Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Energie

Fransen voeren geen debat over zegeningen en gevaren van kernenergie Frankrijk is trots op 'het atoom'

Terwijl in vrijwel geheel Europa de angst heerste voor de wolk van Tsjernobyl, geloofde de gemiddelde Fransman en met hem de gemiddelde Franse journalist dat deze wolk bij het naderen van de Franse grens afgezwaaid was. Een geloof dat als zelfvoldane voorganger de regering had: op dinsdag 6 mei verklaarde het ministerie van landbouw dat Frankrijk totaal gespaard gebleven was van radio-actieve neerslag. Een paar dagen later mocht dat pure misleiding heten, want op 1 en 2 mei was gevaarlijk hoge neerslag gemeten. Sindsdien is een verhoogde gevoeligheid te merken voor de veiligheid van kerncentrales Ongelukken worden in de pers breed uitgenibten en de overheid Door Peter van Dijk Correspondent NRC Handelsblad proSëë^'d^'schad^jj^ïë^^^ bied van publieksvoorlichting in te halen, maar een fundamenteel debat over de zegeningen en de gevaren van kernenergie wordt niet gevoerd. En is ook nooit gevoerd in Frankrijk. Frankrijk is trots op het atoom en het atoom heeft alle reden trots op Frankrijk te zijn. De families Becquérel en Curie hebben bij elkaar voor vier Nobelprijzen gezorgd, eigenlijk drie, want de beide families moesten er één in 1903 samen delen. Ze hebben baanbrekend werk verricht op het gebied van radio-actieve straling en hoewel vooral Madame Curie en haar man Pierre beroemd werden, mag ook Becquérel zich sinds Tsjernobyl in enige bekendheid verheugen, Een schoonzoon van de Curies, Frédéric Joliot-Curie (samen met zijn vrouw Irène goed voor één Nobelprijs, zijn schoonmoeder, Marie, kreeg er twee) is een van de grondleggers van Frankrijks nucleaire status. In de biografie van deze Frédéric kunnen we al enige verklaringen aantreffen voor de stilzwijgende acceptatie van de nucleaire technologie door de Fransen. Voor de Tweede Wereldoorlog probeerde Frédéric Joliot op het Collége de France een reactor te bouwen, maar hij ging tijdens de Duitse bezetting het Verzet in. Een deel van zijn onderzoeksteam belandde in Canada en waarschuwde in 1944 generaal De Gaulle in Londen in het geheim dat de Amerikanen bezig waren met een

atoombom. Meteen na de bevrijding gaf De Gaulle, als leider van de voorlopige Franse regering, opdracht aan het oude onderzoeksteam de verloren oorlogsjaren in te halen. Vrijheid Het Commissariat è 1'énergie atomique (CEA) werd opgezet met ongekende vrijheid en fondsen. Het toenmalige lid Francis Perrin herinnert zich nu nog dat de oprichting binnen de bureaucratie grote woede wekte „want we kenden alleen maar controle achteraf op onze uitgaven". Deze autonomie is kenmerkend gebleven voor het CEA.

Joliot was een hoge communist en hij moest bij het begin van de Koude Oorlog en het vertrek van zijn partij uit de Franse regering zijn post als Hoge Commissaris opgeven. Na hem kwam een mijnbouwingenieur aan het bewind, die een begin maakte met de opbouw van Frankrijks netwerk van kerncentrales. Langzaam maar zeker, onder druk van de Koude Oorlog begonnen de Franse politici ook te denken aan een eigen atoommacht. Alleen notoire pacifisten en atlantici, die het nut van een eigen Europees atoomwapen niet inzien, verzetten zich. En het was uiteindelijk de socialistische regeringsleider

Pierre Mendes-France, die in 1954 de beslissende stap deed: een geheim programma van studie en aanmaak van nucleaire wapens werd gestart. Een maand later viel deze regering, typerend voor de Vierde Republiek, maar het is juist dankzij deze instabiliteit van Franse regeringen dat de atoomtechnici gestaag door konden werken. Toen tenslotte De Gaulle de macht in 1958 overnam was het voorbij met de illegaliteit en begonnen de gloriejaren van het CEA. De atoominspanning kreeg absolute prioriteit en het budget sprong van 2 miljard francs (0.6 procent van de nationale begroting) naar 17 miljard

(4.3 procent). De eerste Franse atoombom ontplofte op 13 fe -j bruari 1960 in Algerije en nadat in 1956 de reactor G1 al de eerste kilowatts produceerde, besloot de regering in 1964 tot een grootscheeps programma voor de produktie van nucleaire energie. Hoe vooruitziend dat was bleek in 1973 tijdens de eerste oliecrisis. De Franse trots en instemming met de regering kon in dat jaar uiteraard niet op. Geloof Overigens hebben alle regeringen in Frankrijk meegewerkt aan het nucleaire programma, zowel links als rechts. De socialisten

hebben de beslissende stappen gezet, de Franse communisten die sterk denken in termen van produktie en liefst kwantitatief, en daarmee de vakbonden, hebben het programma volledig gesanctioneerd. Op politiek niveau heeft geen enkele partij, bond of groep er behoefte aan gehad eventueel verzet op te rakelen en uit te buiten. De consensus was nationaal. Bovendien waren de jaren vijftig de jaren van wederopbouw en geloof in vooruitgang in WestEuropa en stond de wetenschap in hoog aanzien. Het model van het atoom met de kern en er omheen draaiende elektronen stond als symbool van het optimistische geloof in de wetenschap op vele plaatsen tentoongesteld. De Groenen en de pacifisten van Frankrijk moesten altijd buiten de politieke stroom en instituties opereren en zijn daardoor altijd marginaal en een beetje verdacht gebleven. Pas de mode van de „contestatie" (na 1968) en het „groene gevoel" (jaren zeventig) hebben de „ecolo's" enige stem gegeven. Het hoogtepunt van de milieubeweging in Frankrijk viel op 31 juli 1977, toen 30.000 jongeren zware gevechten leverden met de mobiele eenheden voor de centrale in aanbouw van Creys-Malville. Resultaat: een dode en vele gewonden. De centrale werd 7 september 1985 zonder protest in gebruik genomen. Eén centrale is niet gebouwd, die van Plogoff op de meest westelijke punt van Bretagne, maar men kan niet van een succes van de milieubeweging spreken, omdat het verzet deels ecologisch, deels typisch Bretons ongenoegen was. Wel hebben de socialisten bij de machtsovername in 1981 de bouw van centrales tijdelijk stopgezet en gedebatteerd over het nut van kernenergie. Het nut was iedereen duidelijk, maar men twijfelde aan de dimensies van de nucleaire plannen. De socialisten hebben dit ambitieuze programma van twee centrales per jaar teruggebracht naar één. En dat lijkt iedereen, zelfs de elektriciteitsmaatschappij EDF, een realistischer doel. De enigen die protesteerden waren de burgemeesters die belastingvrijdommen en grote sommen geld misten door het schrappen van „hun" centrale.

Kerncentrale bij de Franse plaats Flamanville,een van de twee standaardtypen die in Frankrijk in gebruik zijn. (Foto EDF)