Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Film

Een stoel gevuld met plaats DICK RAAIJMAKERS DE METHODE

Omdat de meeste mensen van mensen houden, gaan de meeste boeken over mensen. Omdat de meeste filmen door filmsterren worden gespeeld, gaan de meeste filmen over mensen. Een film naar een boek gaat daarom meestal over mensen in het kwadraat. Houden de mensen in het boek van elkaar, dan houden ook de twee filmsterren van elkaar. Toch houden de meeste mensen niet van filmen naar boeken, zelfs niet als daarin veel van elkaar wordt gehouden. Hun bezwaar is: 'De koppen op het doek kloppen niet met de koppen uit het boek.' Hoe zit dat? Vormen wij ons al lezend zo'n concreet beeld van iemands uiterlijk dat wij de boekfiguur bij wijze van spreken op straat zouden kunnen herkennen? Zou je ineens iemand tegen het lijf kunnen lopen waarvan je dacht: Sprekend Josef K. of: Eén gezicht met Eline Vere of: Twee druppels water met Kees de jongen? Nee, dat kan niet. Allerlei uiterlijkheidsbeschrijvingen ten spijt weten wij namelijk nooit hoe een boekfiguur eruit ziet. Maar wat is nu het gekke? Wij blijken wel precies te weten hoe een boekfiguur er niet uitziet. Josef K. kan nooit ofte nimmer blond haar dragen (of

speelt hier te veel de K van Kafka doorheen?). Kees de jongen is niet lang en slank en draagt geen krullen. Eline Vere is niet kort en dik en heeft geen duidelijk gemarkeerde wenkbrauwen, maar dat wil nog niet zeggen dat Willeke van Ammelrooy nu ineens als Eline Vere over het doek kan gaan stappen. Dit maakt het filmen naar boeken tot zo'n hachelijke onderneming. Daarom, maar natuurlijk in de eerste plaats omdat het zo'n buitengewoon intrigerend boek is, kies ik voor De methode van Dick Raaijmakers. Dit boek is een film in woorden. Het bevat slechts twee dramatis personae: de beweger en de waarnemer. Het voordeel is dat

zij geen naam dragen en geen gezicht. Het gaat dan ook niet om hun uiterlijk, maar om hun bewegingen en hun waarnemingen. Dat spaart twee filmsterren uit. Het boek is opgebouwd uit een reeks teksten die er uitzien als gedichten en werken als filmbeeldjes. Wie met dit boek plaats neemt in zijn stoel en begint te lezen, heeft geen seconde rust meer en wil onmiddellijk in beweging komen. Deze 'kringloop van betrekkingen' zoals Raaijmakers het zelf nopmt, lijkt me geknipt voor een film. De beeldende zeggingskracht van al deze teksten afzonderlijk maakt dat zelfs één tekst al een adembenemende film zou kunnen opleveren.

Ik kies: de stoel ik zit in een kamer en kijk. Een man zit op een stoel. De man staat op en kijkt uit een raam. Ik kijk naar de stoel, en het valt mij op hoe goed die stoel de plaats van de man bewaart. (De stoel is warm.) Toen de man nog zat was er zoveel man en zo weinig plaats dat zijn plaats mij niet wezenlijk opviel. Maar de man stond nog niet of de stoel vulde zich met plaats. Niemand in de kamer zou wagen op die stoel te gaan zitten en plaats— zijn plaats! — te nemen. (Ook niet een beetje — op het puntje.) Ik vraag mij af hoe lang mijn stoel wanneer ik eenmaal de kamer verlaten zal hebben mijn plaats zal bewaren, en ook wat er van die plaats op den duur terecht zal komen. Een man zonder gezicht, maar een stoel mét. Hierbij muziek van Raaijmakers en de film is compleet. CHARLOTTE MUTSAERS FOTO DIANA BLOK