Kok wil beursbelasting per 1 juli afschaffe

AMSTERDAM, 1 febr. - Minister Kok van financien wil de beursbelasting per 1 juli van dit jaar afschaffen. Dat werd gisteren tijdens de behandeling van de begroting bekendgemaakt. Ter dekking van 97 miljoen gulden die de Staat hierdoor mist wil de minister de provisie afschaffen die wordt vergoed aan banken en commissionairs bij de uitgifte van een nieuwe staatslening. In kringen van beurshandelaren en beleggers is positief gereageerd op de afschaffing van de beursbelasting. Op het afschaffen van de provisie op staatsleningen wordt echter verdeeld gereageerd. In financiele kringen wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat het wegvallen van de provisie voor een deel zal worden gecompenseerd met een hogere rente die op staatsleningen wordt vergoed. Op deze wijze zou de staat een deel van het wegvallen van de beursbelasting indirect voor eigen rekening nemen. De vergoedingen aan banken en commissionairs voor het op de markt brengen van een nieuwe staatslening bedroeg het afgelopen jaar ongeveer 100 miljoen gulden, 3 promille van het in totaal geleende bedrag. Het grootste deel van deze provisie wordt opgeeist door de institutionele beleggers (verzekeraars en pensioenfondsen) die ongeveer 80 procent van de staatsleningen voor hun rekening nemen.

Bij het wegvallen van de provisie zou het rendement voor de institutionele beleggers dalen. Om dit te compenseren is het mogelijk dat de rentevergoeding op staatsobligaties fractioneel zal stijgen. Voor het plaatsen van staatsleningen bij particuliere beleggers konden de banken en commissionairs de provisie tot nu toe zelf behouden. 'Dat valt nu weg, terwijl we ons hele retail-net moeten gebruiken. De kosten daarvan zullen we toch moeten doorberekenen, ' aldus een bankier. Hoewel de grote banken dit niet met zoveel woorden bevestigen, wordt op dit moment bekeken in hoeverre het gemis van deze provisie alsnog bij de particuliere klant in rekening wordt gebracht.

Op het afschaffen van de belasting (1,2 promille van de effectentransactie met een maximum van 1.200 gulden) wordt al jarenlang aangedrongen de Amsterdamse effectenbeurs. Deze kreeg vorig jaar een medestander in de initiatiefgroep 'Amsterdam internationaal financieel centrum'.

Het afschaffen van de beursbelasting, dat in de Tweede Kamer op een brede steun kan rekenen, moet Amsterdam weer aantrekkelijk maken voor een deel van de handel die nu via het goedkopere Londen loopt. Veel Nederlandse institutionele beleggers laten nu hun effectentransacties over Londen lopen om zo de beursbelasting te ontwijken.

In brede kring is dan ook enthousiast gereageerd op het afschaffen van de belasting. De beurs verwacht dat Amsterdam een belangrijk deel van het verloren gegane handelsvolume van Londen zal terugwinnen en dat daardoor de handel een belangrijke impuls zal krijgen. 'Deze maatregel werkt kostenverlagend voor het beleggen in effecten en is als zodanig in het belang van Amsterdam als financieel centrum in de internationale concurrentie, en in het bijzonder van de particuliere belegger in ons land', aldus de beurs.

Op de beursvloer toont men zich eveneens tevreden met het afschaffen van de beursbelasting. Of de positie van de beurs inderdaad sterk zal verbeteren moet echter nog even worden afgewacht, zo is de reactie.

'Het is goed dat het gebeurt. Ik hoop dat wat het beursbestuur gelooft ook inderdaad zal gebeuren', aldus een handelaar. R. A. E. de Haze Winkelman, directeur van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) verwacht dat de particuliere belegger van de maatregelen zal profiteren. 'De afschaffing valt samen met het vrijgeven van de vaste provisies. Dat betekent dat de tarieven op veel transacties omlaag kunnen', aldus De Haze Winkelman. Volgens de directeur van de VEB is er vanaf transacties van 10.000 gulden en meer ruimte voor een verlaging van de tarieven.

'Daaronder wordt het moeilijk', aldus De Haze Winkelman. Volgens hem is het nog te vroeg om te zien of particuliere beleggers hogere tarieven doorberekend krijgen bij het inschrijven op staatsleningen.

In dat geval zouden staatsleningen minder aantrekkelijk worden. 'Maar het is theoretisch denkbaar dat ter compensatie de rentevergoeding fractioneel stijgt', aldus De Haze Winkelman.