Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Film

Film

COMMENTATOR JORIS JVENS ALS S: Gejaagd door de wind

Une histoire de vent (Een verhaal van de wind). Regie: Joris Ivens en Marceline Loridan. Met: Joris Ivens, Liu Guilian, Liu Zhuang, Han Zenxiang. In 6 theaters. Door JOYCE ROODNAT De nieuwe film van Joris Ivens, de enige Nederlandse filmmaker van wereldformaat, beleefde in augustus op het Filmfestival van Venetië zijn wereldpremière. De Nederlandse première werd twee keer (tijdens de Nederlandse Filmdagen en op het International Documentary Film Festival) aangekondigd en afgezegd. Het leek of Joris Ivens Holland maar weer eens strafte voor de manier waarop het hem decennia lang desavoueerde. Nu ja. Laten we het er maar op houden dat Ivens de premièregelegenheid afwachtte die het best bij de aard van zijn film past: het

niet Nederlandse, maar uitgesproken internationale Filmfestival van Rotterdam. Want Une histoire de vent is een heleboel, maar Nederlands is de film niet. Hij werd geregisseerd door Ivens, die langer buiten Nederland woonde dan erin, samen met zijn Franse vrouw Marceline Loridan, hij speelt zich vrijwel uitsluitend af in China, er wordt geen woord Nederlands in gesproken en de onderwerpen die hij aansnijdt zijn geen van alle specifiek Nederlands. Nederland komt wel voor in Une histoire de vent, maar alleen als 'er was eens-land', onwerkelijk geworden terrein, waarvan het belang vele jaren terug ligt. Het is een idyllisch groen gebied, waar de zoevende wieken van een windmolen een kleine jongen begeleiden die tussen het ruisende gras in de achtertuin een vliegtuigmodel heeft gefabriceerd. Zijn moeder

vraagt waar hij heen gaat. „En Chine!" roept hij, in het Frans. Niet „Naar China", want met het koesteren van die wens is hij Nederland al ontgroeid. In China zien we hem terug, geacteerd door Ivens zelf. Inmiddels is de jongen een oude man, een bejaarde cineast die al filmend de twintigste eeuw doorkruiste. De wieken-wind uit zijn jeugd maakte plaats voor 'de wind van de geschiedenis'. 'Die zijn jasje nu eens hier en dan weer daar liet waaien', zal de cynische criticus toevoegen, maar voor hem heeft Ivens een antwoord klaar. Door zijn film dartelt een lenige Chinese kwelgeest die de orde van traditie en revolutie verstoort met onschuldige mopjes: een bananeschil, een losgetrokken stekker. Eén keer wordt de identiteit van die kwelgeest onthuld: de oude filmmaker keert zich om met op zijn gezicht dezelfde felgekleurde schmink. Hij

voelt zich geen meeloper, maar een commentator die probeerde her en der de geschiedenis te volgen zonder zijn speelsheid en onvoorspelbaarheid te verliezen. Want Ivens speelt niet alleen deze oude cineast, hij gebruikt hem ook om autobiografische gegevens te verduidelijken. De wind van de geschiedenis is afgenomen en nu zoekt de oude man een andere wind: de wind van zijn jeugd, de wind van de fantasie, de wind die zijn astmatische luchtwegen adem geeft en zijn lichaam nieuwe kracht. Op zijn reizen naderde de oude man die wind het dichtst in China, waar hij zijn golvende sporen in de rotsen trok, waar zijn echo ligt in de kwetsbare voren van de rulle zandvlakten. In China hoopt hij de wind, dat ontembare dier, te vinden. Voor Ivens is het vermoedelijk geen toeval dat de woorden 'China' en 'cinema' zo veel op elkaar lijken dat ze broer en zus zouden kunnen zijn. De jacht op de wind is aanleiding voor een ongedwongen verzameling filmische schetsen in heldere kleuren en schilderachtige beeldcomposities die liefst een ruim landschap tonen met enkele figuren of lijnen erin. De oude man zit op een stoel in een onwaarschijnlijk kalme zandwoestijn op de wind te wachten. Zijn zwijgen en staren vullen het doek. Met beelden van de schoonheid van China en de rust die hij bij haar bewoners, tradities en legenden vindt; van gedachten over het ouder worden; van ideeën over de filmkunst, haar geschiedenis en betekenis. We worden meegenomen naar de Chinese Muur en maken kennis met het leger van stenen soldaten, dat die muur beschermt. „We moeten nog een generaal hebben", merkt de oude man op. Hij twijfelt niet, gaat ervoor staan en de grijze figuren beginnen te bewegen — alleen een filmmaker kan steen tot leven wekken. Tenslotte laat de wind zich oproepen. Hij waait iedereen omver, behalve de oude man. Die bekommert zich geen moment om zijn gezelschap. Hij schatert het uit, het grijze haar woest om zijn oren.