De nieuwe perspectieven van Aleksandr Sokoerov

ROTTERDAM, 1 febr. - Volgens de Russische filmcriticus Andrei Plachov neemt het bioscoopbezoek in de Sovjet-Unie nu snel af, omdat de televisie de spannendste programma's brengt. 'Een live-uitzending van het Partijcongres is als een western, waarbij de uitslag van de shoot- out - blijft Gorbatsjov sheriff of wordt hij neergeschoten door Jeltsin of Ligatsjov? - bepalend is voor de persoonlijke toekomst van iedere kijker.'

Tijdens een discussie gisteren in op het negentiende Filmfestival Rotterdam maakte Plachov de vergelijking met Spanje, waar in de laatste jaren van Franco een interessante, allegorische cinema de censuur trachtte te ontwijken. Toen de vrijheid eenmaal bevochten was, zakte de kwaliteit van de Spaanse film snel weer in naar een gemiddeld peil.

Plachovs collega Irina Roebanova voegt daar aan toe dat in de jaren zestig de Sovjetcineasten van de 'dooi', de sjestisjedatniki, een groot enthousiasme ten toon spreidden: ze hoopten de idealen van de jaren twintig weer nieuw leven in te blazen. De huidige generatie filmers trekt zelfs Lenins opvattingen in twijfel en is minder uitbundig van aard. Roebanova noemt als gemeenschappelijke noemer hun agressiviteit, op verschillende niveaus. Voor Roebanova zijn de belangrijkste Sovjet-cineasten op dit moment Kira Moeratova, een generatiegenote van Tarkovski, en de Georgier Otar Josseliani, die voornamelijk in het buitenland werkt en wiens Afrikaanse sprookje Et la lumiere fut ook in Rotterdam te zien is.

Moeratova's laatste film Astenia Syndrom (Ziektebeeld) is onlangs door de censuur verboden, zogenaam wegens ruw taalgebruik maar vermoedelijk eerder omdat er een vernietigend beeld in wordt geschilderd van de politieke, morele en economische crisis van dit moment. Volgens Plachov ligt bij deze film de grens van wat de censuur nu toestaat, zoals in de jaren zestig Zastava Iljitsja van Marlen Choetsiev, met zijn radicaal neo-realistische visie op het dagelijks leven, als eerste op een nieuwe limiet stuitte.

Moeratova's film wordt nu niet vertoond in de Sovjet-Unie, maar kon wel aan het buitenland worden verkocht en is mogelijk over enkele weken in Berlijn te zien. Bij haar opsomming van belangrijke Sovjet-filmers van dit moment sloeg Irina Roebanova hardop Aleksandr Sokoerov over. Het bewijst dat Sokoerov (38) ook in eigen land als een volstrekt buitenbeentje wordt beschouwd, al heeft hij nu wel de mogelijkheid zijn films te vertonen. Hoe geworteld Sokoerovs werk ook is in religieuze en mystieke Russische tradities, hij bestormt esthetische barricaden die hem in elk land tot een paria zouden maken. Toch bewijst Sokoerov in Rotterdam de belangrijkste vernieuwer van de filmkunst op dit moment te zijn. Na de al in Nederland vertoonde fantastische en verwarrende film Dagen van duisternis (Dni zatmenia), voltooide hij nu een drie uur durend werkstuk, dat even veel twijfel, opschudding, ergernis en blinde bewondering zaait als destijds Antonioni's L'avventura, Bunuels Un chien andalou en Godards A bout de souffle. Internationaal staat Sokoerovs bewerking van Flauberts beroemdste roman gewoon bekend als Madame Bovary, maar Sokoerov staat er zelf op de film bij de originele titel te noemen: Spasi i sochrani ('Behoed en red', een bekend gebed in de Russisch-orthodoxe kerk, dat gelovigen soms als sieraad om hun nek dragen of zelfs op hun lichaam laten tatoeeren). De reclameslogan 'Een film zoals U er nog nooit een gezien heeft', zou op Spasi i sochrani volledig van toepassing zijn. Sokoerovs extreme moralisme en beroep op traditioneel-religieuze waarden koppelt hij aan een bijna avantgardistische vormgeving en een voor Russische begrippen (maar ook voor de onze) zeer openhartige, bijna onappetijtelijk vormgegeven seksualiteit.

De Franse niet-professionele actrice Cecile Zervoedaki is als Madame Bovary meer naakt dan aangekleed, maar haar honger naar even lelijk gefilmde mannenlijven drukt meer wanhoop uit dan lust. Hoewel de handeling van de roman grotendeels wordt gevolgd, staat de film zeer ver van de negentiende eeuwse romantiek. Sokoerov liet een soort Normandisch dorpje nabouwen in een Kaukasische kloof. Met alle bestaande filmwetten drijft Sokoerov de spot, zoals de lengte van scenes, de eenheid van beeld en geluid, het gebruik van muziek als illustratie, alles wordt op de kop gezet. Op zeker moment klopt zelfs het perspectief niet meer: we zien een van verre opgenomen totaalbeeld van het dorpje, met wat wandelend vee op de achtergrond. Dan komt Zervoedaki hoog boven de daken uittorenend langslopen, en denken we naar een maquette te kijken. Maar de immer voorthobbelende koeien logenstraffen die indruk: het perspectief is gewoon niet logisch meer. Zo'n opvatting van wat je met film doen kunt wekt even veel irritatie en verbazing als destijds de eerste uitingen van kubisme en surrealisme in de beeldende kunst. Het is nog te vroeg om vast te stellen of de invloed van Sokoerov op de filmkunst even beslissend en dramatisch zal blijken. Voor mij staat in ieder geval vast dat hij nu al aardig het niveau begint te benaderen van zijn leermeester Andrei Tarkovski, op wie Sokoerov ook uiterlijk sterk lijkt. De verbijsterende 'sokoerovismen' zijn talrijker dan hier aan de orde gesteld kan worden, en zijn nu al meer omstreden dan de stijl van Tarkovski ooit geweest is.