Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Defensie

Regering: krijgsdienst strookt niet met anti—apartheidsbeleid Z-Afrikaanse Nederlander deserteert

Door onze redacteur MARTIN SOMMER AMSTERDAM, 17 febr. — Voor het eerst zag de dienstplichtige soldaat Eric van Hoekelen de acties van zijn eigen Zuidafrikaanse leger in de zwarte woonwijken van de mijnstad Kimberley in juli vorig jaar. „Ze gebruiken geen sjambokken (zwepen) meer, ze pakken met vier of vijf man een zwarte en slaan hem in elkaar", vertelt Van Hoekelen ten kantore van de Anti-apartheidsbeweging in Amsterdam. Hij besloot te deserteren en dook onder bij zijn moeder in Durban. Daar werd hij in november gearresteerd, zat na veroordeling door de krijgsraad 33 dagen in de cel en na veel papieren romslomp over reis- en identiteitspapieren kwam de 19jarige Eric van Hoekelen zaterdag in Nederland aan, om hier te blijven, want hij is behalve Zuid-Afrikaan ook Nederlander. Van Hoekelen is de eerste Nederlander die uit het Zuidafrikaanse leger is gedrost. Sinds 1984 krijgen buitenlanders die langer dan vijf jaar in Zuid-Afrika wonen en tussen de 15 en 25 jaar oud zijn automatisch de Zuidafrikaanse nationaliteit. Zodoende moest Eric van Hoekelen in dienst, iets dat niet was voorzien toen hij in 1968 op tweejarige leeftijd met zijn ouders naar het — toen nog gewilde — emigratieland reisde. Op de persbijeenkomst blijkt Eric van Hoekelen een schuchtere blonde jongen die niet de indruk wekt een verbeten strijder tegen rassendiscriminatie te zijn. Zo'n 20 procent van de dienstplichtigen deserteert uit de Zuidafrikaanse „weermacht" en de meesten doen dat op hetzelfde moment als hij: wanneer ze lijfelijk met de gevolgen van de

apartheid in aanraking komen, in de zwarte woonwijken, waar de blanke jongens voordien nooit hebben mogen komen, of aan de grenzen met Nambibië of Mozambique waar een werkelijke oorlog wordt gevoerd. Zelf werd Van Hoekelen na zijn rekrutentijd chauffeur op een pantserwagen, de Caspir, die bij rellen wordt ingezet. In Kimberley

werd hij met zijn wagen bij scholen en openbare gebouwen gestationeerd, met vijf kogels in zijn geweer, om de zwarten te laten zien dat het leger paraat is. Hij kent nog een Nederlander in Zuidafrikaanse legerdienst, maar die had geluk, hij werd gelegerd in Pretoria en kon ieder weekeinde naar huis. Op de vraag of Eric ook de plaat

had gepoetst als hij in Pretoria was gestationeerd, twijfelt hij. Maar zijn eveneens aanwezige moeder niet. „Zuid-Afrika, ik heb het wel gezien", poneert ze krachtig. Zij is degene die contact heeft opgenomen met de Nederlandse vice-consul in Johannesburg nadat Eric vorig jaar november werd opgepakt. Aanvankelijk werkte hij nauwelijks mee. „De vice-consul zei dat Eric er wel met een voorwaardelijke straf af zou komen als zijn desertie als absentie-zonder-verlof (ASV) zou worden beoor deeld. Ze wisten niet goed wat ze met het geval aanmoesten". Nadat Eric de 33 dagen cel die voor ASV staan, had uitgezeten is hij onmiddellijk weer ondergedoken. Toen was de zaak inmiddels in Nederland in de publiciteit gekomen en werkte het consulaat beter mee. Er werden reispapieren in orde gemaakt en men hielp bij de formulieren over het opgeven van de Zuid afrikaanse nationaliteit. Want dat moest gebeuren voordat Eric met zijn moeder naar Nederland kon komen. Het is nog niet duidelijk in hoeverre de zaak-Van Hoekelen een precedent heeft geschapen voor andere Nederlanders die het Zuidafrikaanse leger willen verlaten en naar Nederland willen gaan. Zelf denkt hij dat ze hem op het vliegveld hebben laten passeren omdat de registratie van deserteurs erg te wensen overlaat. Hij baseert die gedachte op het feit dat zijn soldij ook na maanden afwezigheid werd doorbetaald. Het lijkt een minder voor de hand liggende verklaring dan dat Pretoria zich op dit moment niet nög meer diplomatieke ruzies met Nederland op de hals wil halen, nu ze daar al met Klaas de Jonge en Helène Passtoors in hun maag zitten.

Eric van Hoekelen. (Foto NRC Handelsblad/ Maurice Boyer)