80.000 man extra

ER WORDEN NOG steeds wenkbrauwen opgetrokken over de vermetelheid van kleine landen om voor de ontwapeningsfanfare uit te dansen. De gewekte gramschap wordt weliswaar beleefd omfloerst, maar toch. Waarom beginnen die Nederlanders over een uitdunning van hun troepencontingent in de Bondsrepubliek terwijl in Wenen wordt onderhandeld, zo valt te horen. Het antwoord zou kunnen zijn: om dezelfde reden waarom president Bush in zijn boodschap aan het Congres over de State of the Union heeft aangekondigd dat hij uit Midden-Europa tachtigduizend man extra zal terugtrekken zodra de Russen van hun kant eenzelfde gebaar maken. De president heeft andere bestemmingen voor het eventueel uit te sparen geld, met de Nederlandse regering is het niet anders gesteld.

En hoewel de Amerikaanse offerte niet als een verrassing kwam, was zij evenmin als het voornemen van minister Ter Beek de vrucht van bondgenootschappelijke afspraken. Tot zover de coordinatie binnen de NAVO. OVERIGENS BLIJFT de Amerikaanse president vermoedelijk een flinke stap achter bij de door hem aangesprokene, de Sovjet-Unie. Naar verluidt heeft hij Gorbatsjov vlak voor zijn rede op de hoogte gesteld en hem een positieve reactie ontlokt. Maar van de Sovjets is bekend dat zij veel verder willen gaan: een volledige ontmanteling in Europa van alle buiten de eigen landsgrenzen gestationeerde strijdkrachten is hun doel. Volgens minister Van den Broek heeft Bush met zijn jongste voorstel de ondergrens aangegeven van de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa. De bewindsman sprak van een noodzakelijk minimum. Dat zou betekenen dat er drie alternatieven overblijven: 1) het opgeven van de geldende strategie met als consequentie de noodzaak van het formuleren van een nieuw veiligheidsconcept, wat dat ook moge zijn; 2) er op hopen dat Gorbatsjov uiteindelijk toch aan een voortzetting van de status quo op een lager niveau zal willen meewerken; 3) het diplomatieke initiatief volledig aan de Sovjet-Unie laten en afwachten wat de Duitse reactie op een dergelijke ontwikkeling zal zijn. Het Europese revolutiejaar 1989 heeft de verbeeldingskracht in dat wat we ooit het vrije Westen noemden nog slechts matig geprikkeld. Na aanvankelijke euforie en zelfgenoegzaamheid - 'Wij hebben de koude oorlog gewonnen' - is een staat van geestelijke verlamming ingetreden. Met de nieuwe toestand weten we eigenlijk geen raad en nostalgie naar oude maar verloren zekerheden steekt de kop op. Het resultaat is dat we maar wat voortmodderen, met een basis sluiten hier en een paar divisies ontbinden daar, met vage uitspraken over andere taken en nog vagere noties over nieuwe concepten. Tegenspeler Gorbatsjov heeft zijn verbrande turf steeds weer in diplomatieke diamant weten om te toveren. Het Westen laat zijn scheppingskracht en fantasie onbenut. Het is een fascinerend verschijnsel.