Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Wonen

Waardebepaling OG in handen van Rijksbelastingen

Door een onzer redacteuren DEN HAAG, 30 jan. — De waardebepaling van onroerend goed voor de heffing van belastingen komt in handen'van de Rijksbelastingdienst. Dat heeft het kabinet vrijdag besloten. De beslissing houdt in dat de gemeenten en de waterschappen hun greep op de taxaties van onroerend goed kwijtraken. De voorlopige raad voor vastgoedinformatie (RAVI) adviseerde het kabinet in juli 1987 een nieuw onafhankelijk instituut op te richten voor de uniforme waardebepaling van het onroerend goed. Voor het geval het kabinet daar niet voor zou voelden, raadde de RAVI aan het taxatiewerk te centraliseren bij de belastingdienst. Aan het kabinetsbesluit is langdurig touwtrekken vooraf gegaan tussen de ministeries van financiën en binnenlandse zaken. Gemeenten (onroerend goedbelasting), waterschappen (waterschapsomslag) en belastingdienst (huurwaardeforfait) hanteren momenteel verschillende methoden om onroerend goed te taxeren. Over de noodzaak om aan deze onoverzichtelijke situatie een eind te maken bestond geen verschil van mening. Maar over de vraag aan welke instantie de uniforme waardebepaling van onroerend goed moest worden opgedragen botsten de meningen. Met dit karwei zijn naar schatting 550 arbeidsplaatsen gemoeid. Financiën vond de belastingdienst het meest geschikt. Bovendien zou dan compensatiewerk worden binnengehaald voor op handen zijnde inkrimpingen als gevolg van reorganisatie, automatisering, vereenvoudiging in de loon- en inkomstenbelasting (die deze week in de Kamer in stemming komt) en het verdwijnen van douane-werk in verband met de Europese eenwording. Daarentegen wilde Binnenlandse Zaken de waardebepaling van onroerend goed juist in handen van de lagere overheden laten. Dat zou de positie van het lokale bestuur versterken. Binnenlandse Zaken werd in deze opvatting gesteund door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de partikuliere taxatiebureaus. Deze bureaus, die momenteel driekwart van het gemeentelijke taxatiewerk voor hun rekening nemen, beschouwen de overheveling van de waardebepaling naar de belastingdienst als „een regelrechte de-privatisering".