Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Overneming van Britse bouwonderneming kost circa 100 miljoen gulden HBG voert deel Euro-strategie uit

Nieuwsanalyse

Door onze redacteur HARRY MEIJER ROTTERDAM, 3 aug. — Aan ambities ontbreekt het Hollandsche Beton Groep (HBG) niet. De strategische plannen van de grootste aannemer van Nederland gaan uit van een transnationale toekomst. De komende jaren moeten de activiteiten in Groot-Brittannië en West-Duitsland evenveel omzet opleveren als de Nederlandse werkmaatschappijen nu. Ook de positie in België zal worden versterkt. HBG heeft genoeg geld in kas om zich door middel van acquisities op te werken in de rangorde van Europese bouwbedrijven, waarin de Rijswijkse aannemer tot voor kort een bescheiden 22ste

plaats bezette. De drang naar de top is er wel, maar de weg daar naar toe blijkt niet gemakkelijk. Het grootste probleem voor de raad van bestuur is dan ook om de aangekondigde plannen waar te maken. De aankoop van een buitenlands bouwbedrijf is in een booming markt geen sinecure: de prijs voor expansie is hoog. Daar komt nog eens het hardnekkige verzet bij van Volker Stevin, waarmee HBG zijn positie op de Nederlandse thuisbasis wil versterken. Dat overnamegevecht bevindt zich in een impasse. Bestuursvoorzitter mr. J.J. Endtz toonde zich gisteren dan ook een opgelucht man toen hij een succes kon presenteren: de aankoop van het Britse aannemingsconcern Kyle Stewart. „Een

uitstekende aanvulling", noemde Endtz het verworven bedrijf. Kyle Stewart opereert vooral in de utiliteitsbouw (kantoren en bedrijfsgebouwen), terwijl de Britse HBG-dochter Nuttall gespecialiseerd is in de droge waterbouw (tunnels, steigerprojecten). De HBG-topman wilde niet kwijt hoeveel hij voor de Londense aannemer heeft neergeteld. Volgens ingewijden in de bouwwereld gaat het vrijwel zeker om een bedrag tussen de 90 en 110 miljoen gulden. „Het rendement van Kyle Stewart kan een verbetering van het rendement van HBG betekenen", zei Endtz onderkoeld. Bij een omzet van / 114 miljoen pond (ƒ 345 miljoen) behaalde Kyle Stewart in het boekjaar 1987/88 een winst voor belastingen van 4,13 miljoen, pond (ƒ 14,4 miljoen) en een netto-resultaat van 2,5 miljoen pond (ƒ 8,75 miljoen). In het lopende boekjaar, dat in september afloopt, hoopt het bedrijf een omzet van circa 190 miljoen pond te behalen (ƒ 660 miljoen). De omvangrijke omzetstijging is deels een gevolg van autonome groei en komt deels voort uit inflatoire ontwikkelingen in Groot-Brittannië, lichtte J. Trussler, directeur van Kyle Stewart gisteren toe. Met de acquisitie van Kyle Stewart maakt HBG zijn buitenlandse ambities voor een aanmerkelijk deel waar. HBG behaalt in Nederland een omzet van circa ƒ 1,7 miljard en door de jongste aankoop komt de omzet in het Verenigd Koninkrijk daar al behoorlijk dicht bij in de buurt (ƒ 1,2 miljard). In de jaren negentig moet de omzet zowel op de Westduitse als op de Britse markt elk

uitkomen tussen de ƒ 1,5 miljard en ƒ 2 miljard. De huidige Nederlandse omzet is normatief, inlijving van Volker Stevin — waardoor de omzet in Nederland op ƒ 3 miljard komt — zal niet leiden tot het opschroeven van de expansie in het buitenland. Endtz wilde niets zeggen over de Volker-affaire. Wel dat een fusie nog steeds in het belang is van beide bedrijven. „Maar", verzuchtte de HBG-president, „it needs two to tango". Endtz sloot niet uit dat het binnen afzienbare tijd tot een nieuwe acquisitie komt op de Britse markt. Logischer is het dat HBG de volgende grote stap in WestDuitsland zet, waar momenteel marktanalyses worden uitgevoerd. Complicatie in dat land is dat veel bedrijven financiële kruisverbanden hebben (bij voorbeeld participaties van banken). En HBG streeft in principe naar volledig eigendom over bedrijven. Op korte termijn zou HBG ook nieuws over België te melden kunnen hebben. Endtz liet niet na met nadruk te wijzen op de positie van de Belgische werkmaatschappij CEI (Constructies, Electriciteitswerken en Industriebouw), die met een omzet van minder dan 200 miljoen gulden nog onvoldoende „kritische massa" heeft. Mogelijk dat HBG binnenkort de acquisitie van een Belgisch bouwbedrijf bekendmaakt. De kaspositie van HBG is royaal genoeg om een reeks overnemingen te bekostigen. Ook Volker Stevin kan worden gekocht zonder dat de strategische plannen aangepast hoeven te worden. „Deenige beperking zit in de organisatorische kant van de zaak", aldus Endtz.

De buitenlandse overnemingen zullen geen gevolgen hebben voor de bestuurlijke structuur van de onderneming. HBG blijft uitgaan van „gecoördineerde onafhankelijkheid". In de raad van bestuur kunnen in de toekomst ook Engelsen, Duitsers of Belgen terechtkomen. Endtz: „We zullen naar de kwaliteit van de mensen kijken en niet naar de nationaliteit". HBG is anderhalf jaar bezig geweest om op de Engelse markt een geschikte overnamekandidaat te vinden. In april van dit jaar begonnen de onderhandelingen met Kyle Stewart. Daarbij werd HBG geassisteerd door de Britse effectenbank Kleinwort Benson. Kyle Stewart werd in 1953 opgericht door Felix Fenston. Na diens overlijden in 1970 werden de aandelen van de familie ondergebracht in twee stichtingen. De overneming van de aandelen door HBG vergde vrij moeizame onderhandelingen, die dinsdagavond met succes werden afgerond. Een sterk punt van Kyle Stewart, aldus Endtz, is het zogeheten 'design en construct'- concept. De onderneming houdt ontwerpen en bouwen van projecten in één hand. Alleen al de ontwerpafdeling heeft 120 medewerkers. „Dat werkt erg goed", verzekerde topman Trussler, „we hebben klanten met wie we op continue basis samenwerken". Tot de klandizie van Kyle Stewart behoren de Britse overheid („een van de belangrijkste klanten"), IBM, Marks en Spencer (detailhandel) en British Petroleum. Volgens Endtz kan HBGdochter Hollandsche Beton Maatschappij profiteren van de hoge kwaliteit van Kyle Stewarts ontwerpprocédé.