Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Energie

Sommige deskundigen denken dat de olieprijs komende drie tot vier jaren in de buurt van 15 dollar per vat zal liggen Olieconcerns weigeren langlopende contracten af te sluiten

Door onze redacteur BEN GREIF ROTTERDAM, 24 jan. — Op het eerste gezicht lijkt het in december gesloten Opec-akkoord over vermindering van de olieproduktie en de terugkeer naar een systeem van vaste prijzen een succes te worden. De olieprijzen op de internationale spot- en termijnmarkten zijn sinds het akkoord van Genève geleidelijk gestegen van 14 dollar tot om en nabij de 18 a 19 dollar per vat, het peil dat de 13 Opec-landen nastreven. Maar naarmate 1 februari nadert, de datum waarop de officiële vaste prijzen van kracht moeten worden, groeit bij olie-industrie en -handel de twijfel over de soliditeit en de drukbestendigheid van Opecs afspraken. Een veelgehoorde opinie onder oliedeskundigen is dat de echte test van het akkoord pas zal plaatshebben in maart of april, wanneer de vraag naar olie na de winterperiode altijd fiks terugzakt. Sommigen, waaronder directeur B. Jetses van de Nam (de Nederlandse aardolie maatschappij), kunnen zich nauwelijks voorstellen dat de olieprijs lang op het huidige niveau zal blijven. Jetses rekent voor de komende drie tot vier jaar met een prijs die eerder in de buurt van de 15 dollar dan van de 18 dollar ligt. De Oeso, de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling, gaat in haar Economie Outlook in ieder geval voor 1987 en voor volgend jaar nog uit van 15 dollar. Of de Opec erin zal slagen na de desastreuze prijs- en produktieoorlog van het afgelopen jaar orde op zaken te stellen, hangt in de allereerste plaats af van de interne discipline. Bij het minste of geringste teken dat een vjin de dertien lidstaten zich niet houdt aan de toegestane produktielimiet of met het geven van kortingen begint, zal het met zoveel moeite

in Geneve opgetrokken bouwsel van afspraken ineenstorten. Geweigerd De twijfels over Opecs kans op succes worden gevoed door de aarzeling bij met name de grote internationale oliemaatschappijen om voor langere termijn contracten tegen vaste prijzen af te sluiten. Saoedi-Arabië heeft zijn afnemers contracten voor vijf maanden aangeboden, maar de olieconcerns Exxon, Mobil, Texaco en Chevron (de zogenoemde Aramco-partners) hebben tot nu toe geweigerd zich vast te leggen. Zij geven er, volgens het blad Middle East Economie Survey, de voorkeur aan om per maand te beslissen, omdat ze bang zijn te veel voor hun olie te betalen indien de prijzen in het voorjaar opnieuw

zouden kelderen. Factoren die een ondermijning van het Opec-akkoord in de hand kunnen werken, zijn de nog steeds omvangrijke voorraden (hoewel die door de recente koudeperiode in Europa waarschijnlijk wel iets zijn geslonken) en de scherpe daling van de dollarkoers. Eind december waren volgens het Internationale energie agentschap (IEA) in Parijs nog ruim 450 miljoen vaten olie in de industrielanden in voorraad. Het is heel wel denkbaar dat de houders van die voorraden daarop enige tijd zullen interen, al was het alleen maar om te zien hoe standvastig de Opec zich gedraagt, wanneer de vraag naar haar olie tegenvalt. Dollar De sinds december met een procent of tien goedkoper geworden

dollar kan een reden te meer zijn voor individuele Opec-landen om toch — stiekum — meer olie te exporteren dan de afspraken toestaan. Aan de basis van het akkoord van december lag immers het bijna wanhopige streven van de olielanden ten grondslag om hun inkomsten uit olie, waarop in 1986 een miljardenaanslag is gepleegd, althans weer enigszins te herstellen. Het afglijden van de dollar heeft echter de tot nu toe geboekte prijsstijging met 4 tot 5 dollar alweer voor een flink stuk geërodeerd. Dat zal de verleiding om weer een toevlucht te nemen tot bedrog voor sommige minder gefortuneerde Opecleden alleen maar groter maken. De winter in Europa speelde Opec even in de kaart, maar de ontwikkeling van de dollarkoers vormt een forse tegenslag.

Tot nu toe hebben slechts negen van de dertien Opec-lidstaten hun afnemers officieel laten weten dat ze met ingang van 1 februari met vaste prijzen gaan werken en dat dus alle andere prijsformules (contracten op zogenoemde net-back-basis en contracten gerelateerd aan de noteringen op de markt voor prompte levering) worden afgeschaft. Venezuela en Indonesië hebben weliswaar gezegd dat zij ook meedoen, maar concrete vaste prijzen hebben zij nog niet bekendgemaakt. De kleine Opec-landen Gabon en Ecuador hebben nog helemaal niets laten horen. Non-Opec Een aantal olieproducerende landen buiten de Opec, waaronder Egypte, Noorwegen en Oman, heeft het kartel steun toegezegd in de vorm van vrijwillige produktiebeperkingen. Maar de toezeggingen zijn lang niet altijd even hard. De Egyptische toezegging die de Saoedische olieminister Hisham Nazer onlangs bij zijn bezoek aan Kairo kreeg was nogal vaag. En zelfs het besluit van Noorwegen om in de eerste helft van dit jaar de olieproduktie met 7,5 procent te beperken heeft niet zoveel om het lijf, want het gaat bij de Noren niet om een vermindering maar om een minder grote uitbreiding van de produktie dan voorzien. Per saldo blijft Noorwegen in de eerste zes maanden evenveel olie produceren als voorheen. Bovendien heeft de Noorse olieminister Arne Oeien gewaarschuwd dat het besluit van Oslo op zeer korte termijn kan worden teruggedraaid, mocht blijken dat de Öpec-leden zich niet houden aan hun produktiequota. Noorwegen is overigens niet van plan om net als de Opec weer vaste olieprijzen te hanteren. Een twijfelgeval is verder Mexico, met een produktie van

1,35 miljoen vaten per dag en een nog veel grotere capaciteit een belangrijke factor op de oliemarkt. Mexico is in het recente verleden vaak solidair met Opec geweest, maar verwacht wordt dat het land nu eerst de kat uit de boom zal kijken voordat wordt besloten tot het weer invoeren van vaste olieprijzen. Verdere produktieverlaging van Mexico, dat ooit dagelijks 2,5 miljoen vaten leverde, zit er niet in. Sovjet-Unie Ook Moskou ontving begin deze week bezoek van minister Nazer van Saoedi-Arabië die graag wilde weten hoe de Sovjets hun verbale steunbetuigingen aan de Opec denken waar te maken. De uitkomst van het overleg is volgens Nazer dat de Russen hun olie-export met 7 procent willen inkrimpen. Op de Sovjet-olieproduktie zal dat besluit vermoedelijk weinig invloed hebben. Eerder is zelfs al aangekondigd dat de Russen hun olieproduktie, zij het voornamelijk voor eigen gebruik, juist willen opvoeren. Maar in de oliehandel is het een bekend gegeven dat de Sovjets er, gezien hun aanhoudend grote behoefte aan harde valuta, altijd alleen maar op uit zijn te profiteren van marktontwikkelingen. Hoe serieus de toezegging van Moskou moet worden genomen om de export wat te beteugelen, is daarom de grote vraag. Hoewel de oliemarkt er oppervlakkig gezien nogal willig bij ligt, op langere termijn blijven de fundamentele factoren die de markt bepalen in hoofdzaak zwak. Als iemand de stand van zaken kan beoordelen is het wel sjeik Zaki Yamani, de in november afgezette Saoedische olieminister. Tegen een verslaggever van het Franse persbureau AFP zei hij onlangs:„Ik heb mijn twijfels over het jongste akkoord".

De Noorse olie- en energieminsiter Arne Oeien (links) begroet zijn Saoedische collega Hisham Nazer op het vliegveld van Oslo. (Foto AP)