Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Malawi een zwart land

(maar niet zwart genoeg...).

Malawi, sinds 1964 onafhankelijk van Engeland, ligt temidden van de explosieve Afrikaanse Frontlijnstaten als een relatief vreedzame enclave-. Afgelopen woensdag vonden er parlementsverkiezingen plaats die de positie van ■president for life' Dokter Banda nog verder zullen versterken. Een enorme gebeurtenis in een land zonder televisie, met maar één radiostation en... een nogal exclusief uitzicht op het zuiden. Carolijn Visser De Britten noemden het Nyasaland en maakten het in 1896 tot een protectoraat. De Britse kolonialen woonden er niet voor hun plezier. Ze vonden het een 'imperial slum'; er waren geen grondstoffen en de bevolking was arm en achterlijk. In 1964 dwong Dokter Banda de onafhankelijkheid af. Hij was geboren rond 1900 in een gehucht in het midden van het land en had in zijn bewogen leven een dokterspraktijk gehad in Londen en in het Westafrikaanse Ghana. Hij werd de eerste en tot nog toe de enige president. Niemand gaf het nieuwe Malawi veel overlevingskans. Toch beleefde het een economische groei en een stijgende agrarische export; een kapitalistisch wonderkind, omringd door de grote socialistische buren Mozambique, Zambia en Tanzania. Ook Malawi kent zijn schaduwzijden: als het land in de Westerse pers genoemd wordt is het meestal vanwege de mensenrechten die geschonden worden. Desondanks is het een van de weinige Afrikaanse staten waar sinds de onafhankelijkheid vrede heerst. De zes miljoen inwoners tellen negen verschillende stammen, maar dat heeft nooit tot bloedige strijd geleid. Malawi: een Afrikaans paradijs met zeer scherpe kanten. 'We hebben geluk gehad,' zegt een zwarte man voor mij in de rij bij het wisselkantoor op het vliegveld.- 1 'De Kwacha is vannacht met twintig procent gedevalueerd.' Tevreden stopt hij een dikke stapel bankbiljetten in zijn zak. We zijn de enige passagiers in de airconditioned bus die ons naar Llilongwe, de hoofdstad van Malawi, zal brengen. De man praat voortdurend, zijn enthousiaste stem en zijn beweeglijke handen vullen de gehele lege bus. 'Ik kom uit Johannesburg,' zegt hij, 'een geweldige stad,, moet je echt eens naar toe.' Hij is geboren in Malawi en op jonge leeftijd met zijn ouders naar Zuid-Afrika verhuisd, waar zijn vader in een mijn werkte. Er zijn altijd al veel Malawianen als gastarbeider naar Zuid-Afrika gegaan. 'En nu bent u zakenman?' vraagt de conducteur, die het gesprek gevolgd heeft, vol bewondering. De man knikt. 'En de problemen, The Fighting?' 'Ach,' zegt de zakenman, 'het is overal wat.' Ik kijk nog eens goed naar zijn opgewekte, open gezicht en zijn mooie attaché-koffertje, maar ik geloof geen woord van zijn levensverhaal: het kind van een arme, zwarte immigrant in ZuidAfrika die nu de hele wereld afeist, een fortuin verdient en zich niet aan de apartheid stoort. Hij zuigt het volgens mij allemaal uit zijn duim om buitenlandse bezoekers te verwarren, of hij is gehersenspoeld door de vele jaren in Zuid-Afrika. Parklandschap Buiten golven groene heuvels, maïs staat hoog op de akkers met hier en daar een hut ertussen als e en reuze-paddestoel. Vrouwen met kinderen op hun rug gebonden en emmers op hun hoofd lopen langs de kant van de weg. Ander verkeer is er niet. Zodra we het bord City limits öf Llilongwe passeren maakt de maïs plaats voor rijen acacia's die ontelbare gele bloemen torsen. Daaronder liggen groene gazons die steeds onderbroken worden' door aangeplante bamboe, yuc£a s, bloembedden en palmen. Huizen zijn er niet te zien, wel y eel tuinlieden die met kapmessen

het gras en de struiken in bedwang proberen te houden. Wel zijn er meer auto's op de weg, met blanke en zwarte bestuurders. In het parklandschap zijn talloze paden uitgesleten waarover Malawiaanse mannen en vrouwen met vrachten op hun hoofd doelgericht hun weg gaan. Waar ze vandaan komen of waar ze heen gaan, is een raadsel. Opeens staat tussen het lover een groot futuristisch gebouw, de wanden betegeld met prachtige steen. Reserve Bank of Malawi,kan ik nog net lezen voordat bomen met rode bloemen mij het gezicht erop ontnemen. In het restaurant van het dure Capital Hotel zitten twee blanke mannen in grijs kostuum te eten, bekeken door de houten Afrikaanse maskers aan de muur. Bij een fontein drinkt een blonde vrouw Cola met een jengelend kind. In het hele keurig verzorgde complex heerst de troosteloze elegantie van Suburbia. Hier wil ik niet blijven. Een taxi brengt mij naar een ander hotel dwars door het park, tien kilometer verderop. De parkeerplaats is druk bezet. Op een terras zitten keurig geklede zwarte mannen, blanke mannen in shorts, Japanners, dronken zwarte mannen en haveloze toeristen met grote rugzakken. De Zuidafrikaanse zwarte zakenman uit de vliegveldbus is hier ook. Hij staat bij de balie waar de receptionist druk bezig is allemaal cijfertjes in een bord te schuiven. 'Ai' zegt de zakenman getroffen. 'De prijzen zijn nét met 20% gestegen.' Mijn kamer heeft, hoe kan het ook anders, uitzicht op een tuin vol bloemen. Een televisie staat er niet. Er is geen televisie in Malawi. Wel een radio met één station. Als ik de knop omdraai val ik midden in een toespraak van de president. 'Drie dingen zijn belangrijk,' zegt hij. 'Iedereen moet te eten hebben, iedereen moet fatsoenlijke kleren hebben en een dak boven z'n hoofd dat niet lekt.' Het daverende applaus wordt onderbroken door de stem van een commentator. 'De mensen in het zuiden waren vandaag uitzinnig van vreugde door het bezoek van onze president for life DokerHastings Kamuzu Banda. Duizenden mensen dansten om zijn komst luister bij te zetten.' Almere Ik was mijn reis eigenlijk liever in het zuiden begonnen, in Blantyre, de stad die tot vijf jaar geleden de hoofdstad was. Daar wonen 200.000 mensen, twee keer zoveel als in Llilongwe. De koloniale administratie zetelde in het zuiden, er moeten nog talloze

prachtige oude gebouwen te vinden zijn. Blantyre heeft een paar winkelstraten, een hart, oude hotels en een Engelse Club op loopafstand. Nog steeds zijn daar de bedrijven gevestigd met namen van Britse families die al in de tijd van 'Nyasaland' een belangrijke rol speelden. Tot vijf jaar geleden landden alle internationale vluchten daar. De nieuwe hoofdstad was een idee van de president en van hem alleen. Aanvankelijk wilde alleen Zuid-Afrika hem geld lenen voor het projekt, later sprongen ook andere Westerse landen bij. Toch kan ik me de behoefte aan een nieuw centrum goed voorstellen. In het zuiden drukt de koloniale erfenis waarschijnlijk te zwaar. In Llilongwe kan het land opnieuw beginnen. In dit geval met een hoofdstad als een tropisch Almere. Tussen alle wijken ligt kilometers park. Wie het centrum zoekt, zoekt vergeefs.

Ik wil in deze stad twee mensen bezoeken, een Westerse diplomaat en een plaatselijke radiojournalist. Misschien heb ik zijn stem wel gehoord. Het kantoor van de Malawi Broadcasting Corporation ligt iets buiten de stad en ik moet even wachten voordat ik de journalist kan spreken. Op een tafel ligt een programmakrantje waaruit blijkt dat zeer veel uitzendingen van educatieve aard zijn. Vandaag om tien uur werd de vraag beantwoord waarom er zoveel verschillende soorten mais zijn. Na het nieuws sprak mr. Lavifosi uit een veraf gelegen dorp. over veevoer. Een uur later zal mr. Jakapuka het hebben over het onderhoud van gereedschap. Dan is er Zaïrese muziek. Als ik word binnengelaten in het bescheiden kantoor van de journalist zit hij onder een prikbord met postkaarten uit de hele wereld. Voortdurend komen mensen binnen die allerlei

papieren willen laten ondertekenen en dringende vragen hebben. 'Wij zijn gezegend,' zegt de journalist tussen de bedrijven door, 'met een groot respect voor autoriteiten. In Malawi doen de mensen wat hun gezegd wordt. Heeft u bijvoorbeeld klachten over de service in het hotel?' Helemaal niet, haast ik mij te zeggen. 'Dat bedoel ik nou,' zegt de journalist. 'Hier bestaat nog discipline en alles wérkt. Dat kan u niet zeggen van de landen om ons heen, daar heerst namelijk chaos.' En wat is het geheim van deze goedlopende machine? vraag ik. 'De vooruitziende blik van onze president,' zegt hij zonder een moment te denken. 'Toen onze president in 1958 terugkeerde uit het buitenland, zei hij tegen de mensen: I have no magie! Ik kom geen geld brengen. Malawi is arm en iedereen zal hard moeten

werken om daar iets aan te veranderen. En nu heeft iedereen te eten, kleren en een dak boven z'n hoofd dat niet lekt.' Humanisme De filosofie van president Banda is blijkbaar niet moeilijk uit het hoofd te leren. Ik moet denken aan de ontwikkelingstheorieën van andere Afrikaanse leiders die ik op de middelbare school leerde in de zeventiger jaren. De voormalige president van Tanzania, Nyerere, noemde zijn ideaal 'Ujaama,' een rurale socialistische samenlevingsvorm gebaseerd op Afrikaanse tradities, met het doel een betere, gelijkwaardige wereld te scheppen. President Kaunda van Zambia ontwikkelde het 'Afrikaanse Humanisme', dat moest leiden tot de opbouw van een anti-kapitalistisch Zambia waarin de mens centraal stond. Het eten, de kleren en het dak van president Banda lijken wat prozaïsch naast al deze woorden. Tegelijkertijd krijgen de idealistische theorieën iets van een valse glans naast deze Malawiaanse No Nonsense. Als ik het Zambiaanse Humanisme noem, reageert de journalist schamper. Hij heeft in dat land veel reportages over landbouw gemaakt. 'De mensen kunnen daar geen hark meer vasthouden,' zegt hij. 'Ze hebben zich destijds helemaal op het koper georiënteerd en nu de prijs gedaald is, zitten ze met de brokken. Meer dan de helft van de mensen woont in steden, er is

geen werk, wel hoge inflatie en er wordt te weinig voedsel geproduceerd.' Allemaal het gevolg van slecht, inefficiënt beleid, volgens de journalist. 'Hier woont 90% van de mensen nog op het platteland. Wij hebben geen shanty-towns. De president zegt altijd: wie geen opleiding heeft, hoeft niet naar de stad te komen, want die is beter af in zijn dorp.' Hoe is het mogelijk, vraag ik hem, het gesprek een heel andere wending gevend, dat Malawi, een land met een zwarte leider, officieel betrekkingen heeft met Zuid-Afrika? Hij kijkt verschrikt. 'Onze president is tegen apartheid, maar je kunt wel handel drijven met je vijand. Bovendien, kijk maar eens in de winkels in de hoofdstad van Zambia, Lusaka, die liggen vol met Zuidafrikaanse produkten en waar dacht je dat ze de meeste van hun grondstoffen vandaan haalden? Wij doen openlijk wat zij via tussenhandelaren doen.' In Nederland, zeg ik, kan men dat toch niet begrijpen, daarom krijgt Malawi in verhouding weinig steun van ons. Zambia, weliswaar groter, maar met net zoveel inwoners, krijgt vier keer zoveel. 'Hiernaast staat een kerk,' zegt de journalist geïrriteerd. 'Vroeger heette die de Dutch Reformed Church, opgezet door Nederlandse zendelingen die via Zuid-Afrika naar Malawi kwamen. De Nederlanders en Zuidafrikanen zijn familie van elkaar. Hoe kunnen jullie elkaar bestrijden?' Hij maakt een cirkelvormige beweging met zijn hand en als ik vraag wat hij daarmee bedoelt zegt hij: 'Ik moet opeens denken aan een krokodil die zijn eigen staart probeert op te eten.' Footing De diplomaat en zijn vrouw zijn nog niet thuis, vertelt een toegesnelde tuinman. Ik mag wachten op het terras en krijg van de kok een glaasje lemon squash. Ik vraag hem waar de mensen in deze stad wonen als ze zich geen villa kunnen permitteren. 'Wij wonen in de servants quarters, madam, hier achter het huis.' Maar niet iedereen werkt voor een • familie, houd ik vol, waar wonen de tuinlieden bijvoorbeeld, die in de stad werken? 'Veel mensen wonen in dorpjes, madam, buiten de stad. Soms beginnen ze om vier uur 's morgens te lopen om op tijd op hun werk te zijn.' En de bus? 'Well, madam, je kunt op de bus wachten, maar of hij ook komt is een tweede. Better go footing, madam.' En wie loopt er over al die paden die kriskras door de stad lopen. 'Dat zijn de mensen zonder auto, madam, they like to take shortcuts.' Dan verontschuldigt hij zich om weer aan het werk te gaan. De Deense vrouw van de diplomaat scheurt even later de tuin binnen in een kleine rode auto. 'Er was een ongeluk,' zegt ze bezorgd. Tk zag de auto van een vrouw die voor de Duitse ambassade werkt, helemaal verkreukeld. Ze hebben haar naar het ziekenhuis gebracht.' Ze griezelt. 'Daar is iedereen hier zo bang voor, om gewond in het ziekenhuis te belanden, je bent zo onzeker met die aids. Wanneer je iets hebt zorgt de ambassade voor zo snel mogelijk vervoer naar Zuid-Afrika, maar als het ernstig is, is daarvoor natuurlijk geen tijd.' De diplomaat wordt voor de deur afgezet door een collega. 'Heb je het paleis in aanbouw al gezien?' vraagt hij. Tussen de bomen zie ik nu voor het eerst een immens gebouw aan de overkant van een vallei. 'Het nieuwe optrekje van de president. Hij heeft er ook nog een in het noorden, een in het zuiden en een in zijn geboortedorp.' De kok serveert op dat moment de soep. 'Je moet niet zo praten over de president als Charles er bij is,' zegt z'n vrouw. 'Hij is er van overtuigd dat je niet zo praten mag.' Dan zegt ze tegen mij dat ze er tegenop heeft gezien naar Malawi te komen, want het is zo'n reactionair land. 'Toch heeft die oude heer het niet zo slecht gedaan,' vindt haar man. 'Dit is een van de weinige Afrikaanse landen waar iets opgebouwd is na de onafhankelijkheid. Ze exporteren nu voedsel en gedurende de laatste tien jaar zijn de wegen van noord tot zuid geasfalteerd.' De Westerse landen zijn vaak hypocriet, vindt hij. 'In Zambia, net over de grens, zitten Deense, Zweedse en Nederlandse ontwikkelingswerkers op een kluitje. In Malawi

zijn er vrijwel geen. Ze komen wél hier inkopen doen, want hier is van alles te krijgen.' De enige reden waarom Malawi minder ontwikkelingshulp krijgt is volgens hem de band met Zuid-Afrika. Niet de mensenrechten die geschonden worden. 'Als je dat als uitgangspunt neemt hier in Afrika, kun je niemand hulp geven. Hier wegen de mensenrechten zwaarder, vanwege Zuid-Afrika. Malawi is een zwart land dat niet zwart genoeg is. Terwijl de meeste ontwikkelingsspecialisten tot dezelfde conclusie komen als Banda twintig jaar geleden: eerst moet de landbouw op poten gezet worden, pas daarna heeft het zin om aan industrie, onderwijs, en gezondheidszorg te denken. Elke andere aanpak heeft gefaald.' En de keerzijde van president Banda? 'Kritiek op hem is uitgesloten, dat wordt gezien als een moordaanslag. Maar wijs mij een Afrikaans land waar oppositie wordt getolereerd. De repressie hier is groot, dat valt niet te ontkennen. Wie wil er een glaasje wijn?' t Hij schenkt uit een fles waarvan de tekst op het etiket heel helder tot mij doordringt: 'Kooperatieve Wijnbouwers Vereeniging Beperkt, Transvaal.' De diplomaat en zijn vrouw spreken Engels, het lijkt even alsof het een persoonlijke boodschap is voor mij, de Nederlandse. 'Maak je geen zorgen,' zegt de diplomaat, 'als je bij Kaunda gaat eten krijg je ook Zuidafrikaanse wijn te drinken.' Ik vraag het 'zoontje, dat naast mij aan tafel zit, wat voor kinderen er bij hem in de klas zitten. 'Two blacks,' zegt hij, 'de rest is blank.' 'Toe nou,' zegt z'n moeder. Twee Malawianen moet je zeggen.' 'Toch zijn ze zwart,' zegt het jongetje pesterig. Zijn moeder zucht. Ze vindt het moeilijk, zegt ze, om een integer mens te blijven in Malawi. Tussen haar en haar personeel bestaat een enorme afstand, en haar kinderen zien dat als iets vanzelfsprekends. De Britse vrouwen met wie ze vaak thee drinkt vindt ze ronduit koloniaal. Hun Malawiaanse vrienden hebben goede banen en houden de president de hand boven het hoofd. Hun Indiase vrienden, die al generaties lang in Malawi wonen, worden gediscrimineerd. Ze moeten bijvoorbeeld in speciale wijken wonen. Nooit zouden zij een Indiër als buurman kunnen hebben. Haar verwarring wordt steeds groter, zegt ze, omdat ze eens in de drie maanden naar Johannesburg gaat voor medische controle. 'Daar voel je die rassenscheiding heel sterk,' zegt ze. 'Hier heb je het ook, maar anders.' Ze voert altijd lange discussies over apartheid met haar gynaecoloog, een onwrikbare Afrikaner. Niemand in Europa vertelt ze over die trips. 'Mijn moeder zou zich maar zorgen maken over mijn veiligheid en mijn vrienden, ja, die zouden denken dat ik de apartheid steun.' Kaas Terug op het terras van het Llilongwe hotel zie ik de Zuidafrikaanse zakenman weer, met wie ik in de vliegveldbus zat. Hij voert het hoogste woord tegen een andere zwarte heer in een keurig pak. 'Dit is een vriend van mij,' zegt hij. 'Uit Zambia, hij werkt voor de regering. Hij wil hier Zambiaanse kaas verkopen, maar de kwaliteit van z'n kaas vervolg op pagina 5

Banda ontvangt de voormalige president van Zuid-Afrika mr. J.J. Fouche.