Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Nieuwe eigenaar gelooft heilig in de toekomst van de roemruchte sokkenfabriek Jansen de Wit springlevend in nieuwe fabriek

Vanmiddag om vijf uur opende commissaris Dries van Agt van Noord-Brabant de nieuwe sokkenfabriek van Jansen de Wit op het industrieterrein De Duin bij Schijndel. Het oude complex aan de Hoofdstraat in het centrum is inmiddels verlaten. Jansen de Wit ging begin januari, samen met de zusterfabriek Danlon (panties) in Emmen, failliet. Enkele weken later zette de Nedac-Sorbo-groep uit het Gelderse Vorden de produktie in Schijndel en Emmen voort. In april werd met de nieuwbouw begonnen. Ex-journalist en ex-politicus Jaq. H. de Jong, die Nedac-Sorbo in de jaren zestig oprichtte en met de distributie van huishoudelijke spullen naam maakte, is een bezield man die met zijn vrouw en twee (volwassen) kinderen staat voor zijn bedrijf. Maar voor de inwoners van het dorp in de Meierij van 's-Hertogenbosch was zijn „no nonsense"-aanpak wél even wennen. Door onze redacteur KEES CALJÉ SCHIJNDEL, 6 dec. — Er zijn klappen gevallen, rake klappen. Ooit werkten er in de oude sokkenfabriek Jansen de Wit, waar twee grote schoorstenen en een machtig gebouwencomplex herinneren aan een glorieus industrieel verleden, bijna tweeduizend mensen. Na meer dan 15 jaar aarzeling en wanbeleid, meer dan f 60 miljoen overheidssteun en eindeloos geruzie met de pantyfabriek Danlon in Emmen waarmee Jansen de Wit in 1974, onder druk van de overheid, was gefuseerd, volgde vlak na de jaarwisseling 1984/1985 het faillissement. De resterende 150 werknemers stonden op straat. Inmiddels is Jansen de Wit weer springlevend. „We zijn het break-evenpoint gepasseerd, we maken weer winst," zegt Jaq. H. de Jong, de nieuwe directeur. De Jong, die als journalist het Vrije Volk vertegenwoordigde in Schiedam en als ondernemer rond 1970 namens de NMP (Nederlandse Middenstands Partij) in de Tweede Kamer zat, maakte met zijn Nedac-Sorbo-groep furore. De distributie van huishoudelijke goederen („Sorbo hier, Sorbo daar, Sorbo is uw hulp in huis") is zijn specialisme. Maar NedacSorbo produceert ook afwasborstels en wasknijpers. Sinds de overneming van de Amsterdamse textielgroothandel Vriesbuur in 1982 is de groep tevens in de textielhandel actief. De Jong presenteert zichzelf als een redder in nood, maar niet iedereen in Schijndel was blij met

zijn komst. Hij ging immers met slechts 50 werknemers verder en de ververij werd naar Emmen overgeplaatst. Aan de andere kant: was er een alternatief? Iedereen wist dat Jansen de Wit de laatste jaren meer weg had van een sociale werkplaats dan een sokkenfabriek. Directeur C. N. Willemse, die op het laatste nippertje op non-actief werd gesteld, haalde het ene na het andere adviesbureau over de vloer, maar beslissingen werden steevast uitgesteld. Ondernemingsraad De Jong heeft Jansen de Wit opgesplitst in een aantal b.v.'s. De ondernemingsraad is na het faillissement en de overneming niet teruggekeerd, noch in Schijndel noch in Emmen. De Jong: „Ik ben een sterke individualist en ik wil dat mijn mensen ook individualistisch zijn, mèt de daarbij behorende verantwoordelijkheden. Ze mogen zich niet verschuilen achter een collectief. Ik heb niks tegen vakbonden, maar ze moeten hun werk anders doen. Ze moeten géén gekunstelde klassenstrijd in leven houden die er niet meer is." Ook de arbeidsvoorwaarden zijn niet langer heilig. De Jong: „Alles kon bij Jansen de Wit. De salarissen lagen 12 procent boven het cao-peil. Dat is nog steeds zo; er is overleg met de bonden over een bevriezing. Maar nieuwe

mensen worden tegen normale voorwaarden aangenomen." Vakbondsvertegenwoordigers ontbraken vanmiddag bij de opening, een man van de Unie BLHP uitgezonderd. „Ik heb ze uitgenodigd maar ze lieten weten dat ze verhinderd waren," zegt De Jong. Breimachines In de nieuwe fabriek ratelen de breimachines. Het breien gebeurt geheel machinaal, overigens met Britse machines die meer dan 15 jaar oud zijn. „Maar modernere meer efficiënte machines zijn er gewoon niet," zegt De Jong. Elke werknemer controleert een lange rij machines op storingen, vervangt naalden en garens, etc. Een jongeman heeft watjes in zijn oren tegen het lawaai; de ouderen doen het zonder. Dit is geheel mannenwerk. In een aparte ruimte zitten acht jonge vrouwen sokken te controleren en dicht te naaien, per vrouw zo'n 1600 exemplaren per dag. Boven, op zolder, staat een aantal breimachines in de motteballen. De Jong wijst naar buiten. „Hiernaast is ruimte voor expansie. We kunnen, als dat mogelijk is, de huidige oppervlakte van 6000 vierkante meter verdrievoudigen." Vóór de fabriekshal staat het kantoor annex mode-inkoopcentrum voor detaillisten (Tex Inn). Drie gebrandschilderde ramen, afkomstig uit het oude complex,

domineren de hal waar wereldreiziger Van Agt vanmiddag een plaquette overhandigde die Jeroen en Marjan, zoon en dochter van De Jong, in de muur schroefden. Ruimtevaart Jansen de Wit en Danlon werpen zich vooral op de kwaliteitsmarkt, waarbij het inspelen op snel wisselenede modetrends voorop staat. De Jong: „We kunnen in 22 modekleuren produceren. Op het ogenblik gaat het vooral om luxueuze glansdessins en sprankelende frisse kleuren. We komen nu ook met grafische patronen op panties, zoals ruimtevaartfiguren. Dat is vooral voor het discopubliek." In Nederland wordt dit jaar circa 475 miljoen gulden besteed aan sokken, panties en andere beenbekleding. Van die markt neemt Jansen de Wit/Danlon 18 procent voor haar rekening. De afgelopen jaren daalde de vraag naar beenbekleding gestaag met 5 a 10 procent per jaar, maar dit jaar is er voor het eerst sinds 1980 waarschijnlijk weer sprake van een zekere groei. Niet rimpelloos Geheel rimpelloos verliep de overneming door Nedac Sorbo niet. Er waren andere kandidaatkopers waaronder de bloembollenkoning Bakker uit Aerdenhout en ook directeur C. N. Willemse die

begin december liet weten eigenaar-directeur te willen worden. Willemse werd daarop verweten dat hij andere kandidaat-kopers uit eigenbelang had afgewimpeld en werd nog vóór kerstmis door de raad van commissarissen op non-actief gesteld. Waarom kwam Nedac Sorbo pas eind december als kandidaatkoper op de proppen? De Jong: „Ik heb al in mei 1984 een gesprek gehad met Willemse. Nedac Sorbo zou de distributie van sokken en panties kunnen overnemen, maar de produktie niet. Een maand later hoorde ik dat Willemse een andere oplossing voor ogen stond. Toen heb ik opgebeld: zo gaan we niet met elkaar om. In augustus, na de surséance van Jansen de Wit, heb ik opnieuw gebeld; maar Willemse was toen niet afwijzend maar, zei hij, we zijn nog niet klaar. Daarna heb ik niets meer gehoord." Na de kerst, toen Willemse op non-actief was gesteld en het faillissement in /icht was, /cttc De Jong alsnog door en op maandag 31 december 1984 kwam hij met een bod. De Jong: „Ons bod was het hoogste en wij konden bovendien garanderen dat er zowel inEmmen als in Schijndel minimaal 50 arbeidsplaatsen behouden zouden blijven. In Schijndel zitten we nu op ruim 50, in Emmen zelfs op 150." Volgens de Stichting ter bevordering van de belangen van het personeel van Jansen de Wit, die

in april 1985 werd opgericht door de ontslagen directiesecretaresse mevrouw Blommers en naar verluidt nauwe banden onderhoudt met ex-directeur Willemse, was de overneming door Nedac Sorbo echter voor het personeel niet de beste oplossing. Als Willemse zélf eigenaar zou zijn geworden zouden meer arbeidsplaatsen behouden zijn. Aanstaande maandag begint voor de rechtbank in Den Haag een getuigenverhoor om de juistheid van de klacht van de Stichting te onderzoeken. Na de overneming ging De Jong onmiddellijk aan de slag. De prijs van de kwaliteitssokken werd verhoogd en aan het dumpen bij marktkooplui (waar vroeger sokken met een kostprijs van ƒ 4,50 voor ƒ 1,50 werden verkocht) werd een eind gemaakt. En de efficiency binnen het bedrijf werd verbeterd: de produktie per werknemer ging met ruim een kwart omhoog. De Jong: „Ik heb ze geen keus gelaten. De tijd van de sociale werkplaats was voorbij. Ik heb geprobeerd de mensen te enthousiasmeren, met alle kritiek die ik "tóch krijg. Een bedrijf met een eigen cultuur en een eigen historie wordt al gauw star. Dan heb je een breekijzer nodig." De nieuwbouw kon onmogelijk worden uitgesteld, omdat het oude complex van Jansen de Wit al aan de AMEV-verzekeringsmaatschappij was verkocht. De Jong: „Jansen de Wit huisde eigenlijk in een kraakpand. Gelukkig kregen we uitstel van executie tot 31 december aanstaande." Hoe ziet De Jong de toekomst? Hij zegt: „Jansen de Wit heeft altijd geëxcelleerd door kwaliteit, met merknamen als Bix voor sokken en Jovanda en Duet voor panties. De merkloze produkten hebben we afgestoten; die kunnen we pas weer produceren bij een volledige automatisering. Die maakten eenderde van onze omzet uit." De omzet is dan ook van 1984 op 1985 gedaald van ƒ 45 miljoen tot f 32 miljoen. De Jong: „Voor 1986 mik ik op een omzet van f 35 a ƒ 40 miljoen." In Schijndel volgt men het doen en laten van De Jong en zijn mensen met argusogen. Het heimwee naar het roemrijke verleden, toen Jansen de Wit en Schijndel één waren, taant weliswaar maar leeft nog steeds. De Jong: „Het nieuwe Jansen de Wit wordt pas écht geaccepteerd als de oude gebouwen tegen de vlakte gaan." Nu getuigen de reusachtige schoorstenen nog van een glorieus textiel-verleden. Het bruisend hart van Jansen de Wit klopt luttele kilometers verderop.

De breihal van de nieuwe sokkenfabriek Jansen de Wit in Schijndel. overneming door Nedac Sorbo in januari zijn er in de breihal nog amper , In de oude fabriek liepen de mensen elkaar voor de voeten. Sinds de tien man werkzaam, (foto NRC Handelsblad/Ton Poortvliet)