Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Kleurbekennen heeft het CDA winst gebracht

Door mr. W. J. Geertsema

21 mei 1986. Een zeer verrassende uitslag met name in het licht van de opiniepeilingen in de laatste maanden en weken. Niet verrassend wat betreft het verlies van de VVD. Wel wat betreft de winst van de PvdA en het CDA. Alvorens een oordeel te geven welke consequentie aan deze

uitslag moet worden verbonden voor wat betreft de komende kabinetsformatie, wil ik allereerst proberen het stemgedrag van de kiezers te analyseren. In vind dat eigenlijk niet zo moeilijk. In 1982 won de VVD fors. Voor een niet onbelangrijk deel ten koste van het CDA en voorts ten koste van D66. De kiezers gaven toen heel duidelijk te kennen dat ze in ernstige mate bevreesd waren dat op enigerlei wijze de PvdA weer aan de macht zou komen. Zij hielden er rekening mee dat

CDA en/of D66 daaraan zouden willen meewerken. Zij hadden de overtuiging dat hoe sterker zij de positie van de VVD zouden maken, hoe geringer de kans zou worden dat de PvdA regeringsverantwoordelijkheid zou gaan dragen. De door mij bedoelde kiezers hebben toen hun zin gekregen. Het spreekt vanzelf dat ook de heer Lubbers tot die conclusie is gekomen. Het heeft mij dus absoluut niet verbaasd, zoals het sommige doorgewinterde confessionele politici wel heeft gedaan, dat voor het eerst — ik geloof sinds 1918 — het CDA als opvolger van de drie grote confessionele partijen voor de verkiezingen kleur heeft bekend en, in navolging van de VVD, een voorkeur heeft uitgesproken voor een voortzetting van de CDA/VVD-coalitie. Die opzet heeft duidelijk resultaten afgeworpen, want alhoewel de VVD tijdens de verkiezingscampagne geen gelegenheid onbenut liet om de kiezers voor ogen te schotelen dat ondanks alle CD A-beweringen

toch een PvdA/CDA-kabinet er als een mogelijkheid dik inzat, heeft dat onvoldoende invloed gehad op die CDA-kiezers die in 1982 hun toevlucht hadden gezocht bij de VVD. Met andere woorden mijn analyse leert mij dat de winst van het CDA voor die partij te danken is aan de geboden zekerheid dat ze niet met de PvdA een coalitie zal aangaan bij de komende formatie en dat het verlies van de VVD te wijten is aan het feit dat het niet meer nodig is om op de VVD te stemmen om een kabinet te verhinderen waarvan de PvdA deel uitmaakt. Onzinnig Van die analyse uitgaand is het natuurlijk onzinnig — vergeef mij het woord heren Den Uyl en Kok — om te suggereren dat de uitspraak van de kiezers zou wijzen in de richting van een coalitie CDA/PvdA als zijnde de beide grote winnaars. Het tegendeel is nu juist het geval!

Welke consequenties heeft dit alles met betrekking tot de komende kabinetsformatie? Ik zou met de beste wil van de wereld geen enkele reden kunnen verzinnen om iemand uit de PvdA-kring een (in)formatieopdracht te geven. Zelfs het in mijn ogen toch al magere verhaal dat iemand uit de grootste partij de eerste opdracht zou moeten krijgen wijst niet meer in de richting van de PvdA. Het ligt daarom volstrekt in de lijn der verwachtingen dat de koningin — naar ik hoop nog vóór dit weekeinde — een man of vrouw van het CDA een informatieopdracht verstrekt om na te gaan of er inderdaad een reële mogelijkheid bestaat voor een CDA/VVDkabinet. In de euforie over de 81 zetels van deze coalitie wordt wel eens te gemakkelijk vergeten dat er grote principiële verschillen tussen CDA en VVD bestaan. Gaarne geef ik toe dat door de uitslag van de jongste verkiezingen de invloed van de

VVD aanzienlijk is verzwakt, maar dat feit mag er nooit toe leiden dat essentiële liberale beginselen op het immateriële terrein — en ik denk daarbij onder andere aan de Wet gelijke behandeling en euthanasie — volledig onder tafel verdwijnen. Er zijn duidelijk grenzen aan wat de VVD zich met betrekking tot het komende regeerakkoord kan veroorloven. Boeiend is natuurlijk dan onmiddellijk de vraag wat er in politiek opzicht zou moeten gebeuren als op grond van de door mij genoemde immateriële zaken een coalitie CDA/VVD zou afspringen. Gezien de verkiezingsuitslag zie ik dan maar één oplossing, te weten een zakenkabinet dat de genoemde punten tot een oplossing brengt, waarna een CDA/VVD-kabinet zich zonder immateriële belasting kan wijden aan het „klaren van het karwei". De auteur is oud-fractieleider van de WD in de Tweede Kamer en oud-minister van binnenlandse zaken

Tekening: NRC Handelsblad/ Maarten Wolterink