Roemeense weeshuizen: aan knuffelen komen we niet to

BOEKAREST, 17 jan. - De stank neemt toe naarmate de slaapzalen dichterbij komen. 'Hier ligt een groep van nul tot een jaar', zegt kinderarts Nicoleta Bobe en ze opent een deur. De melange van poep en ammoniak snijdt de adem af.

De kinderen van Tehuis No. 5, in een verre buitenwijk van Boekarest, doen hun middagslaapje. In drie aaneengesloten rijen van acht bedjes, verveloos en met gaas aan weerszijden, als konijntjes in een dierenwinkel waar het moeilijk kiezen is. Ze ademen in exact hetzelfde ritme, sommigen rochelen.

De bevolkingspolitiek van Nicolae Ceausescu was overzichtelijk: voorbehoedsmiddelen waren verboden en abortus was pas toegestaan na de produktie van vijf levende kinderen of op de leeftijd van 45 jaar en ouder. Een gevolg: 25.000 kinderen verblijven in tientallen kindertehuizen in Roemenie, verlaten door hun ouders, veelal door hun ongehuwde moeders. Onder de hardnekkige geruchten die in Roemenie sinds de revolutie de ronde doen, is ook het verhaal dat Ceausescu jongetjes uit deze tehuizen liet halen om ze te laten opvoeden tot gehersenspoelde leden van zijn veiligheidstroepen. Autoriteiten hebben vragen hierover nog niet kunnen of willen beantwoorden. 'We kunnen de kinderen hier in leven houden, meer niet', zegt kinderarts Nicoleta Bobe van Tehuis No. 5. 'Op driejarige leeftijd hebben ze een lichamelijke en geestelijke ontwikkelingsachterstand van een jaar.' In het huis (een van de zeven in Boekarest) liggen de ruim 200 kinderen gesorteerd naar leeftijd en naar ziekte. Een zaal vol twee- en driejarigen is bezig wakker te worden.

Sommigen lachen, een enkele danstin zijn natgeplaste bedje, de meesten zitten met een lege blik voor zichuit te kijken. De zaal met geelzucht-kinderen slaapt nog, onrustig. 'Eten krijgen ze genoeg, maar de kwaliteit is slecht', zegt kinderarts Bobe. 'We geven ze extra vitamine A, B en C, meer hebben we niet. Medicijnen tegen geelzucht hebben we niet, een kind met een nieraandoening kunnen we niet helpen.' Het hele Tehuis No. 5 staat vol met gele speelgoedeendjes. Het is het enige speelgoed, verder hebben de kinderen niets. Elke groep van omstreeks twintig kinderen heeft een verzorgster voor de dag, een voor de avond en een voor de nacht. De kinderarts: 'Voor knuffelen en met hen spelen is geen tijd. Uit bed, verschonen, eten geven, naar bed, dat is het levensritme'. Enkele dagen na de revolutie mochten zo'n 130 kinderen Roemenie verlaten voor adoptie in Italie, Frankrijk en Belgie. 'Het heeft de indruk gewekt dat Roemenie opeens massa's kinderen ter adoptie aanbood. Die indruk is volstrekt onjuist', zegt directeur dr. Z. Hendriks van de Nederlandse adoptie-organisatie Wereldkinderen.

Hendriks was tot vandaag een week in Boekarest om de adoptiemogelijkheden te onderzoeken. Zijn conclusie: 'die mogelijkhedenzijn vooralsnog afwezig. De kinderen die eind vorig jaar naar het buitenland mochten vertrekken, waren oude gevallen. Ze waren in principeal aan adoptie-ouders toegewezen, maar om allerlei bureaucratische redenen werden ze niet vrijgegeven. Het nieuwe bewind vond dat onmenselijk en heeft ze laten gaan'. Hendriks ziet weinig kansen voor buitenlandse adoptie omdat de vraag naar adoptiekinderen in Roemenie zelf zeer groot is. Tot nu toe was binnenlandse adoptie verboden. Een probleem daarbij is dat veruit de meeste ouders formeel geen afstand hebben gedaan van de kinderen. Vaak worden ze weer uit het tehuis gehaald als ze uit de baby- en peutertijd zijn.

In Tehuis No. 5 stond gisteravond een man op de stoep die 'een kind kwam halen'.

Hij is 35 jaar, vertelt hij, zijn vrouw ook. Twee miskramen heeft ze gehad; ze kan geen kinderen krijgen. 'De revolutie heeft alles veranderd', zegt de man en hij frummelt aan zijn bontmuts. 'Ik wil een kind meenemen'.

'Komt u over een maand terug', zegt kinderarts Bobe. 'Misschien zijn de regels over een maand veranderd'.

Als de man vertrokken is, vult ze aan: 'Per dag krijgen we twintig, dertig van ditsoort verzoeken binnen. De vraag is enorm'. Adoptie zit er niet in, maar hulp van Wereldkinderen is meer dan nodig, zegt directeur Hendriks. 'Bij terugkeer in Nederland zal ik contact opnemen met het Rode Kruis en Terre des Hommes om die hulp via de geeigende kanalen te regelen, want chaos in de hulpverlening is er al genoeg.'

Hendriks wil op korte termijn kleding, babyvoeding en speelgoed sturen.