Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Bouw

Geen hindernis te hoog voor springpaard Zamira

Door CLAARTJE VAN ANDEL ROTTERDAM, 18 aug. — „Ik kom voor het jachtparcours en voor de landenwedstrijd". Woorden die Piet Raymakers aan de vooravond van het Europees kampioenschap voor springruiters sprak en die geen loze kreet bleken. Gistermiddag maakte Raymakers voor wat betreft het jachtparcours zijn woorden vast waar. Hij reed als eerste na zestien gestarte deelnemers een fraaie nulrit en belandde uiteindelijk op een riante derde plaats. Een jachtparcours is altijd een risicovol en moeilijk begin van een Europees kampioenschap. Niet zelden sneuvelen favorieten reeds in dit eerste onderdeel, waarin paarden op galoppeervermogen, snelheid en wendbaarheid worden getest en waarbij het nog niet op het uiterste aan springvermogen aankomt. Gistermiddag in de perfecte arena van het Kralingse Bos ondervonden kanshebbers Durand en Sloothaak tot hun schande dat ook zij zich deze keer op het niet hoog gebouwde jachtparcours,

dat veel lange lijnen bevatte, hadden verkeken. De elastische Jappeloup van Durand stak volkomen onverwacht de voorbenen in een witte steilsprong. Walzerkönig van Sloothaak maakte een wat trage, zwaarmoedige indruk en vergiste zich zelfs tweemaal, beide keren bij de eerste hindernis van een dubbelsprong. De ook niet al te snelle tijd van Durand zorgde ervoor dat hij zichzelf op de negentiende plaats terugvond, net nog twee plaatsen voor Sloothaak. De overgebleven favoriet, John Whitaker, gaf een demonstratie van hoe een jachtparcous gereden moet worden. Zijn machtige schimmel Milton overbrugde alle tussenafstanden tussen hindernissen in zeker twee galopsprongen minder dan de overige viervoeters. Vakman Whitaker kwam werkelijk nergens ook maar in de buurt van een fout. Elke hindernis opnieuw reed hij Milton weer vloeiend voorwaarts weg, zodat hij uiteindelijk drie seconden sneller finishte dan zijn naaste concurrent Robert.

Maar Whitaker kon zo mooi niet rondgaan of het Nederlandse publiek koos zijn eigen helden: Raymakers en Tops, als derde en vijfde geëindigd. Jan Tops voorspelde een jaar geleden dat de Nederlandse springsport na Seoul in een diep aal terecht zou komen. Toen had hij nog niet eens het kwijtraken van zijn eigen toppaard Doreen op het oog. Inmiddels geeft Tops graag toe dat hij teveel zwartkijker is geweest. Na een intermezzo waarin de Argentijn Martin Mallo Doreen onder het zadel had, kwam Doreen weer terug in de bekwame handen van Tops en kon de prestatiecurve onmiddellijk weer verder doorgetrokken worden. Het diepe dal is voor Tops dank zij Doreen uitgebleven: „Een paard als Doreen is voor mij een ongekende luxe. Zij heeft kwaliteiten die eigenlijk niet met elkaar te combineren zijn. Zij heeft de lichtvoetigheid en het springvermogen van een bloedpaard, maar zij is ook gemoedelijk en rustig als een gewone warmbloed."

Het jachtparcours van gistermiddag bewees wel dat ook de rest van het Nederlandse team zich bepaald niet in een dal bevindt. Het wegvallen van de toppaarden Olympic Treffer en Olympic Sunrise lijkt daarmee afdoende te zijn gecompenseerd. Met de achtjarige merrie Olympic Zamira deed Raymakers alles wat hij kon, en dat werd beloond met een derde plaats. Raymakers werkte heel doelbewust naar dit succes toe: „Toen ik Zamira te rijden kreeg, had zij al een tien voor karakter. Haar bereidwilligheid, haar moed, haar werklust, dat is zondermeer super. De kunst voor een ruiter is op al dat fraais zuinig te zijn. Gelukkig heeft Zamira haar goede eigenschappen behouden. Dat komt vooral omdat ik er nooit misbruik van heb gemaakt. Het is vandaag de dag een hele kunst om zuinig te zijn op goede jonge paarden, want wat er week in, week uit verdiend kan worden op wedstrijden is niet niks. Toch heb ik me niet door geld laten verleiden en is Zamira zeer selectief ingezet. Zo'n

jong paard heeft lange herstelperioden nodig en na een goede rit verdient het rust. Daarom ben ik na de landenwedstrijd van Rome en Dinard, waar wij zelfs wonnen, niet eens meer in de Grote Prijs gestart. Maar nu heb ik dan ook een paard dat alles aanpakt. Rijd ik morgen op een huis af, dan springt ze het, dat weet ik zeker. Niet uit dommigheid, want ze heeft o zo veel kwaliteit. Nee, puur uit karakter, uit werklust. Zo wordt de tijd van wachten beloond." Na een dag springen bevindt het Nederlandse team zich op een derde plaats, op minder dan één springfout afstand (2 ,61 punt) van voorlopige aanvoerder Engeland. Dat opent volop perspectieven voor de landenwedstrijd van vandaag, waarvoor de jongens van bondscoach Nooren één advies hebben meegekregen: „Offensief rijden, niet denken dat het brons al binnen is en meedoen voor goud." In hoeverre dat advies tegen dovemansoren gezegd was, is vanmiddag gebleken.