Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

De financiële creativiteit van het Akzo-concern

Internationaal opererende Nederlandse bedrijven als Akzo hebben de afgelopen maanden een halvering van hun beurskoers te zien gegeven. Wat zijn de gevolgen van de beurskrach voor deze onderneming en voor haar overnemingsstrategieën? Deel twee van een serie over ondernemen in financiële crisistijden. Het eerste artikel, over de gevolgen van de dollardaling, stond in het Supplement Mens & Bedrijf van gisteren. Door onze redacteuren KEES CALJÉ en ROEL JANSSEN ARNHEM, 17 dec. — Het hoofdgebouw van Akzo ademt nog iets van de sfeer uit van de jaren zestig. Akzo, in 1969 ontstaan uit een fusie van de Algemene Kunstzijde Unie en Koninklijke Zout/ Organon, is een bedrijf dat veel exporteert, de afgelopen jaren veel bedrijven heeft opgekocht en dat een bijzonder actief financieel management voert. De beurskrach heeft de aandelen Akzo niet onberoerd gelaten. Tussen half september en half november schoot de koers van Akzo omlaag van 179 naar 79 gulden. Inmiddels heeft de koers van Akzo zich hersteld tot ƒ 92 gisteren. „We laten ons nooit uit over de hoogte van de Akzo-koers", zegt dr. S. Bergsma, lid van de groepsraad en onder meer belast met de financiële directie, desgevraagd.

Hij voegt eraan toe dat de koers van de Britse concurrent ICI óók gehalveerd is. Akzo beweegt zich actief op het overnemingspad. Sinds 1984 slokte Akzo ongeveer 25 bedrijven op, waarvoor in totaal ongeveer 2,7 miljard gulden werd betaald. Tot de laatste aankopen behoort de divisie speciale chemicaliën van het Amerikaanse concern Stauffer, dat in juni via Unilever en ICI voor $ 625 miljoen (toen nog ƒ 1,29 miljard) overging in de handen van Akzo. Door de val van de beurskoersen sinds 'zwarte maandag' 19 oktober en de daling van de dollar met zo'n 10 procent in de daarop volgende weken, lijken Amerikaanse bedrijven nu stukken aantrekkelijker voor eventuele overneming door Akzo. Zo eenvoudig ligt dat niet, benadrukt Bergsma. „De koersdaling van de dollar is nauwelijks van invloed op ons acquisitiebeleid. We kopen een bedrijf niet omdat het in guldens gerekend goedkoper wordt. We kopen omdat het past in de strategie van Akzo." Bedrijven die in de VS worden gekocht, worden ondergebracht bij Akzo America, de Amerikaanse landenorganisatie van het concern. De financiering van de overneming vindt plaats in dollars. „Daarbij boeken we het bedrag dat voor de 'goodwill' wordt betaald, gemiddeld 50 procent van de prijs van overneming, direct af van het eigen vermogen van Akzo V

America. Om deze aderlating op te vangen, hebben we besloten het eigen vermogen van Akzo America te versterken. Dat gebeurt in guldens en heeft dus een effect op de balans van Akzo. Een lagere dollar betekent dan een boekverlies." Dit risico wordt niet afgedekt, aldus Bergsma. Nieuwe aandelen Door de lagere beurskoersen zou Akzo nu natuurlijk minder bieden dan een half jaar geleden. Maar daar staat tegenover dat Akzo's beurskoers ook stukken lager is geworden. Hierdoor wordt het aantrekken van eigen vermogen voor Akzo duurder. Bergsma: „We hebben geen directe plannen voor de uitgifte van nieuwe aandelen, maar op termijn moet het eigen vermogen gelijke tred houden met het vreemde vermogen. Door de daling van de aandelenkoers is een emissie veel duurder geworden. Nieuwe overnemingen moet je dus nóg kritischer toetsen aan de bedrijfsstrategie en aan je financiële normen." De positieve gevolgen van de recente rentedaling vallen volgens Bergsma „in het niet" bij het feit dat het eigen vermogen duurder is geworden. Het voordeel van een lagere rente, een procent minder sinds half oktober, wordt bovendien voor de helft wegbelast. Akzo staat op de Nederlandse kapitaalmarkt bekend als een financieel innovatief bedrijf. Toen

vanaf 1 januari 1987 in Nederland kortlopend verhandelbaar schuldpapier ( commercial paper) op de markt mocht worden gebracht, had Akzo de primeur om op die manier geld te lenen. Halverwege 1986 kwam Akzo met deep in the money warrants ofwel DIM-warrants, op de markt. Dat zijn vrij dure opties (ƒ 48) op de aankoop van Akzo-aandelen tegen een vastgestelde prijs van ƒ 120. Die prijs lag op dat moment 45 gulden onder de toen geldende koers. Deze emissie leverde Akzo 89 miljoen gulden op. Maar bij de huidige beurskoers van Akzo (ƒ 92) zullen weinig warranthouders ook maar de geringste belangstelling tonen om hun optierecht uit te oefenen. Heeft Akzo dus bijna negentig miljoen gulden in de schoot geworpen gekregen? Bergsma denkt daar uiteraard anders over. Hij toont zich optimistischer over het koersverloop van Akzo op de langere termijn dan toen we het effect van de koersval op het overnemingsbeleid op dit moment ter sprake brachten. „De looptijd van de warrants is vijf jaar en de warranthouders hebben het recht om hun stukken in te wisselen tussen 1 mei 1988 en 1 oktober 1991. U bent wel erg somber als U denkt dat de koers de komende jaren niet boven de 120 gulden zal uitkomen." Het commercial paper-programma is zeer succesvol. Akzo heeft nu drie van dergelijke CPprogramma's

lopen: 300 miljoen gulden in Nederland, 200 miljoen dollar op de Euromarkt en nog eens 200 miljoen dollar in de Verenigde Staten. Het Amerikaanse papier is volgens Bergsma geheel geplaatst, van het Euro-papier en het guldenspapier ongeveer een derde. „Dat heeft te maken met onze behoefte aan liquiditeiten en prijsverschillen tussen de markten", licht hij toe. Twee onafhankelijke Amerikaanse instellingen die de kredietwaardigheid van bedrijven beoordelen, Moody's en Standard & Poor, hebben het Amerikaanse en Euro CP-programma van Akzo zojuist een eerste klas waardering gegeven. Akzo beschikt over een ruime kas, die in vergelijking met andere grote chemische concerns overigens niet uitzonderlijk is, aldus Bergsma. Eind 1985 had Akzo 1,5 miljard gulden in kas, eind 1986 1,1 miljard en halverwege dit jaar, vóór de overneming van Stauffer, 1,4 miljard. Eind september zat er nog 0,6 miljard in kas. Door de verkoop van Akzo Consumenten Produkten (ACP) aan Douwe Egberts, (opbrengst 1,26 miljard gulden waarvan 51 procent voor Akzo en de rest voor de mede-eigenaar van ACP, Shell) komt er voor het einde van dit jaar weer een aanzienlijk bedrag bij. De omzet van Akzo is 16 miljard gulden per jaar. „Er gaat dus 16 miljard gulden in en 16 mijard gulden uit, dat is grofweg 30 miljard

gulden per jaar. Uitgaande van 300 werkdagen per jaar betekent dit dat er dagelijks 100 miljoen door het bedrijf 'klotst'. Voor al die betalingen heb je gewoon een flinke kas nodig", zegt Bergsma. Akzo zet dit kasgeld uit „bij eerste klas adressen" (banken en andere bedrijven), zodanig dat het snel weer opvraagbaar is. Enkele jaren geleden heeft Akzo een deel lang uitgezet, tegen een aantrekkelijke hoge rente. „Doorgaans is de opbrengst van de kasbeleggingen vergelijkbaar met de kosten om geld aan te trekken. Daarom is het aanhouden van een grote kas altijd duur", meent Bergsma. Naast deze zogenoemde primaire liquiditeiten beschikt Akzo ook over 'secundaire liquiditeiten' (eind 1986 540 miljoen gulden). Deze kredietfaciliteiten worden, aldus Bergsma, in een veelheid van valuta gecontracteerd over een langere termijn, bijvoorbeeld tien jaar. Akzo heeft de afgelopen jaren tientallen bedrijven opgekocht. Hoe kwetsbaar is Akzo zélf, mede na de recente koersval, om het slachtoffer te worden van een vijandige overneming? Volgens Bergsma is het bedrijf goed beschermd. Het kent prioriteitsaandelen en een beperking van het stemrecht tot maximaal 3.000 stemmen per aandeelhouder. „Dat maakt een onvriendelijke overneming buitengewoon moeilijk", verzekert hij.