Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Husseins onmacht

VOOR DE TWEEDE MAAL BINNEN drie jaar heelt koning Hussein van Jordanië de leiders van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) „onze Palestijnse broeders" in de seherpsl mogelijke bewoordingen veroordeeld. In een speech die meer dan drie uur duurde vertelde Hussein dat hij niet langer zaken kan doen met de PLO-leiders, zolang deze zich niet houden aan hun aangegane verplichtingen en geen geloofwaardigheid vertonen. Daarmee bevestigde de Jordaanse koning wat hij en zijn naaste raadgevers al zovele jaren denken en wat de Israelische politici hardop zeggen. De PLO heeft, aldus de redenering van de koning, altijd twee doelstellingen verward: de bevrijding van Palestijns land en de macht over dat te bevrijden Palestijnse land. Sinds een Arabische topconferentie in Rabat in 1974 de PLO aanwees als de enige vertegenwoordigster van het Palestijnse volk, werden de rechten van de Palestijnen op hun land en de rechten van de PLO tot één onafscheidelijk geheel gemaakt. Hussein liet overduidelijk merken dat hij het met die politiek helemaal niet eens is, omdat die de kans tot een minimum verkleint om het verloren gegane Arabische land op Israël terug te winnen. De koning vertolkte hiermee een traditioneel Arabischnationalistisch standpunt, dat evenzo door zijn recentelijk herwonnen bondgenoot, Syrië, wordt gedeeld: de bevrijding van Palestina of van een deel van Palestina is een Arabisch doel en van veel groter belang dan de uiteindelijke soevereiniteit van deze of gene Arabische of Palestijnse groep over Palestina. HUSSEINS UITVAL NAAR de PLO-leiding toont aan dat hij nog steeds niet van plan is om uiteindelijk een volledig onafhankelijke Palestijnse staat onder PLO-lejding op de Westelijke Jordaanoever te accepteren. Hij vroeg zijn Palestijnse gehoor op de Westelijke Jordaanoever en in eigen land toestemming om over de bevrijding van de bezette gebieden te mogen onderhandelen met Amerikanen, Russen, Europeanen en Israëliërs met wie hij zulke goede betrekkingen heeft, en de hele kwestie van hel Palestijnse zelfbeschikkingsrecht naar een latere datum te verschuiven, namelijk na de bevrijding van de bezette gebieden. Hussein wees er in dit verband op dat hij vorig jaar februari al tot overeenstemming met de PLO was gekomen over Palestijnse zelfbeschikking binnen een Jordaans-Paleslijnse confederatie. Waarom moest de PLO dan alsmaar blijven aandringen op de erkenning van haar recht op zelfbeschikking door Washington, als Jordanië, de belangrijkste partner van het Palestijnse volk, reeds met dit principe akkoord was gegaan? De koning besloot met andere woorden dat het hoog tijd was geworden om Arafat en zijn mannen op hun plaats te wijzen. Hun plaats is binnen een door het Jordaanse koningshuis geregeerde Jordaans-Palestijnse confederatie en beslist niet binnen een volstrekt onafhankelijke Palestijnse staat, die met Jordanië confederale betrekkingen zou aangaan om die op een later tijdstip wellicht te verbreken. PAS NU BLIJKTTföE HET DE koning moet hebben gestoken dat de PLO via hem niet de Amerikaanse regering onderhandelde om een zo groot mogelijke afstand te scheppen tussen de toekomstige Palestijnse staat en Jordanië. Niet alleen was een confederatie die op zo'n manier was geschapen beledigend voor de koning maar ook levensgevaarlijk, al was het alleen maar omdat president Assad van Syrië in niet mis te verstane bedreigingen Hussein aan het verstand had gebracht dal Syrië een Hussein-Arafat-confederatie desnoods met geweld zou torpederen. De honderden uren van besprekingen tussen Arafats PLO en de Jordaanse regering over hun onderlinge banden en hun gemeenschappelijke weg naar de vrede overtuigden beide partijen ervan dat zij in laatste instantie elkaars doodsvijanden waren en bleven, ook al speelden zij bondgenoten te zijn. Het ging er namelijk om wie de eerste viool zou spelen en wie, als nummer twee, alleen een strijkstok in zijn hand zou krijgen - wie de uiteindelijke macht over de ander zou krijgen. In Jordaanse kring werd bijvoorbeeld de laatste tijd openlijk gesproken over de noodzaak om de Palestijnse staat-in-spe met een cordon sanitaire af te sluiten, opdat vandaar uit geen besmettelijk Palestijns radicalisme naar Jordanië zou kunnen overslaan. VAN HAAR KANT HEEFT de PLO, wat koning Hussein nu ook moge beweren, zich voortdurend op het standpunt gesteld dat zij zonder een ferme toezegging inzake nationale zelfbeschikking, ofwel een eigen onafhankelijke nationale Palestijnse staal, geen enkele concessie meer zou doen. Alle besprekingen over erkenning vooraf van Veiligheidsraadrcsolulies 242 en 338 (diplomatieke codewoorden voor een indirecte erkenning van Israël) waren voor de PLO niet anders dan tijdverdrijf. Arafat was er absoluut van overtuigd dat hij zijn leiderschap over de PLO uitsluitend kon handhaven als hij schijnconeessics deed. En koning Hussein moest hiervoor een stokje steken, voordat Arafats schijnconcessies door het naïeve Westen wellicht als echte concessies zouden worden aangemerkt. Dat Arafat geen ongelijk heeft gehad in de evaluatie van zijn mogelijkheden om over de brug te komen, blijkt wel uit hel gebrek aan publieke Palestijnse steun aan de koning in de bezette gebieden. Zelfs 's konings trouwste Palestijnse volgelingen lieten zich na afloop van de speech opvallend vaag en nietszeggend uit. Zij beseffen dal zij maximaal vijftien procent van de Palestijnse bevolking in de bezette gebieden vertegenwoordigen en dat de overgrote meerderheid van de Palestijnen aldaar nog steeds de voorkeur geeft aan de PLO boven koning Hussein. HET ONMIDDELLIJKE GEVOLG van dit alles is dal het zolang bejubelde vredesproces nu officieel in de diepvries gaat. Begin vorige weck reeds liet koning Hussein via de Amerikanen aan Israels premier Peres weten dal er een „langdurige pauze" zou vallen in het vredesproces. De PLO kan alleen maar in stille juichen. Zij heeft opnieuw bewezen dal zij een vredesproces kan tegenhouden als zij dat wil. Zij heeft tevens de onmacht van koning Hussein aangetoond om op eigen kracht met Israël zaken te doen, want de koning zelf deelde gisteren mee dat hij een Amerikaans voorstel had afgewezen om met nielPLO-Paleslijnen vredesbesprekingen te beginnen. Het uiteindelijke gevolg van de Jordaans-Palestijnse en de inier-Arabische slrijd om de macht over het nog te bevrijden deel van Palestina is dat Israels bezetting wordt bestendigd over de gebieden die de Arabieren elkaar niet gunnen.