Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Hausse op internationale beurzen doet denken aan de jaren twintig

Door PAUL A. SAMUELSON NEW YORK, I mei — Het is Wall Street heerlijk in de bol geslagen. We worden met z'n allen rijk. Of we nu obligaties pakken of aandelen, onze kapitaalwinst groeit met de maand. Je denkt onwillekeurig aan de schertstoestanden van de jaren twintig. De grafiek van de DowJones-index over 1922-1928 lijkt sprekend op die over 1982-1986. En de euforie is niet alleen een Amerikaanse aangelegenheid. Ook aan de meeste andere beurzen in de wereld worden alle records gebroken. Londen, Parijs, Sydney, Hong Kong — waar je ook kijkt, overal dezelfde successtory: en bovendien hebben de buitenlandse aandelen die wij Amerikanen vorig jaar hebben gekocht nog een extra zetje gekregen door de opwaardering van de Japanse yen en de Westduitse mark. Verschillen tussen de jaren '20 en nu zijn er natuurlijk ook. Want de geschiedenisboekjes mogen dan vol staan met verhalen over schoenpoetsertjes en onderwijzers die 10% of minder van hun inkomsten spaarden en er aandelen General Motors voor kochten, en over aandeelhoudersclubs die schaamteloos de prijs van bepaalde fondsen manipuleerden (de federale controlecommissie, de SEC, was er nog niet), maar het merendeel van het publiek was destijds te arm om beleggingspapieren van enige waarde te bezitten. Beleggingsmaatschappijen en pensioenfondsen, thans de primaire beleggingsvorm, stonden zestig jaar geleden nog in de kinderschoenen. Koude rilling Als ik Wall Street van vandaag vergelijk met Wall Street van de jaren '20, dan doe ik dat met de uitdrukkelijke bedoeling een koude rilling langs uw rug te laten lopen. We weten allemaal hoe de hausse van toen is geëindigd in de grote krach van oktober 1929. De index, die in de voorafgaande jaren van 63,90 was omhooggeschoten naar een duizelingwekkende top van 381,17, was op het dieptepunt van de crisistijd, 1932, gezonken

tot 41,22 — een terugloop van meer dan 80%. Negenduizend banken gingen over de kop. Miljoenen mensen, modale burgers, arme boeren, eenvoudige stedelingen verloren alles wat ze bezaten. Toen Herbert Hoover het Witte Huis uit werd gestemd, nam Roosevelt een economie over waarin 25% van de beroepsbevolking werkloos was. Diezelfde maand koos een Duits electoraat, al even hard getroffen door de mondiale recessie, de fascistische agitator Adolf Hitier tot kanselier, waarmee een sneeuwbal aan het rollen werd gebracht die zou aangroeien tol de omvang van een wereldoorlog. Zijn er in de economie natuurwetten? Bestaat er een soort tweede wet van Newton die zegt dat alles wat omhooggaat ooit weer omlaag moet? Of moeten we Karl Marx' ironische parafrase van Hegel in het oog houden: de geschiedenis herhaalt zichzelf — de eerste keer als tragedie, de tweede keer als klucht? Ik ben een groot bewonderaar van de wetenschap der economie. Mijn leven lang heb ik de bekoorlijkheden van het economisch stelsel bestudeerd. Een naïef geloof in de exactheid van de politieke economie en het onwrikbaar determinisme van economische ontwikkelingen is niet bestand tegen nauwkeurige bestudering van de annalen. Een meer geslaagde analogie lijkt mij het slot van de klassieke film Casablanca. De filmmakers maakten twee heel verschillende slotscènes aan het verhaal. Naast het slot dat de meesten zich herinneren, waarin Bogey en Ingrid hun liefde opgeven ten gunste van het patriottisch verzet en de huwelijkse plicht, bevat het script ook nog een sentimentele afronding voor hen die vinden dat mensen nog per se lang en gelukkig moeten leven. Maar afgezien van mogelijke analogieën geeft mijn analyse van de periode 1929-1939 aan dat de recessie van 1930 lang niet zulke kwaadaardige vormen had hoeven aannemen. Als de Amerikaan Herbert Hoover en ,de Engelsman Stanley Baldwin destijds van macro-economie hadden afgeweten wat zelfs de grootste botteriken onder de leiders

van nu weten, dan hadden ze de slapte onder controle kunnen houden en was het herstel al veel eerder ingetreden. Viel het de onwetende staatslieden in een tijd van laissez-faire kapitalisme nog net te vergeven dat ze er een janboel van maakten, in de huidige gemengde economie geldt daar geen excuus meer voor. De crises in het boerenbedrijf en de oliebranche doen natuurlijk pijn. Maar het is nergens voor nodig dat er een mondiale depressie uit voortvloeit. De Federal Reserve, de Bank of England, de Bank van Japan en de Bundesbank hebben het vermogen en de plicht om financiële crises en paniekstemmingen de kop in te drukken. Scepsis Wat is de verstandigste handelwijze voor zomaar iemand in Milwaukee, Nagoya, Düsseldorf, Malmö, Barcelona of Coventry? Scepsis tegenover beweringen als zou er een nieuw tijdperk van stabiele prijzen en ononderbroken voorspoed zijn aangebroken, is zeker op zijn plaats. Echter, de ervaring leert dat u er beter niet vanuit kunt gaan dat u nog op het nippertje de effectenmarkt zult kunnen verlaten voordat die ineenstort. De befaamde voorspelling van Roger Babson over de komende krach van Wall Street werd al gedaan in 1925, en niet pas in september 1929. Veel geholpen heeft het niet. Wie zich braaf aan 50% risicokapitaal en 50% diverse andere beleggingen houdt, blijkt over het algemeen beter te slapen en bovendien op de lange duur beter uit te zijn dan buurman die in zijn hoogmoed zijn percentage risicodragende beleggingen varieert in de hoop van de omslag te profiteren. We zitten, of we willen of niet, op een rennende tijger. Laten we hopen dat de slotscène van het stuk geen klucht of tragedie zal blijken. Paul Samuelson, nobelprijswinnaar economie, is als hoogleraar verbonden aan het Massachusetts Institute of Technology en auteur van bekende economische handboeken.