Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Milieu en natuur

Produkten kachels

Karei Knip

' ie in de huiskamer een brandende gas-, olie- of kolenkachel heeft staan gebruikt voor het verwarmen van die kamer het principe van de lokale verwarming. Zo heet dat. De uitdrukking is pas ingevoerd toen er ook centrale verwarming gekomen was, een term waarmee je letterlijk hetzelfde zou kunnen aanduiden maar waarmee normaal gesproken bedoeld wordt een stelsel van buizen en radiatoren of convectoren waarin water stroomt dat door gas- of olieverbranding in kelder of zolder verwarmd wordt. Op het principe van de lokale verwarming — dus dat met een kolenhaard in de woonkamer, een fornuis en een oliestel in de keuken en een Alladin of Dru-gevelkacheltje in de kinder- of studeerkamer — werd in de loop van de jaren vijftig en zestig steeds meer neergezien. Huizen met lokale verwarming hadden koude gangen en koude bedden die naar schimmel roken en het gesleep met kolen en olie leverde, anders het gesleep met houtblokken, geen speciale status op. Wie huisgenoten of gezinsleden niet tekort wilde doen liet op tijd centrale verwarming aanleggen. De laatste tijd hoor je steeds vaker en harder beweren dat het oude verwarmingssysteem nog zo gek niet was. Het blijkt dat die duivelse lokale verwarmer er ondanks een vaak wat armoedige isolatie in slaagt de winter door te komen op maar een fractie van

de energie (dat is: gas of olie) die de eens zo trotse CV-bezitter daarvoor nodig heeft. Daar lachte die bezitter om toen de energiedragers nog voor een appel en ei werden aangeboden maar nu is van die vrolijkheid niet veel meer over. Hij begint jaloers te worden. En inderdaad heeft lokale verwarming, sinds daarvoor voornamelijk gas gebruikt wordt en je niet meer om de haverklap met kit of kan naar achteren moet om het vuur brandende te houden, een van zijn belangrijkste bezwaren verloren terwijl de oude voordelen behouden bleven. Want wat is het niet aangenaam om een warmtebron te bezitten die zoveel hitte produceert dat je er koffie, thee, nee: complete maaltijden op kunt warm houden of ontdooien, dat je er nat goed of vochtige sokken boven kunt drogen en dat je er ook zelf na een tocht door sneeuw en ijs in mum van tijd op temperatuur gebracht wordt zonder dat je je daarvoor in die rare bochten hoeft te wringen waartoe je door die vakkundig weggewerkte radiatoren wordt gedwongen. En vooral: wat is het niet een genoegen om in deze tijd van microelektronica en overautomatisering de beschikking te hebben over een verwarmingssysteem dat je volledig kunt doorgronden en dat je ten aanzien van 'zuinigheid' of

'verspilling' zelden in het ongewisse laat. Vergelijk dat eens met centrale verwarming, wat valt daar niet allemaal te regelen en in te stellen, wat een keuzes moeten daar niet gemaakt worden. Het begint al met de aanleg, waar komt de ketel, waar de radiatoren, een zegen dat daarvoor normen en voorschriften zijn, maar dan: hoe warm of hoe koud moet het ketelwater worden, hoe vaak dient men de brander in te schakelen: twee keer per uur een hele tijd of tienmaal eventjes, moet het water almaar rondgepompt worden (en hoe snel dan wel?) of alleen als de brander brandt, heeft het zin om kortsluitleidingen met mengkleppen over de ketel te monteren (oh ja? maar hoeveel retourwater moet er dan worden afgetapt?) en is dat wel te combineren met thermostaatkranen op de radiatoren? Moet je de zaak laten regelen door een kamerthermostaat of heeft een weersafhankelijke regeling met een buitenthermometer eventueel aangevuld met 'binnencompensatie' voordelen? Een beetje CV is zó gecompliceerd dat het een wonder mag heten dat de CV-bezitter erin slaagt het op tenminste één plek behaaglijk te krijgen. Of de opgewekte warmte ook een beetje economisch gebruikt wordt, kan hij met geen mogelijkheid meer beoordelen. Zo zien we steeds meer elektronische meet- en regelapparatuur op de markt gebracht worden die de CV-gebruiker de problemen uit handen moeten nemen. Vandaag bij wijze van signalering het laatste wat er op dit gebied bedacht is; de vinding ligt al ruim een jaar in de map en moet er nu maar eens uit voor het ijs gesmolten is.

Men ziet hier de display van de 'zelflerende' of 'optimalizerende' thermostaat die door TNO bedacht is en door Werner Electronica in Zoetermeer in produktie werd genomen. Aan de voordelen van de meest geavanceerde klokthermostaten (thermostaten met een in te stellen dagelijks en wekelijks verwarmingsprogramma) weet de Data Term Optimizer door een vast rekenprogramma in een ROM-chip en een helder geheugen in de vorm van een RAMchip er twee belangrijke toe te voegen. Dankzij een intelligente analyse van de in RAM vastgelegde verwarmingsgegevens (die steeds per vier dagen beoordeeld worden) krijgt de Optimizer een indruk van het heersende weertype én de isolatiegraad van de woning. Dat stelt hem in staat de woning 's ochtends voor het ontbijt precies op tijd, en geen minuut te vroeg, op de juiste temperatuur te brengen en de rest van de dag de gewenste temperatuur met een minimum aan schakelen (en aan gas) te handhaven. De Optimizer kost ƒ 475,- ex btw en is zelf te monteren. Het toestel verbruikt 3Vfe watt en is, in verband met het voor stroomstoringen gevoelige RAM-geheugen met een 9 volt batterij uitgerust. Er worden besparingen tot 10 a 15% geclaimd.