AVR vrijuit: geen kater bij Justitie

ROTTERDAM, 1 febr. - Hoe is het mogelijk dat milieu-inspecteurs 'ernstige tekortkomingen' in de behandeling van chemisch afval door de Afvalverwerking Rijnmond (AVR) vaststellen, terwijl het openbaar ministerie geen aanleiding ziet tegen het bedrijf op te treden ? 'Voor een strafrechtelijk optreden moet je met keiharde bewijzen komen. De gegevens die ze kregen aangereikt waren of onvoldoende hard of bleken geen strafwaardige achtergrond te hebben', zegt de Rotterdamse officier van justitie mevrouw mr. H. W. Samson-Geerlings.

Een speciaal team is onder leiding van milieu-officier Samson vijf maanden bezig geweest met een justitieel onderzoek. Deze week liet het openbaar ministerie weten af te zien van strafvervolging van de AVR. De 'vermoedens van strafbare feiten' bleken niet meer dan zeepbellen. 'Er is niet lichtvaardig tot het opsporingsonderzoek besloten. Het is goed dat de vermoedens zijn uitgezocht. De verdienste is dat nu is gebleken dat er uit strafrechtelijk oogpunt niets relevants op de handelwijze van de AVR is aan te merken', zegt Samson. Zij benadrukt dat het resultaat van het opsporingsonderzoek niet betekent dat de AVR vrijuit gaat in de dioxinenzaak. In zuivelprodukten van boeren in het Lickebaertgebied benedenwinds van de AVR werden vorig jaar te hoge concentraties schadelijke dioxinen aangetroffen. In civiele procedures hebben de Staat en 34 boeren de AVR aansprakelijk gesteld voor de schade die daardoor wordt geleden. De vraag of de AVR schuldig is aan de dioxinenvervuiling maakte geen deel uit van het justitiele onderzoek. Het opsporingsonderzoek heeft volgens de milieu-officier opnieuw aangetoond dat een effectieve controle op de naleving van bestaande voorschriften uit milieuvergunningen vaak niet mogelijk is. Zo geldt voor de uitstoot van schadelijke stoffen meestal een maximum per etmaal of per jaar. 'Stel dat bij controle het vermoeden rijst dat er teveel wordt geloosd, hoe moet ik dat dan bewijzen ? Door permanent een helikopter met veel meetapparatuur boven dat bedrijf rond te laten cirkelen ? Dat kan toch niet en wordt ook veel te duur. Volsta ik daarentegen met een steekproef en vind ik een te hoge dosis dan zal het verweer van het bedrijf altijd zijn dat men op dat moment net met een lozing bezig was, maar dat men over het hele etmaal of het hele jaar gemeten onder het toegestane maximum is gebleven.'

Een doelmatige handhaving van milieuregels zou volgens Samson dan ook zeer gediend zijn met vergunningen waarin staat dat er op elk willekeurig moment nooit meer dan een bepaalde hoeveelheid van een bepaalde stof mag worden geloosd. Een andere handicap voor het opsporingsonderzoek vormde volgens Samson 'de gegroeide uitvoeringspraktijk' waarin soms wordt gedoogd dat de milieuregels worden versoepeld, omdat stipte naleving onbegonnen werk blijkt. 'De regels schrijven voor dat de levering van afval van AVR aan AVR Chemie op een bepaalde manier wordt geadministreerd. Dat bleek in de praktijk niet uitvoerbaar. De vergunningverlener had daar begrip voor en stemde ermee in dat de rapportage anders geschiedde. Als je zoiets constateert, kun je zeggen: strikt genomen is er sprake van een strafbaar feit, maar dan sta je toch vrij wankel. In zo'n geval kunnen bedrijf en vergunningverlener beter een nieuw voorschrift maken waarmee ze allebei uit de voeten kunnen.' Aanleiding voor het justitiele onderzoek vormde het 'diepgaand onderzoek naar handelingen met afvalstoffen' bij AVR en AVR Chemie dat vorig jaar werd uitgevoerd door de Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond (DCMR) en de Hoofdinspectie voor de milieuhygiene. Zij hadden de AVR uitgekozen omdat dit bedrijf voor chemische afvalstoffen fungeert als nationaal eindstation. 'Door dit landelijke karakter mag dan ook een groot uitstralingseffect verwacht worden', aldus hun rapport. Belangrijk onderdeel van de intensieve controle richtte zich op de naleving van de milieuvergunningen (Afvalstoffenwet en Wet chemische afvalstoffen). In de acceptatie en verwerking van chemische afvalstoffen werden 'ernstige tekortkomingen' vastgesteld.

Chemisch afval bleek in strijd met de voorschriften zonder analyse te worden verbrand in huisvuilovens. Een reeks nalatigheden is tijdens het justitiele onderzoek tegen het licht gehouden. Een van de zwaarste verdenkingen had betrekking op de verbranding van chemisch afval met te hoge concentraties PCB's in de huisvuilovens. Maar in het opsporingsonderzoek bleek dit te berusten op een blunder van het laboratorium dat was ingeschakeld voor de monsteranalyse. De andere 'tekortkomingen' rechtvaardigden volgens Samson evenmin strafvervolging. 'Er zijn uiteindelijk twee niet al te zware overtredingen van de Wet chemische afvalstoffen overgebleven. Beide liggen op het administratieve vlak en zijn in milieuhygienisch opzicht van ondergeschikt belang. Ze worden nog nader onderzocht. Van de uitkomst hangt af of ze aan de rechter worden voorgelegd of niet.'

Dat het onderzoek met een sisser is afgelopen heeft het openbaar ministerie geen kater bezorgd, zegt Samson. 'Het is vaker zo dat in milieuzaken het zwaartepunt wordt gelegd op bestuurlijk overleg. Om toekomstige schade aan het milieu te voorkomen kan dat een vruchtbaarder aanpak zijn dan strafvervolging.'