Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Boeken

Veronachtzaamde boeken

Maarten steenmeijer over pedro paramo van juan rulfo.

In juli 1961 kreeg Garcia Marquez een boekje in handen dat dezelfde verpletterende indruk op hem zou maken als De gedaanteverwisseling van Kafka tien jaar eerder had gedaan: Pedro Paramo (1955) van de Mexicaanse schrijver Juan Rulfo. De kennismaking met Rulfo's korte roman — de enige die hij heeft gepubliceerd — betekende het einde van de creatieve impasse waarin Mérquez zich toen bevond. Zes jaar later werd op fonkelende wijze duidelijk waartoe dat zou leiden: Honderd jaar eenzaamheid. Marquez is een van de vele Spaans-Amerikaanse auteurs die over hun schatplichtigheid aan Pedro Pdramo hebben gesproken. Rudolfo wordt dan ook als een van de grote voorgangers van de boom beschouwd. In iets meer dan honderd pagina's had hij op nog steeds onovertroffen wijze duidelijk gemaakt dat de Spaans-Amerikaanse bodem niet uitsluitend realistische streekromans voort hoefde te brengen, maar vruchtbaar genoeg was voor een universele, moderne literatuur met onmiskenbare wortels in de inheemse bodem. In Pedro Paramo heeft Rulfo de werkelijkheid van zijn geboortestreek (Jalisco) verdicht tot de mythe van Comala, Rulfo's Macondo. Het realistische uitgangspunt is een dorp dat zucht onder een plaatselijk tiran, Pedro Paramo. De bekende elementen zijn aanwezig: ongebreidelde macht, terreur, corruptie, machismo, enzovoort. Het verhaal over deze tiran is echter van secundair belang. Het gaat in Pedro Pdramo om Comala, 'een dorp in het stookgat van de aarde, in de bek van de hel'. Langzaam maar zeker krijgt het gestalte via de stemmen van rondspokende vertellers, van wie de identiteit niet altijd vaststaat. Zij bewonen een schimmenrijk waairin de grenzen van tijd en ruimte zijn verdwenen, een verdoemd oord aan het einde van de wereld, een vagevuur waar de geesten van overleden bewoners rondwaren zonder enige hoop op genade. In de vele geschiedenissen die deze 'geluiden, stemmen, geruchten' vertellen, is de vraag naar schijn en wezen nauwelijks relevant. Waar het om gaat is dat in alle werelden die in de roman worden opgeroepen — droom, werkelijkheid, dood, leven — dezelfde hartverscheurende mensenstem is te horen. Bij Rulfo is de verdoeming dus eeuwig en alomtegenwoordig. Zijn kale proza gaat tot op het bot.