Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Theater

Dichters zingen tegen apartheid in Amsterdam

Door onze redacteur ARJEN SCHREUDER AMSTERDAM, 14 dec. — Sinds enige dagen logeren in Amsterdam ongeveer driehonderd Zuidafrikanen. Zij willen dat de apartheid wordt afgeschaft. Zo snel mogelijk. Ze discussiëren nu alvast over de vraag hoe de kunst er na de bevrijding uit zal zien. Afgelopen zaterdag waren ze in het Amsterdams Historisch Museum voor het eerst bijeen. „Het feit dat wij hier allemaal samen

zijn, is een overwinning in de strijd tegen de apartheid", zei de dichteres Barbara Masekela, hoofd van de afdeling cultuur van het verboden Afrikaanse Nationale Congres (ANC). „Ik hoop dat wij elkaar later ook in Zuid-Afrika kunnen ontmoeten. Maar laat ik niet te veel praten, laat de kunst voor zichzelf spreken." Toen hieven de aanwezigen strijdliederen aan, zo krachtig en luid dat de vloer van het museum schudde. Zo kunnen strijdliederen dus klinken.

Van de driehonderd beeldend kunstenaars, schrijvers, acteurs en musici komen er ongeveer honderd uit Zuid-Afrika zelf. De rest leeft in ballingschap en is uit andere landen overgekomen. Enkele Zuidafrikanen hebben voor de manifestatie geen paspoort gekregen. Ook de dichter Wally Serote, die in Londen woont, kreeg van de Britse autoriteiten niet de vereiste papieren om Nederland binnen te komen. In het Muziektheater in Amsterdam presenteerden gisteravond de actrice Gerda Havertong en de acteur Jeroen Krabbé een grand gala. Veel Zuidafrikaanse musici lieten zien wat ze konden. Weer die strijdliederen. Of je het mooi vindt weet je eigenlijk niet. Het is anders. Jeroen Krabbé zei dat hij trots was binnenkort in een film tegen de apartheid te mogen spelen, tegen het „fascisme" van Botha. Gerda Havertong riep „Power to the people!" en „Amandla!", de leus

tegen apartheid. Daverend applaus. De komende week worden in Amsterdam vijf theaterstukken opgevoerd. Één daarvan is 'Sophiatown', vanaf woensdag te zien in De Brakke Grond. Het verhaal gaat over acht mensen die elkaar ontmoeten in de 'shebeen', een soort café in de wijk van Johannesburg die in 1955 werd gesloopt. Het stuk werd twee jaar geleden geschreven door de blanke Zuidafrikaan Malcolm Purkey in samenwerking met de Junction Avenue Theatre Company uit Johannesburg, het gezelschap waarvan hij regisseur is.

Sophiatown, zegt Malcolm Purkey, was in de jaren vijftig een getto vergelijkbaar met Harlem in New York. Er heerste grote armoede, maar er gebeurde van alles. Er was energie. Er woonden veel bekende schrijvers, onder wie bij voorbeeld Lewis Nkosi, die deze week ook in Nederland is. Purkey wil met zijn theater de geschiedenis van Zuid-Afrika 'herschrijven'. Een geschiedschrijving van slachtoffers van de apartheid bestaat immers niet, je gelooft toch niet dat kinderen op school ooit iets te horen krijgen over de ontruiming van Sophiatown?

Pag. 6: Vervolg

Zuid-Afrika in Amsterdam

Vervolg van pag. 1

„Hier in Europa", zegt regisseur Malcolm Purkey, „wordt gediscussieerd over de vraag of politiek en theater elkaar wel verdragen. Ik vind dat een weinig authentiek debat. Een kunstenaar die in Zuid-Afrika woont, kan zich niet aan de gevolgen van de apartheid onttrekken. Wie dat wel doet, is dom of zeer rechts. In Europa houdt de avantgarde zich bezig met nuances in de vorm. Daar hebben wij geen tijd voor. Wij hebben een verhaal te vertellen dat de moeite van het beluisteren waard is. Wij zijn de nieuwe Brechtianen van de theater." In theater De Balie is vanaf morgen Bopha! te zien, een voorstelling gemaakt in het Market Theatre in Johannesburg, een niet-gesubsidieerd produktiecen-' trum waar blanke en zwarte acteurs en regisseurs samenwerken. Bopha betekent Arrest, een bekend woord voor Zuidafrikanen die met de politie in aanraking zijn geweest. Bopha! is een voorstelling over de vraag of je als zwarte Zuidafrikaan politieman moet worden om vervolgens eventueel te worden ingezet tegen je eigen familie. Naar een idee van Percy Mtwa gingen de acteurs Aubrey Radebe, Aubrey Molesi en Sidney Khumalo een paar jaar geleden de townships in en ondervroegen personen over hun ervaringen met de politie. Aan de hand van van wat ze hoorden en aan de hand van hun eigen belevenissen maakten ze, samen met produktieleider Michael Maxwell, een voorstelling over collaboratie en verzet.

Acteur Aubrey Radebe was zelf ooit politieman. Nu niet meer. „Mijn vader was politieman", zegt hij. „Hij vond dat ik het ook moest worden. Het was de enige mogelijkheid om een baan te krijgen. Ik heb de opleiding van zes maanden doorlopen. Maar na drie maanden werken ben ik gestopt. Tijdens de opleiding was me geleerd iedereen die een overtreding begaat aan te houden. Maar als er op straat, wat verboden is, een blanke stond te plassen mocht ik hem niet aanhouden. Moest ik eerst een blanke collega erbij halen, die het er vervolgens maar bij liet zitten. Dan het salaris. Ik kreeg voor precies hetzelfde werk in dezelfde rang een kwart van het salaris van een blanke politieman. Verder kun je als zwarte politieman gedwongen worden op je eigen familie te moeten schieten. Dat wilde ik niet riskeren." De spelers van Bopha! vinden theater een uitstekend middel om de verhalen van slachtoffers van de apartheid aan een groot publiek duidelijk te maken. Maar pas op, zeggen ze: dat betekent niet dat we saai en loodzwaar politiek theater maken. Er mag gelachen worden. „In het huidige Zuid-Afrika kun je als kunstenaar geen theater maken over mooie bloemen", zegt Aubrey Molesi. „We zouden dat misschien wel willen, maar de werkelijkheid dringt zich op, overweldigt ons. Je kunt er niet omheen. Over een aantal jaren misschien, later." De Zuidafrikanen in Amsterdam willen de apartheid afschaffen. Dat zal ze niet meevallen. Maar ze zijn vastbesloten.