dagen zijn rebellie staken en het presidentieel paleis verlaten, en anders zou hij met geweld worden verwijderd. Heel Beiroet verwachtte een Syrische militaire aanval - het islamitische deel van het leger, dat Hrawi ter beschikking staat, is niet tegen het christelijke deel opgewassen - en in de christelijke gelederen sloten de rijen zich weer. De burgerbevolking stroomde massaal naar het presidentieel paleis, waar Aoun in een zwaar versterkte bunker woont, en vormde een levende buffer rondom de generaal.

Zelfs de FL, die tevoren afstand had genomen van de doelstellingen van de generaal en zelfs de verkiezing van Hrawi, volgens Aoun niet meer dan een marionet van Syrie, had aanvaard, lieten weten in het geval van een aanval naast Aoun te staan. Maar de aanval bleef uit, onder druk van de buitenwereld die een bloedbad vreesde, en de tweespalt in christelijk gebied, met 1.500 km te klein voor twee zelfbewuste machten, groeide weer. Tegelijk voelde Aoun zich in zijn slepende confrontatie met Hrawi en Syrie steeds meer gedwongen zich te manifesteren om niet sluipend in de vergetelheid ten onder te gaan. Als eerste stap bond hij de strijd met de pers aan, nog steeds de minst gebonden pers van het Midden-Oosten, die hij opdracht gaf Hrawi niet langer als president aan te duiden. Hij won. Na een staking van enkele dagen gaven kranten en radio en tv, zelfs die van de FL, zich morrend gewonnen. Afrekening ophanden Twee dagen geleden werd duidelijk dat de lang-verwachte afrekening met de FL ophanden was, toen generaal Aoun de militie opdracht gaf zich te ontwapenen. 'Van nu af aan (..) zijn er geen militaire identiteitskaarten, behalve de identiteitskaarten van het Libanese leger', zei hij tot een groep aanhangers. 'Er zijn geen gewapende elementen buiten het kader van het leger. Ieder die een geweer wil dragen is welkom dat binnen het leger samen met ons te doen.' In principe moeten generaal Aouns 15.000 man deels door de Verenigde Staten opgeleide troepen in staat worden geacht de circa 6.000 leden van de FL te bedwingen. Het staat vast dat de uitkomst met grote spanning wordt afgewacht in West-Beiroet, waar Hrawi zetelt zolang het presidentieel paleis in het oosten niet is ontruimd, en in Damascus, dat zijn troepenmacht in Libanon tot 40.000 man heeft versterkt voor het geval de internationale constellatie alsnog een militaire actie tegen Aoun toestaat.

Als Aoun een overtuigende overwinning zou behalen, staat hij immers weer sterker tegenover Hrawi en de zijnen. Vervelende nederlaag Weer sterker, want de president leed maandag al een vervelende nederlaag toen een vooraanstaande christelijke politicus, Falange-leider George Saadeh, formeel meedeelde geen zitting te nemen in zijn regering. Saadeh, die in het najaar Aouns woede trotseerde door het Arabische vredesplan te aanvaarden en daarom in Parijs woont, had zijn benoeming als minister van post en communicatie indertijd in beraad genomen en geen enkele kabinetszitting bijgewoond. Door zijn formele vertrek beroofde hij het kabinet echter van elke pretentie een nationale regering te zijn, zoals het vredesplan vereist, en holde hij daarmee dat plan - waarvan de uitvoering nooit verder is gekomen dan de verkiezing van een president - nog meer uit. Saadeh gaf als motief voor zijn besluit dat er toch al geen regering van nationale verzoening was (ook de shi'itische leider Nabih Berri is nooit komen opdagen). Maar hij verwees ook naar de financiele en economische sancties tegen Aoun waartoe het kabinet, zonder zijn medeweten, had besloten. De oorlog tussen Hrawi en Aoun wordt nu immers, buiten de internationale schijnwerpers, op financieel-economisch gebied uitgevochten en de huidige strijd in de christelijke enclave heeft daar ook mee te maken. De regering Hrawi heeft in december als eerste stap alle douanerechten in de havens onder haar controle opgeschort om vervoerders te lokken die anders christelijke havens zouden aandoen.

Voorts heeft zij de gouverneur van de Centrale Bank verboden nog geld voor salarissen over te maken naar christelijk gebied. De laatste heeft vanachter de zandzakken die hem beschermen tegen beschietingen door boze klanten, meegedeeld dat hij 'tegen niemand een financiele blokkade instelt', maar dat het geld helaas inderdaad Aoun niet meer bereikt 'wegens een politie-affaire die niet onder hem ressorteert'.

Aoun heeft de leiders van deze economische guerrilla als misdadigers betiteld, en zelf de watertoevoer naar West-Beiroet afgesneden en de stroomleveranties beperkt. 'Laat degene die deze oorlog begon daar de consequenties van dragen en naar de hel lopen', zo maakte hij maandag zijn bedoelingen duidelijk. Eerder had hij al het Casino, een belangrijke bron van inkomsten, aan de controle van de FL onttrokken. Om haar militie en andere uitgaven te bekostigen, legt de FL de bevolking voorts belastingen op, die Aoun nu goed kan gebruiken. Ontmanteling van de militie komt de generaal dus ook financieel goed uit.

    • Carolien Roelants