Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Defensie

Egypte houdt opties open inzake Irak

Door onze correspondent HARM BOTJE KAIRO, 22 jan. — Egypte heeft aan Irak de laatste tijd geen wapens of vliegtuigen geleverd, maar staat klaar aan Iraakse aanvraag te voldoen zodra Bagdad de wens te kennen geeft. Dat heeft zowel president Hosni Mubarak als minister van defensie Abu Gazala deze week gezegd. Abu Gazala voegde daaraan toe dat er geen manschappen van het reguliere Egyptische leger in Irak, of elders buiten Egyptes grenzen vechten, maar dat er in „alle Arabische landen, op drie na, Egyptische militaire experts aanwezig zijn". Die drie landen zijn, zo begrijpt iedereen in Kairo, Syrië, Libië en Zuid-Jemen. „De Egyptische militaire experts in Irak zijn strikt genomen niet bij de oorlogvoering in Irak betrokken en Irak heeft dus ook niet om troepen gevraagd," aldus veldmaarschalk Abu Gazala in een toespraak tot afzwaaiende officieren in Ismaïlia aan het Suezkanaal. De Egyptische minister sprak geruchten tegen dat Egypte samen met de Verenigde Staten van plan is ten gunste van Irak in de Golfoorlog te interveniëren. Die geruchten kwamen vorige week in de wereld na het bezoek aan Egypte van een Amerikaanse vlootcommandant. President Mubarak heeft de laatste paar dagen een stroom van interviews afgegeven aan allerlei kranten in de Golf naar aanleiding van Egyptes hernieuwde deelneming aan de komende Islamitische topconferentie in Koeweit, waarbij hij persoonlijk tegenwoordig

zal zijn. In die interviews vroeg het Egyptische staatshoofd zich af of wapen- en troepenzendingen naar Irak wel het middel zijn om een eind aan de oorlog te maken. „Irak heeft geen wapens nodig," aldus Mubarak, „het heeft wapens genoeg". En wat betreft eventuele Egyptische troepenzendingen naar het IraaksIraanse front, zag Mubarak nogal wat problemen. „Als Egyptes president kan ik niet zomaar troepen sturen zonder de grondwettelijke instituties van de republiek te hebben geraadpleegd. Zelfs gesteld dat er een Iraaks-Egyptisch akkoord over troepenzendingen zou komen, wat zulien de supermogendheden van zo'n rechtstreekse Egyptische militaire betrokkenheid bij de Golfoorlog vinden en wat zijn de gevolgen voor de regio? Men mag over zoiets niet al te lichtvaardig denken." Volgens het Egyptische staatshoofd behoren de Egyptische krijgsgevangenen in Iraanse handen

tot „gewone Egyptische burgers die naar Irak gingen om daar te werken of daar zich als vrijwilliger aan te melden om aan de zijde van hun Iraakse broeders te strijden." Er werkten ooit 2 miljoen Egyptische gastarbeiders in Irak, terwijl volgens officiële cijfers van Bagdad zo'n 20.000 Egyptische vrijwilligers aan Iraakse kant meevechten. De Soedanese minister van buitenlandse zaken Sherif Zein el Hindin, die onlangs samen met Soedans premier Sadeq el Mahdi Iran bezocht, zei begin januari in Khartoum dat Iran bereid leek de kwestie van de Soedanese en Egyptische krijgsgevangenen te bekijken. Maar sindsdien is in Teheran gezegd dat de krijgsgevangen Egyptenaren beschouwd worden als „huurlingen van Irak" en dat ze behandeld zullen worden zoals „huurlingen betaamt". Men hoort in Egypte in ieder geval nooits iets over de Egyptische

krijgsgevangenen in Iran. Ook via het Rode Kruis zijn, voor zover bekend, nimmer brieven van hen in Egypte gearriveerd. Nogal wat Egyptenaren die hun Iraakse werkkring recentelijk verlieten zeggen daarnaast dat gedaan te hebben omdat de druk op hen dienst te nemen in het Iraakse leger steeds sterker wordt. Alle geruststellende woorden van officiële zijde in Kairo ten spijt is er in Egypte toch een toenemende zenuwachtigheid ten aanzien van de oorlog waar te nemen. „Iran is stelselmatig aan het uitproberen waar precies de zwakke schakels in de Iraakse verdediging zitten," aldus militaire kringen in Kairo. „Het heeft die zwakke schakel nog steeds niet gevonden en misschien is de Iraakse verdediging zo goed dat er geen zwakke schakels zijn. Desalniettemin zijn de Iraniërs tijdens het huidige offensief her en der weer een paar kilometers verder opgerukt. Militair gezien lijkt Irak op dit moment de sterkere, maar op een gegeven moment gaat gewoon het overwicht in manschappen tellen. Dat kan nog een jaar of twee of drie duren, maar wat dan? Het is allemaal heel zorgelijk". In dat kader moet men wellicht de woorden van president Mubarak en minister Abu Gazala plaatsen. Directe Egyptische deelneming aan de oorlog is op dit moment niet nodig, er is niet om gevraagd en de complicaties zijn groot. Maar noch de president, noch de minister hebben gezegd dat het uitgesloten is. Kairo houdt, hoe voorzichtig ook, zijn opties open.