Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Bouw

Voorstanders toplokatie IJ-oevers verwachten uitstralingseffect op binnenstad Zeedijk als nieuwe P.C. Hooftstraat

Door onze redacteur TRACY METZ AMSTERDAM, 21 jan. — Een eeuw nadat Amsterdam met de bouw van het Centraal Station het IJ de rug toekeerde, wordt alles in het werk gesteld om de band met het water te herstellen. De IJ-oevers moeten een 'internationale toplokatie' worden die Amsterdam weer een plaats geeft op de zakelijke, culturele en toeristische kaart van Europa. Maandag spreekt een commissie van de gemeenteraad zich uit over het eerste deel van het omvangrijke project, het gebied achter CS, waarover het stadsbestuur twee maanden geleden een akkoord bereikte met projectontwikkelaar MBO. Dat is het centrale deel van de zogenoemde 'IJ-as' die van Sloterdijk in het westen, langs Centraal Station en het Oostelijk Havengebied loopt tot aan de nog te bouwen woonwijken op het eiland Zeeburg in het oosten. Een operatie van een voor Nederland ongekende omvang, die sinds de lancering twee jaar geleden behalve enthousiasme ook scepsis heeft uitgelokt. Op een bijeenkomst vorige maand over de toekomst van de stad liet ex-wethouder en Tweede-Kamerlid Jan Schaefer (PvdA) zich ontvallen: „De IJ-boulevard wordt steeds langer. Elke week komt er weer een kilometer bij. Het is voor Amsterdam niet meer te behappen. Zo komt er van al die IJ-plannen niks terecht." Kort daarvoor had de planoloog prof. dr. L. Bak op een symposium de 'riskante' plannen gehekeld om aan de IJ-oevers nog meer kantoorruimte en hotels neer te zetten. Bak vreest dat de bebouwing van de IJ-oevers de nieuwe en de oude stad zal scheiden en dat de binnenstad zal verloederen. Het IJ zelf noemde Bak „een saaie, dooie plas waar de koude noordenwind overheen giert". Gemeente en projectontwikkelaars hebben er meer fiducie in. Wagon Lits heeft een plan voor

een twee sterren-hotel en een eigen hoofdkantoor. Voor een gebied van ruim 70 hectare ten westen van het station hebben projectontwikkelaar Mabon en het ABP samen met Benjamin Thompson een plan gemaakt voor woningen, kantoren en recreatie. Het MBO-'concept' voorziet in een hotel, een congrescentrum en 'publieksfuncties' als een Science Museum, maar ook in 25.000 vierkante meter winkels en horeca. MBO-directeur J. van Rijs verwacht dat zijn bedrijf hierin driekwart miljard zal investeren, de overheid een kwart miljard. Concurrentie Directeur A. Oskam van de dienst ruimtelijke ordening verklaart nadrukkelijk dat de ontwikkeling van de IJ-oevers „uitsluitend mogelijk is bij de gratie van de aanwezigheid van de binnenstad". Toch zijn anderen beducht voor een concurrentiestrijd, vooral tussen de winkels. Ook in de binnenstad worden de nodige plannen uitgevoerd. De Kamer van Koophandel heeft al bezorgd over 'uitholling' gesproken. „Ik draai het om", zegt directeur J. van Rijs van MBO. „Die andere plannen komen er doordat de IJ-oevers er komen." Voor een stukje overdekt winkelcentrum aan het einde van de Kalverstraat komt niemand speciaal naar Amsterdam. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Utrecht komen mensen uit de regio niet in Amsterdam winkelen. We willen die trekkracht terugbrengen en dan moet je mensen nieuwsgierig maken. De Zeedijk wordt de nieuwe P.C. Hooftstraat." Wat voor winkels er dan aan de IJ-oevers moeten komen, kan hij niet uitleggen, „want zoiets 'kennen we in Nederland nog niet". Ook de verwikkelingen rond de music hall van Joop van den Ende lijken op een zekere wedijver te duiden. Van den Ende vond het met die IJ-oevers te lang duren en is in gesprek met deelraad de Pijp

over het terrein van de Heinekenbrouwerij. Wat blijft er dan over van de 'publieksfuncties' die aan de promenade achter het station zijn voorzien? „Als het economische draagvlak er is", zegt Van Rijs, „hoeven we niet tot in de allerlaatste details over de functies te hebben besloten. We zijn in gesprek met de Stichting Kunstzinnige Vorming in Amsterdam en ik zou het een aantrekkelijk idee vinden om aan de pieren achter het station een Pasar Malam te vestigen." Het draagvlak waar Van Rijs op doelt zijn de kantoren waarover zoveel te doen is geweest. De MBO wilde eerst 115.000 vierkante meter; in onderhandelingen met de gemeente is dat tot 75.000 gedaald. Het minimum, zegt Van Rijs, om het hele plan financieel haalbaar te maken. „Als we maar aan die 'kritische massa' komen maakt het mij niet uit of het korte, brede gebouwen worden of dunne hoge." Ook het aantal parkeerplaatsen is 'gegroeid' van de 1.000 die de gemeente in de randvoorwaarden had genoemd tot de 2.000 van de projectontwikkelaar. Het zijn deze uitgangspunten van de MBO waar de raadscommissie ruimtelijk ordening zich maandag over buigt. Pas als die bekrachtigd zijn worden er concrete plannen gemaakt, waarvan het resultaat in 1995 zichtbaar moet zijn. , Het ontwikkelen van een 'internationale toplokatie' is een miljardenoperatie, met als sleutelwoord public private partnership. Maar de cynische Amsterdammer betwijfelt de gelijkwaardigheid van die partnership. Wijkcentrum d' Oude Stadt vindt dat „van enige greep op deze onmogelijke situatie door het gemeentebestuur, nog geen sprake is". Projectleider Albert Van Hatuum windt er geen doekjes om: „We zijn afhankelijk van de geldstroom van derden. Als stadsbestuur noteer je je eigen wensen en uitgangspunten en let je voortdurend op of datgene wat mogelijk blijkt, ook binnen je oorspronkelijke

doelstelling past. Maar omdat we voor de financiering afhankelijk zijn van derden kan niemand garanderen dat het lukt. Het uitgangspunt — dat de IJ-oevers een internationale toplokatie moeten worden — wordt later ingevuld." Wanneer? „Duidelijker kan ik het niet zeggen. Wie dat wel kan, doet aan wishful thinking." Ad hoe Supervisor van het IJ-oeverproject en voormalig Rijksbouwmeester Tjeerd Dijkstra vindt het daarentegen de hoogste tijd om een samenhangende visie te ontwikkelen. Dat er na een jaar 'studeren' niet meer op tafel ligt, vervult hem „met grote zorg". Zonder die visie „wordt het geheel een optelsom van ad hoe beslissingen die gezamenlijk onvoldoende garantie bieden voor een goed eindresultaat," schrijft hij in een notitie aan de gemeenteraad. Het belangrijkste, vindt Dijkstra, is dat er snel een beslissing wordt genomen over de 'NoordZuidlijn' die Purmerend, Zaandam en Amsterdam-Noord — onder het IJ door — met de binnenstad moet verbinden. Zo mogelijk moet het wateroppervlakte verder worden vergroot. „Tot nu toe waren het altijd de verkeersmensen die het hier voor het zeggen hadden", zegt hij. „Langzaam verdween het water. Nu voor het eerst ontstaat er een visie op de verblijfskwaliteit in dit deel van de stad." Oskam (ruimtelijk ordening) is opgetogen over de toekomst die Amsterdam dank zij de IJ-oevers tegemoet gaat. Maar in zijn nieuwjaarstoespraak verwoordde hij met een retorische vraag de twijfel die het project bij menigeen oproept: „Wedden we met de IJ-oevers wel op het juist paard? Zullen we überhaupt in staat zijn zo'n paard te mennen of zal het zich ontpoppen als een paard van Troje?"

Uitzicht over het IJ. Rechts het Centraal Station.

(Foto NRC Handelsblad/ Maurice Boyer)