Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Formule 1

Nederlands succesvolste autocoureur ziet betere toekomst in de Verenigde Staten Jan Lammers geeft zichzelf kans voor Formule I

Door onze redacteur MARC SERNÉ ZANDVOORT, 31 dec. — Jan Lammers heeft het afgelopen jaar slechts tweeëneenhalve maand in Nederland doorgebracht. Inmiddels is de 31-jarige autocoureur uit Zandvoort alweer vertrokken naar Japan voor een bandentest. Voornamelijk in de Verenigde Staten denkt Nederlands succesvolste rijder van dit moment volgend jaar verder te werken aan een internationale doorbraak in de autorensport, die hem in 1987 al een aantal ongelooflijke successen opleverde. Voor Jaguar won Lammers in 1987 drie WK-races, waardoor hij in het persoonlijk eindklassement op de tweede plaats eindigde. Voor zijn Formule 3000-team won Lammers een race op Fuji in Japan, in Macao finishte Lammers in de Formule III enkele weken geleden als tweede. De nadruk ligt voor Lammers ook in 1988 echter op het Sports Prototype World Championship en het zogeheten Imsa-kampioenschap, de Amerikaanse pendant van het WK-merkenkampioenschap. Zonder veel bravoure heeft Lammers zich bij Jaguar min of meer opgewerkt tot eerste rijder. Zijn co-piloot is John Watson, die enkele jaren geleden als meest ervaren Formule I-rijder van de ene dag op de andere door McLaren op non-actief werd gesteld. Lammers: „Je kunt aan John zien dat hij in de Formule I een hoop klappen heeft opgelopen. Hij maakt een aangeslagen indruk. Wanneer je opnieuw succes wilt hebben, moet je daar mee afrekenen. Ik rij momenteel voor Jaguar, maak een deal met hun waarbij het me beslist niet interesseert of ik nu eerste, tweede of derde rijder ben. Dat merk ik wel als we beginnen te racen. Het afgelopen jaar heb ik echter alle kwalificaties voor de start gedaan, alle starts zelf, kortom de dingen die primair door de eerste rijder worden verricht." Omwenteling Overwinningen op Jarama, Monza en Fuji voor Jaguar en tweede plaatsen op Silverstone, Brands Hatch en Spa markeren al de omwenteling in de carrière van Lammers, die zich op een gegeven moment als gewezen Nederlandse Formule I-coureur, zoals velen voor en na hem, een beetje ongeloofwaardig begon te maken met verhalen over een terugkeer in de Grand-Prixwereld, de eredivisie van de autorensport. Zelf geeft Lammers 1985 aan als het jaar waarin alles voor hem begon te veranderen. „Ik heb toen voor mezelf eens de zaak op een rij gezet", blikt hij

op die periode terug. „Ik reed toen al ruim twee jaar voor Porsche, maar er waren al geruime tijd dingen die me niet bevielen ten aanzien van de behandeling van mij binnen het team. Twee weken voor LeMans heb ik de knoop toen doorgehakt. Ik had me voor die tijd nooit hard gemaakt voor bepaalde dingen. Maar iedereen die zichzelf een beetje respecteert, in welk beroep dan ook, moet nooit bang zijn niet meer aan de slag te komen. Ik wilde uiteindelijk weg. Bovendien moet je nooit ongemotiveerd aan een 24-uursrace als LeMans beginnen. Daar is die wedstrijd te gevaarlijk voor. Wanneer de motivatie verdwenen is, moet je niet vreemd opkijken wanneer je verongelukt. Ik heb tenslotte teveel mensen in de racewereld gezien en gehoord die zich dood hebben gereden omdat zij daarvoor niet tevreden met hun situatie waren." Enkele Duitse coureurs (onder wie Manfred Winkelhock) verongelukten bij Porsche binnen enkele maanden achter elkaar. Lammers trok zijn conclusies en vertrok naar de Verenigde Staten. Tegelijkertijd reed hij voor Renault nog wel de Rothmans-competitie. Lammers: „Om te blijven, racen en geld te verdienen. Zelfs bij Renault kreeg ik een bedrag, dat iemand tot zijn dertigste met een goede schoolopleiding nooit kan verdienen." In de Verenigde Staten wijzigde het denkpatroon van Lammers zich echter volledig. Na een paar succesvolle gastoptredens bij Jaguar tekende hij bij het team van Dan Gurney voor de Indy-Carcompetitie, de Amerikaanse tegenhanger van de Formule I. Hoewel het team wegens geldgebrek al snel werd opgeheven reageert Lammers enthousiast. „Dat ging allemaal zo buitengewoon, dat er op een gegeven moment voor mij meer vraag dan aanbod was. Ik was zeer gemotiveerd en reed in die periode voluit. Ik heb acht maanden in Californië gewoond, geen Nederlandse journalist gezien en werd niet afgeleid door allerlei bijzaken als verhalen in de kranten, waar vooral door je naaste kennissenkring in Nederland op wordt gereageerd. Dat was een verademing voor me. Tenslotte sta ik al sinds mijn dertiende jaar in het middelpunt van de publiciteit. Jantje die als achtjarig jongetje zijn eerste 360-graden slip bij Slotemaker maakte, Jante als Europees Formule IIIkampioen, Jantje als Formule Icoureur. Via Martin Brundle, die een Formule I-contract kreeg aangeboden, kreeg ik de tip eens bij Jaguar te informeren. Die Engelsen wilden mij na een paar proeven een aanbod doen. Maar in de Verenigde Staten ben ik in één

klap mijn hele carrière veel mondialer, universeler, gaan zien." Schema Niettemin zegt Lammers nog steeds de Formule I niet te hebben opgegeven. „Ik lig wat het uitstippelen van mijn loopbaan betreft precies op schema", rekent hij voor. „Dit jaar ligt het accent met Jaguar voornamelijk op het endurance-racen, maar eind 1988 ben ik zowel geestelijk

als lichamelijk volledig klaar voor een eventuele overstap naar de Formule I. Gezien mijn leeftijd is het beslist niet uitgesloten dat ik in die categorie nog zes mooie jaren meemaak. Instappen in de Formule I is voor mij nu al geen probleem. Dat kon ik twee maanden geleden al en morgen kan dat weer als ik dat wil. Het probleem is alleen dat ik dan weer ergens midden in het veld rijd. Voor een salaris dat de helft is van wat ik nu bij Jaguar verdien. Daar begin

ik niet meer aan. Het probleem in de Formule I is dat er tien aantrekkelijk plaatsen te verdelen zijn voor wel vijfduizend coureurs die een prestatie kunnen neerzetten. Het feit dat een Nederlander minder kansen heeft in de Formule I dan een rijder uit Engeland of Italië, landen met een traditionele race-achtergrond, geloof ik niet. Wanneer je presteert kan het als Nederlander ook. Een man als Senna moet je vijf miljoen bieden, want voor drie miljoen dollar rijdt hij niet voor je. Een ander moet drie miljoen dollar meenemen om te mogen rijden. Het heeft domweg allemaal met presteren te maken." Erg veel verschil tussen het racen in een Prototype van Jaguar en de Formule I is er voor Lammers door zijn recente successen ook niet meer. Lammers: „Het probleem bij de Prototypes is dat een twaalfuursrace als Sebring en een 24 uur van LeMans in mijn ogen gevaarlijker zijn dan Formule I-races. LeMans is een volslagen onberekenbare race. De weersomstandigheden kunnen binnen een dag enorm veranderen. De regen kan met bakken uit de hemel vallen en je ruitenwisser werkt niet. In 24 uur racen laat de techniek het tenslotte wel eens afweten. Bovendien zie je baancommissarissen rustig op hun vlaggestok leunen langs de baan. Terwijl ik met meer dan 350 kilometer per uur passeer. Wanneer ik in zo'n situatie een klapband krijg is er geen baancommissaris en geen vlaggestok meer. De heroïek staat bij de organisatie van een race als LeMans meer centraal dan de veiligheid. Gezien de voortschrijding van de techniek in deze sport is dat in feite een ontoelaatbare zaak."

Jan Lammers in de bocht op hercircuit van Le Mans (Foto AP)

Jan Lammers (Foto Widdershoven)