Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Vluchtelingen

Bevoorrecht in de ddr

Jiidisches Leben in der DDR door Robin Ostow 224 blz., Judisoher Verlag bei Athenaum, Frankfurt 1988, f 53,20 ISBN 3 610 00420 7 In haar boek Jiidisches Leben in der DDR doet de Canadese sociologe Robin Ostow een eerste poging om een beeld te schetsen van de kleine joodse gemeenschap in het andere Duitsland. Daartoe heeft zij gesprekken gevoerd met joden die in de ddr leven of geleefd hebben en met joodse vluchtelingen uit de nazi-Duitsland die in Canada en de Verenigde Staten terecht gekomen zijn. Als er uit de twaalf vraaggesprekken één ding duidelijk wordt, dan wel dat de Oostduitse autoriteiten tegenwoordig een welwillende houding innemen tegenover de hele kleine joodse minderheid in de ddr. Tot nu toe had Oost-Berlijn zich er altijd op beroepen de erfgenaam van het antifascistische verzet tegen HitIer en het thuisland van tal van vervolgden te zijn, als motivering voor de weigering Wiedergutmachung te betalen. Onlangs heeft de ddr kenbaar

gemaakt alsnog met een symbolische 100 miljoen dollar over de brug te willen komen. Honecker heeft een groot handelskrediet van de Verenigde Staten nodig en wil op staatsbezoek in de Verenigde Staten, als ultieme stap in het proces van de internationale erkenning van de ddr. Voor de Bondsrepubliek had de Wiedergutmachung de waarde van een entreekaartje in de Westerse wereld. Waarom zou iets soortgelijks de Oostduitsers niet ook lukken? Toen in 1952 in Tsjechoslowakije het show-proces tegen Slansky en een aantal andere (joodse) partijleiders plaatsvond, was er in de ddr sprake van anti-joodse hetze en maatregelen (joden werden bijvoorbeeld uit hoge ambten gezet). "Maar", concludeert Ostow, "wat er ook allemaal aan het begin van de jaren vijftig gebeurd mag zijn, tegenwoordig worden de joden in de ddr door de staat beschermd en zijn in feite een bevoorrechte minderheid." Een van Ostows gesprekspartners, Thomas Eckert, voormalig lid van de Oostduitse communistische partij, en tegenwoordig in West-Berlijn woonachtig, bevestigt het beeld dat Ostow schetst, en legt tegelijk het waarom ervan uit. Op de vraag welke voordelen joden in de ddr nu precies hebben antwoordt hij: "Vooral met betrekking tot werk. Net zoals in West-Berlijn zijn openbare instellingen als de radio en televisie altijd erg blij als ze een jood in dienst kunnen nemen, omdat het voor hen geldt als een bewijs van het feit dat ze niet antisemitisch zijn." In alle interviews keert de vaststelling terug dat, in tegenstelling tot in

de Bondsrepubliek, in de ddr wel afgerekend zou zijn met het antisemitisme. De Canadese sociologe zelf stelt vast, dat er in weerwil van de officiële ontkenningen nog wel antisemitisme bestaat in de ddr , "maar in geringere mate dan in vele Westeuropese landen als de Bondsrepubliek, Oostenrijk en Frankrijk." Waarop Ostow zich baseert voor deze laatste mededeling blijkt niet uit haar boek. Behalve van de bijzondere positie van de joden in de ddr geven de interviews in Ostows boek een aardig beeld van de moeizame pogingen van de weinige joden in het land om iets van een joods leven in stand te houden. De joodse gemeente in Oost-Berlijn, waarover Ostows boek vooral gaat, telt ongeveer 200 leden, terwijl in de stad in totaal 4000 joden leven, die het overgrote deel uitmaken van de joodse gemeenschap in de ddr . Een klein deel van de joden die niet bij de gemeente aangesloten zijn, komen wel naar de maandelijkse culturele activiteiten die door de Joodse Gemeente in Berlijn georganiseerd worden. Sinds enkele jaren is er ook weer een jongerengroep, maar het joodse leven in de ddr blijft zeer beperkt van omvang. flinke van den Brink