Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Zorg

Daniël den Hoed-kliniek in Rotterdam vraagt twee miljoen gulden extra Kankerinstituut luidt de noodklok

Door onze redacteur FRITS GROENEVELD ROTTERDAM, 15 dec. — De directie van het kankerinstituut Daniël den Hoed in RotterdamZuid luidt vandaag de noodklok bij de Tweede Kamer. Het instituut heeft twee miljoen gulden extra nodig, krijgt die echter niet omdat de budgetten van ziekenhuizen door de overheid zijn bevroren. Hierdoor wordt de vooraanstaande rol van de Den Hoedkliniek op het gebied van de kankerbehandeling bedreigd. De directie zegt te willen voorkomen dat de behandelingsmethoden van morgen noodgedwongen die van gisteren zullen zijn. „In het interview met staatssecretaris Dees, dat zaterdag in de

krant stond, las ik dat zijn beleid niet alleen op drastisch bezuinigen is gericht, maar dat hij daardoor ook nieuwe dingen op het gebied van de gezondheidszorg wil kunnen doen en dat hij de topklinische zorg wil versterken. Prachtig is dat", zegt directeur J.W. van den Blink van de Den Hoed-kliniek, „maar wij merken nog zo verrekt weinig van de uitwerking van dat voornemen en van de beslissingsvaardigheid van de staatssecretaris. Dees zei in juni ook al in de Tweede Kamer dat de achterstanden in de topklinische zorg weggewerkt moeten worden en dat er nieuwe voorzieningen op radiotherapeutisch gebied voor kankerpatiënten moeten komen." De kliniek heeft een verzorgingsgebied

van ruim twee miljoen inwoners (het Rijnmondgebied, Zeeland en West-Brabant). Vorig jaar werden er 3.800 kankerpatiënten opgenomen, van wie 7,8 procent in het ziekenhuis overleed. De gemiddelde opnameduur was elf dagen; er vonden 57.900 bestralingszittingen plaats (gemiddeld dertien zittingen per serie). Bovendien werden er meer dan duizend patiënten geopereerd en meer dan tienduizend bloedtransfusies gegeven. De kliniek die volgens directeur Van den Blink nationaal en internationaal zeer hoog staat aangeschreven wegens haar oncologisch onderzoek, kampt met exploitatietekorten, een enorm gebrek aan personeel en onvoldoende mogelijkheden te investeren; vooral sinds enige jaren

geleden de budgettering van de ziekenhuis werd ingevoerd. Van den Blink wijst ook op de toenemende vergrijzing van de bevolking; een reden waarom de kankerzorg zou moeten worden geïntensiveerd. Stierven er in 1950 15.000 mensen aan kanker, vorig jaar waren het er 30.000. Vooral bij long-, maagdarm- en slokdarmkanker zijn de overlevingskansen nog betrekkelijk klein, zulks in tegenstelling tot baarmoeder-, zaadbal- en borstkanker. Daarom zou de bestralingsapparatuur sterk moeten worden uitgebreid. Maar slechts 65 procent van alle patiënten die daarvoor in aanmerking komen, kan radiotherapeutisch worden geholpen.

Pag. 2: Vervolg

Kliniek vooral bekend om strijd bloedkanker

Vervolg van pag. I

„Kankerpatiënten worden hier volgens de nieuwste, vaak nog experimentele methodes behandeld", zegt Van den Blink. „Vooral op het gebied van bloed- en beenmergkanker zijn we zeer vooraanstaand en vrijwel uniek." Betrekkelijk nieuw zijn de immunotherapie (vooral tegen nierkanker) waarvoor de Den Hoed-kliniek een projectsubsidie van het Koningin Wilhelminafonds (KWF) kreeg, en de methode van warmtebehandeling van tumoren (hyperthermie) die aanvankelijk ook, maar nu niet meer door het KWF werd gefinancierd. Volgens Van den Blink zijn ziektekostenverzekeraars tot nu toe niet bereid om de laatste therapievorm te betalen omdat staatssecretaris Dees daar geen toestemming voor geeft. „Wij kregen op onze aanvraag daartoe überhaupt geen antwoord van hem", aldus de directeur patiëntenzorg van het Rotterdamse kankerinstituut. Het grote probleem is volgens Van den Blink dat kankerinstituten zoals de Den Hoed-kliniek in Rotterdam en het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis in Amsterdam door de overheid met algemene ziekenhuizen over één kam geschoren worden. En dat terwijl zulke topklinieken juist een speerpuntfunctie in wetenschappelijk opzicht en wat betreft

de gespecialiseerde behandeling van de moeilijkste kankerpatiënten hebben. „Als de overheid kankerinstituten die om bij te blijven, extra veel moeten kunnen investeren, gelijk blijft stellen met algemene ziekenhuizen, worden de kankerzorg en het kankeronderzoek uitgehold. Voor ons is de grens van de bezuinigingswoéde nu duidelijk bereikt", aldus Van den Blink. „Financiële hulp van twee miljoen gulden extra werd geweigerd, terwijl méér geld voor vervanging van broodnodige apparatuur en voor het aantrekken van onmisbaar personeel juist nu dringend nodig is." En met gepast gevoel voor dramatiek voegt de dokter eraan toe dat extra geld voor klinisch-wetenschappelijk onderzoek „letterlijk het verschil tussen leven en dood" kan betekenen.

Een bestralingstoestel van het Rotterdamse kankerinstituut. (Foto Chris de Jongh)

Directeur J.W. van den Blink