Index-leningen weer bespreekbaar; Discussie over alternatievstaatsleningen krijgt nieuwe impuls

DEN HAAG, 1 febr. - Het Tweede-Kamerlid De Grave (VVD) mocht gisteren niet klagen tijdens het debat over de begroting van financien.

Hij zag zijn voorstel om de beursbelasting af te schaffen door minister Kok gehonoreerd. Vervolgens kon de liberale parlementarier tevreden constateren dat zijn idee van geindexeerde staatsleningen geen voortijdige dood stierf. Het eerste was niet zo'n verrassing. Dat minister Kok het voorstel over indexleningen niet torpedeerde, mag gerust een doorbraak heten. Het zal de gemoederen op de financiele markten wel even bezighouden. Geindexeerde leningen kunnen de schatkist honderden miljoenen aan rente besparen.

De discussie, die in 1981 werd aangezwengeld door de Rotterdamse econoom Bomhoff, krijgt nu een forse impuls. Financien heeft zich altijd een fel tegenstander getoond van staatsleningen waarvan de hoofdsom jaarlijks voor de inflatie wordt aangepast. De Nederlandsche Bank heeft deze nieuwlichterij al evenzeer van de hand gewezen. 'Het gaat er niet om hier het laatste woord te spreken. Dat is allerminst mijn bedoeling', zei Kok. De staat is een eerste klas debiteur en het is volgens de bewindsman daarom 'niet al te gemakkelijk' om te experimenteren. Kok suggereerde tegelijkertijd er in de eerstvolgende begroting 'of misschien ook wel eerder' aandacht aan te besteden. Dat klonk heel anders dan het categorisch neen van voorganger Ruding. De Grave had zijn voorstel goed getimed. De rente op de jongste staatslening bedroeg al 8,25% na een eerdere lening voor 7,75%. Kok becijferde de extra rente-uitgaven (in 1991) voor deze leningen op 90 miljoen gulden. Bij de huidige inflatieverwachting van 2 a 2,5% in 1990 komt de reele rente op zo'n 6%. In de meerjarenramingen voor 1991-1994 gaat het kabinet nog uit van een reele rente van 4,25% (nominaal 6% bij een inflatie van 1,75%). Kapitaalverschaffers die hun geld voor langere tijd uitlenen, willen zeker zijn dat ze ook over enkele jaren nog een behoorlijk rendement op hun belegging verdienen.

Daarom eisen zij bovenop het gewenste reele rendement een risico-opslag van 1,5 a 2%. Als de inflatieverwachting toeneemt, neemt ook de risico-opslag toe. Bij indexleningen is een dergelijke risico-opslag niet nodig, omdat de hoofdsom van de lening periodiek aan de inflatie wordt aangepast. En hierin zit dan ook de besparing voor de schatkist. Onder de huidige omstandigheden zou kunnen worden volstaan met een reele rente van 3,5 procent (de couponrente op de meest recente Britse indexlening) plus een inflatievergoeding van 2,25 procent. De feitelijke rente voor de indexlening komt hiermee op 5,75%. Een besparing dus van 2,5% ten opzichte van de 8,25% op de jongste staatslening. De huidige finanieringsbehoefte van de staat bedraagt 40 miljard gulden. Als een kwart hiervan met indexleningen zou worden gefinancierd, levert dit dus een rentebesparing op van 250 miljoen gulden in een jaar. Het belangrijkste argument van Financien tegen geindexeerde leningen was steeds dat deze net als geindexeerde lonen de weerstand tegen inflatie verzwakken. Bovendien zou de uitgifte van dergelijke leningen het internationale vertrouwen in Nederland kunnen aantasten. Dit laatste is ingegeven door het feit dat 'financiele bananenrepublieken' als Brazilie en Israel noodgedwongen geindexeerde leningen uitgeven, omdat zij anders geen kapitaal kunnen aantrekken. Het Verenigd Koninkrijk kent echter evenzeer indexleningen. Het land begon ermee in 1982 ten tijde van de Falklandoorlog, toen de financiele onzekerheid toenam. In 1986 bestond reeds negen procent van de Britse staatsschuld uit geindexeerde leningen en van enig internationaal wantrouwen is nog weinig gebleken. Institutionele beleggers, die zelf veel in staatsschuld investeren, weerleggen het argument dat de staat zou capituleren voor inflatie.

Indexering van de staatsschuld ontmoedigt volgens hen juist het voeren van een inflatoir beleid. Immers, de hoofdsom van de uitstaande staatslening moet jaarlijks aan de inflatie worden aangepast. Minister Kok blijkt dit argument nu te onderschrijven. 'Je kunt natuurlijk zeggen dat je juist als je indexleningen afsluit, er ook extra belang bij hebt om een sterke rem op de inflatie te zetten', zei hij gisteren. En wat als de inflatie uit de hand loopt? Kok wees op dit risico. De Grave gaf echter aan dat het hiermee wel meevalt.

Immers ook de belastinginkomsten stijgen mee met de inflatie.

Bovendien kan het aandeel van de indexleningen beperkt blijven. Hoe zit het met de belangstelling voor geindexeerde staatsleningen? Juist uit de wereld van de institutionele beleggers, die veelal geindexeerde verplichtingen hebben, zijn al positieve geluiden gehoord. Zij kunnen met het beleggen in dergelijke staatsschuld immers zonder problemen welvaartsvaste pensioenen garanderen. Met de komende Brede Herwaardering, die het opbouwen van premiereserves tegen inflatierisico's bemoeilijkt, is dat voor hen een aantrekkelijk vooruitzicht. Misschien kan komend najaar al met een indexlening worden geexperimenteerd. De Grave pleitte hiervoor. De staat heeft dan al het grootste deel van zijn financieringsbehoefte gedekt, zodat de risico's beperkt zijn. Bovendien kan de dan altijd stille obligatiemarkt wel een impuls gebruiken. Minister Kok toonde zich gisteren nog wat huiverig voor een experiment. 'Maar misschien ben ik de dupe van een gebrek aan geestelijke snelheid'.

Het enthousiasme van de markt en de financiele verlokkingen voor de schatkist zouden hem wel eens over de streep kunnen trekken.

    • Hans Buddingh' (Nieuwsanalyse