Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Oorlog

Voor 4.000 'bevrijdingskinderen' is grote haast geboden Op zoek naar de Canadese vader

Door J.P.W. Chapman

In 1980 haalde Amsterdam op grootse wijze de toenmalige Canadese bevrijders in als eerbetoon aan hen die na een lange en soms zwaar bevochten weg in 1945 Nederland bevrijdden. Voor de veteranen, voor de Nederlanders die de oorlog hadden meegemaakt en voor de na-oorlogse generatie was dit een indrukwekkende gebeurtenis. Vijf jaar later, op 6 mei 1985, was het de stad Apeldoorn die tezamen met zo'n 1500 veteranen de bevrijding met een défilé van de veteranen vierde. Zowel in 1980 als in 1985 werden deze herdenkingsfeesten bijgewoond door een groep "kinderen" van wie een groot deel, overmand door intens verdriet, slechts met één brandende vraag rondliep: "Zou hij, mijn vader, hier ook zijn?" Sommigen hadden zelfs de moed gevonden om met een bord te lopen waarop de tekst "Are you mij daddy" stond te lezen. Het is bekend dat in het bijzonder rond de meidagen de oorlogsslachtoffers een emotionele tijd doormaken. Minder bekend is dat er in Nederland ongeveer 4.000 'bevrijdingskinderen' leven die zijn geboren uit relaties die ontstonden door een langer verblijf van Canadese soldaten in Nederland. Deze kinderen kennen hun biologische vader niet en een betrekkelijk groot aantal kent de moeder evenmin. Veel bevrijdingskinderen werden vrijwel onmiddellijk na de geboorte ter adoptie aangeboden. Ernstige confrontatie Herdenking van de bevrijding en de gedachte aan die ene bevrijder roepen vaak diepe emoties op. Emoties die ook veroorzaakt worden door de onwetendheid over de wortels van het bestaan. Veel bevrijdingskinderen hebben pas op latere leeftijd gehoord dat zij een Canadese vader hebben. Het is geen uitzondering dat een moeder aan het eind van haar leven haar kind nog een groot geheim moest vertellen of dat men op zolder in een hutkoffer een vergeelde foto aantrof van een soldaat waarna eerder gemaakte opmerkingen plotseling duidelijk werden. In het algemeen blijkt dat bij deze bevrijdingskinderen pas na hun dertigste jaar de drang hun biologische vader te willen ontmoeten zich duidelijk voordoet. Vragen als "wie ben ik" en "wat is mijn achtergrond" brengen twijfel

en plegen een aanslag op de persoonlijkheid. Dit kan leiden tot een verminderd sociaal functioneren. In het speurproces naar de vader vindt veelal een ernstige confrontatie plaats met de eigen moeder en de stiefvader. De moeder, als bron van informatie, wil het verleden laten rusten en de stiefvader, die altijd als de natuurlijke vader is beschouwd, voelt zich aan de kant gezet. De omstandigheden waarin het kind in de prille jeugd is opgegroeid, hebben het ontstaan van een volwassen relatie tot de moeder belemmerd. In plaats daarvan heeft zich veelal een afhankelijkheidsrelatie ontwikkeld waardoor men de moeder niet of nauwelijks over het verleden durft aan te spreken. De bevrijdingskinderen beschikken vaak over minimale informatie omtrent hun Canadese vader. Soms heeft men alleen een foto of kent men alleen de functie die de vader in het leger vervulde. Degenen die de juiste naam kennen mogen zich tot op zekere hoogte gelukkig prijzen. Ondanks de vaak geringe gegevens trachten de bevrijdingskinderen langs allerlei wegen te achterhalen waar hun Canadese vader woont.

De Vereniging van Canadese Bevrijdingskinderen (Postbus 688, Oss), in 1984 opgericht, stelt zich ten doel de bevrijdingskinderen te helpen bij het speurproces in Nederland en Canada. Het is bijna ongelooflijk dat, terwijl deze bevrijdingskinderen veel verdriet doormaken en problemen ondervinden, te moeten constateren dat sommige overheidsinstellingen waar informatie over troepenbewegingen in de periode '44-'45, inkwartieringslijsten e.d. liggen opgeslagen, zeer terughoudend zijn of zelfs geheel afwijzend staan tegenover het verschaffen van informatie uit een periode die 41 jaar achter ons ligt. Helaas moet hieraan worden toegevoegd dat ook in Canada de burger over het algemeen zo goed beschermd is, dat het zoeken een soms zeer moeilijke en langdurige opgave is. Daarnaast zijn de afstand naar Canada en de grootte van dat land extra belemmerende factoren. De Canadese overheid verleent tot op heden geen medewerking en schermt met name de veteranen zeer goed af. Op zichzelf is dit begrijpelijk, maar

de bevrijdingskinderen hebben geenszins de bedoeling om de vader en zijn vrouw te shockeren door zich zonder meer aan te dienen. Bovendien zou het gevaar van een averechtse werking veel te groot zijn. De ervaring heeft geleerd dat in 95 procent van de gevallen dat een Canadese vader werd gevonden de hereniging goed verliep en de relatie met de eigen moeder en de stiefvader zeer snel verbeterde. Afstamming Bevrijdingskinderen hebben er recht op dat hun goede voorlichting over hun afstamming wordt gegeven en dat informatie die hiertoe kan leiden beschikbaar wordt gesteld. Uit internationale verdragen kan worden afgeleid dat ieder kind recht heeft op een harmonische ontplooiing. Onontbeerlijk hierbij is de kennis omtrent de eigen afstamming. Het is verheugend te constateren dat er steeds meer landen zijn waaronder Denemarken, Noorwegen, Zweden en Frankrijk, die dit in'zien. Deze landen hebben dan ook deze problematiek in de nationale wetgeving geregeld. Het zou goed zijn als degenen die betrokken zijn bij een discussie over dit onderwerp het voorgaande in hun overwegingen betrekken. Gelukkig vinden de bevrijdingskinderen (en de problemen waarmee zij worstelen) steeds meer erkenning bij allerlei maatschappelijke instellingen en heeft ook het ministerie van WVC oog gekregen voor hun positie. Het is van belang dat de Vereniging voor Canadese Bevrijdingskinderen in het overleg dat zij willen voeren met de betrokken Canadese autoriteiten van de Nederlandse overheid steun ondervindt. Daarnaast is ook een betere medewerking van overheidsinstellingen onontbeerlijk. Langdurige discussies hierover dienen, gelet op de tijdsdruk die aan deze problematiek is verbonden, te worden vermeden. Om het mysterie van de wortels van het bestaan te ontrafelen is er voor de bevrijdingskinderen die hun vader willen ontmoeten grote haast geboden. Momenteel overlijden elke maand ongeveer 400 veteranen. Over een paar jaar zijn deze vaders niet meer. De auteur is voorzitter van de Vereniging van Canadese Bevrijdingskinderen

Europa en de wereld

Bevrijders (en potentiële vaders) en bevrijden in 1945 te Amsterdam