Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Mode

'Beunhazen belagen werk glasgraveur'

Door onze redacteur F.G. DE RUITER ARNHEM, 1 mei — Guido van Hassel wil het woord ambacht niet in de mond nemen als hij over zijn vak praat: het met de hand graveren van enerzijds gouden en zilveren en anderzijds glazen voorwerpen, ,,'t Is allemaal ambachtelijk wat de klok slaat. Vroeger stond die term nog voor iets, maar tegenwoordig staat het voor puur hobbyisme, zoals dat bedreven wordt op braderieën en jaarmarkten. Speciaal in mijn beroep. Vooral het glasgraveren is aan een ernstige vervlakking onderhevig. De mensen verslijten een uit de hand gelopen tijdverdrijf voor vakwerk. Ze weten niet meer waar de echte handgraveur begint en de beunhaas ophoudt". Van Hassel (28) genoot zijn vooropleiding aan de vakschool in Schoonhoven en werkte bij diverse patroons voor hij in 1982 zijn eigen atelier in de oude binnenstad van Arnhem opende. Een kleine ruimte aan de Bentinckstraat, waar hij zowel metalen (vooral de edele) als glas en kristal via de kaploep in ogenschouw neemt. Handgraveurs zijn er nog maar een stuk of tien in Nederland en de combinatie waarop hij zich toelegde, is nog zeldzamer. „Het zijn in feite twee beroepen met elk hun eigen technieken", aldus Van Hassel onder het hanteren van een burijn (steker of guts) om een monogram uit te snijden in een kostbare gouden armband. Diamantstift en carborundumsteen staan gereed voor de bewerking van een sierlijke flacon, waar het wapen van de provincie op moet verschijnen. Vignet Aan klanten heeft Van Hassel, naar hij zegt, geen gebrek. „De kenner weet het juiste adres wel te vinden". Zijn opdrachtgevers zijn particulieren die een naam, datum of korte spreuk in hun sieraad willen vastleggen; bedrijven die vragen het vignet van de firma in schaal of karaf te graveren en overheden met weer andere verlangens. Toch maakt hij zich zorgen en die betreffen de kwaliteit van graveerwerk in algemene zin. „Ons vak", zegt hij, „wordt van twee kanten belaagd. Ten eerste door het machinale werk, ten tweede door uit de kluiten geschoten hobbyisten". In het eerste geval gaat zijn kritiek richting juweliers, die volgens hem praktisch geen voorlichting geven over de mogelijkheden van graveren. Van Hassel: „Iemand koopt een gouden ring van duizend gulden en wil er zijn naam in hebben. Dat doet dan de juwelier zelf met een machine. De gravure wordt in het metaal gekrast, want meer dan krassen is het niet. Hij verplaatst alleen materiaal, zodat er een braam ontstaat. Je kunt dat vergelijken met krassen in het

zand. Er rijst aan weerszijden een bergje op en die twee bergjes samen vormen de letter. Dan komt de wind eroverheen en blaast de bergjes weg. De letter verdwijnt. Zo gaat het ook met een ingekrast sieraad. Door het gebruik slijt de braam en de letters vervagen. En dan spreek ik niet van jaren, maar van maanden. „De handgraveur daarentegen verplaats geen materiaal, in dit geval goud, maar snijdt het weg en dat is ook voelbaar. Bij ons zit de letter niet op, maar in het metaal en dat betekent dat de gravure onverslijtbaar is. Ze gaat een leven lang mee. Dat is het grote kwaliteitsverschil tussen de machinale, ingekraste gravure en handwerk, maar dat wordt in 95 procent van de gevallen niet aan de consument verteld". Prijsverschil Kwaliteitsverschil zal ook wel een prijsverschil geven. Van Hassel: „Natuurlijk. Handgraveren is gemiddeld ruim twee keer zo duur als het machinale werk. Bij juweliers wordt een sieraad vaak gratis gegraveerd. Maar als dan na een maand of drie de letters vervagen, komt de klant terug om het over te laten doen. Dan betaalt hij pakweg één gulden per letter, maar weer met snelle kans op slijtage. Bij ons kost het twee gulden vijftig per letter, maar dat is dan gegarandeerd voor het leven. Daarom is men op den duur bij ons goedkoper uit. „Kijk, dat neem ik de juweliers kwalijk, dat ze klanten die keuzemogelijkheid niet bieden. Terwijl elke juwelier toch wel connecties heeft met een handgraveur, ergens in het land, waar de klant, als hij daar op staat, terecht kan. Men zal bovendien ontdekken dat onze letters, die

wij dus met de burijn uitsnijden in plaats van domweg in te krassen, gaan léven. Het zijn geen dode letters, ze hebben karakter". Hobbyisten De vervlakking of verloedering van het vak tekent zich ook op ander terrein af. Van Hassel doelt op het glasgraveren als werk van de amateur. „Dat heeft een hoge vlucht genomen", zegt hij. „Er zijn duizenden mensen die een diamantpunt hebben aangeschaft en zich bezighouden met glaskrassen of ritsen, zoals dat heet. Prachtig natuurlijk, ik juich het toe dat iemand zijn vrije tijd op zo'n manier verdrijft. Laat ze maar krassen of ritsen. Voor eigen gebruik, voor familie en kennissen. „Maar het wordt anders als ze met die hobby naar buiten treden en eraan gaan verdienen. Dat zie je op vrij grote schaal gebeuren. Ze hebben een machinaal graveersetje gekocht, compleet met carborundumstenen, en staan in een kraam op braderie of jaarmarkt. In het kader van de oude ambachten. Alsof er iets professioneels geboden wordt, terwijl het flodderwerk is. Voor vijf gulden wordt je naam in een glas gekrast en je krijgt dat glas er gratis bij. Die praktijk heeft de laatste jaren zo'n opgang gemaakt, dat het echte glasgraveren als beroep, als oprecht handwerk in de verdrukking komt". Calligraferen Weer dient zich de relatie kwaliteit en prijs aan. Van Hassel: „Neem mijn eigen naam: Guido van Hassel, veertien letters. Dat kost me op de markt dus vijf gulden, inclusief het glas. Maar bij de echte handgraveur,

zoals ik er een ben, ƒ 1,50 per letter en de hoofdletters het dubbele tarief, dus samen ƒ 24 en dan nog zonder glas. Maar wat een kwaliteitsverschil! De man op de braderie kan meestal maar één ding en dat is zijn eigen handschrift op het glas overbrengen. Wij daarentegen bootsen elk handschrift na, handtekeningen, parafen, complete teksten volgens het origineel. „Ik heb zojuist twee verschillende handschriften uit de vorige eeuw op glazen voorwerpen gegraveerd: fragmenten uit een briefwisseling tussen geliefden. Daar hebben we onze eigen technieken voor. We verstaan bovendien de kunst van het calligraferen: het verantwoord gebruik van lettertypes of voorstellingen. Maar op de braderie rommelen ze maar wat aan. Ambachtelijk heet dat ook nog. Daar kan ik bedroefd om worden, daarom zal je je mij die term niet horen gebruiken. „Maar wat denken de mensen? Ze denken dat zo'n hobby het echte glasgraveren is, zeker als zo iemand zich aanprijst als 'meesterglasgraveur', zoals ik onlangs meemaakte. Bovendien schrikken ze bij ons van de prijs. Dan zeggen ze: 'Vorige week, op de braderie in Arnhem-Zuid, kostte het me vijf gulden en bij u moet ik vier keer zo veel betalen. En daar was het na tien minuten klaar en bij u moet ik anderhalve week wachten' Ja, zo praten de mensen en zo zie je de vervlakking om zich heen grijpen. Natuurlijk, we ondervinden concurrentie van de hobbyisten, maar dat staat voor mij niet voorop. Wat me aan het hart gaat, is dat flodderwerk voor oprecht glasgraveren wordt versleten. Er is zo veel rommel in omloop, terwijl een gravure in glas, goud of zilver er zo mooi en verantwoord kan uitzien".

De graveur Guido van Hassel met kaploep aan het werk. (Foto NRC Handelsblad/ Freddy Rikken)