Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Financieele Dagblad moet ƒ 7,5 mln betalen

Door onze financiële redactie AMSTERDAM, 26 mei — Het Financieele Dagblad moet ruim 7,5 miljoen gulden schadevergoeding betalen aan het advertentiebureau Plaats. Dit heett de Amsterdamse kantonrechter mr. S.G. Ellerbroek gisteren bepaald in een tussenvonnis. Eigenaar van Plaats is de in Zwitserland woonachtige Arthur van Weezenbeek die het Financieel Dagblad gedurende meer dan 40 jaar aan adverteerders heeft geholpen. Op grond van een agentuurovereenkomst had Van Weezenbeek het alleenrecht voor Nederland voor het afsluiten van advertentiecontracten ten behoeve van Het Financieele Dagblad. Maar de samenwerking tussen beide partijen werd drie jaar geleden verbroken en sinds 1987 staan ze voor de rechter tegenover elkaar. Van de directie van het Financieele Dagblad (140 werknemers, oplage 34.000) was gisteravond niemand bereikbaar voor commentaar. Hoofdredacteur C. Berendsen noemde de 7,5 miljoen

gulden „een heleboel geld", maar „niet onoverkomelijk" voor zijn krant. Overigens kan het bedrag aan schadevergoeding hoger uitvallen omdat de rechter zich nog moet uitspreken over een aantal claims van Van Weezenbeek. Van Weezenbeek is het juridische gevecht ingegaan met een eis tot schadevergoeding die oploopt tot ongeveer 47 miljoen gulden. Ook toen een streep werd gezet onder de samenwerking tussen het advertentiebureau Plaats en het Financiele Dagblad bleef Van Weezenbeek recht houden op provisie over advertenties van klanten die door hem bij de krant zijn gebracht en die automatisch doorgaan met adverteren. In november 1987 liet Het Financieele Dagblad Van Weezenbeek echter weten dat zij dit zogeheten continuatierecht zou beëindigen per 1 januari 1988. Inzet van de juridische procedure waarin nu een tussenvonnis is geveld, was het geld dat Van Weezenbeek tegoed zegt te hebben sinds 1983. In de periode

1983 tot 1987 heeft Het Financieele Dagblad een advertentieomzet gehaald van ƒ 105 miljoen. Van Weezenbeek wilde 36 procent van dat bedrag, in de ogen van het Financiele Dagblad een „excessief' provisiepercentage. In het vervolg van de civiele rechtszaak moet duidelijk worden hoeveel geld Van Weezenbeek nog meer tegemoet kan zien dan het nu vastgestelde bedrag van ruim 7,5 miljoen gulden. In het verleden hebben adverteerders namelijk niet met geld maar met een tegenprestatie betaald voor advertenties die buiten bemiddeling van Van Weezenbeek zijn geplaatst. Ook over die advertentiestroomn mag Van Weezenbeek provisie hebben. Accountants moeten nu overzichten overleggen van advertentie-opdrachten die Het Financieele Dagblad kort voor 1 januari 1988 ontvangen heeft en welke opdrachten tot dusver zijn binnen gekomen. Van Weezenbeeks advocaat mr Stodel zegt dat nog niet duidelijk is welke van de meer dan 15 vorderingen precies zullen worden

toegewezen, maar hij is niet ontevreden over de voorlopige uitkomst van deze volgens hem grootste agenturenzaak ooit door een kantongerecht behandeld. Hij zegt niet te weten of Het Financieele Dagblad de claims kan betalen „maar de aandeelhouders zijn gefortuneerde lieden." Die aandeelhouders zijn de familie Sijthoff, die evenals Van Weezenbeek (en evenals Stodel) in Zwitserland wonen. Sijthoff en Van Weezenbeek zijn 40 jaar dikke vrienden geweest, beaamt Stodel „en ik heb niet de indruk dat ze nu scherp tegenover elkaar staan. U moet niet vergeten dat de familie Sijthoff niet meer zoveel te vertellen heeft binnen Het Financieele Dagblad. Het is een initiatief geweest van de voormalige directeur om het contract met Van Weezenbeek niet te continueren. Dat was geen initiatief van Sijthoff. Op zich is het niet zo'n absurde gedachte, maar je moet dat wel netjes doen. Zeker als je veertig jaar lang zoveel geld aan elkaar hebt verdiend."