Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Balanceren langs grens van toegestane stichtingskosten Geknoei met premiewoningen gebruikelijk

Door onze redacteur BEN VAN DER VÉLDEN DEN HAAG, 5 jan. — Onregelmatigheden met premiewoningen zijn niets uitzonderlijks. In woningbouwkringen is dan ook geen verbazing over de huizen in de Krimperner- en Alblasserwaard, waarvan de bewoners ten onrechte subsidie hebben ontvangen. Bij het ministerie van volkshuisvesting weet men niet hoeveel premiewoningen na oplevering steekproefsgewijs jaarlijks worden gecontroleerd om te zien of ze zijn gebouwd volgens het goedgekeurde plan. Bij het ministerie is ook niet bekend hoe vaak het per jaar voorkomt dat van een bewoner van een premiewoning subsidie wordt teruggevorderd wegens fraude of-valsheid in geschrifte. Dit cijfer zit verborgen in een totaal van duizenden jaarlijkse wijzigingen van de subsidies die om uiteenlopende redenen moeten gebeuren. In de Krimpener- en Alblasserwaard is ontdekt dat bij ongeveer honderd woningen de aannemer voor de kopers van premie-A woningen buiten het officiële bouwplan om extra werk heeft verricht. Daardoor zijn de stichtingskosten van deze huizen hoger gekomen dan is toegestaan. Het ministerie van volkshuisvesting wil nu ten onrechte betaalde subsidies van de huiseigenaars terugvorderen. Volgens directeur Van Doorn Van woningbouwvereniging Sint Joseph in Nieuwegein hangt het van de provincie en van de inspecteur af hoe streng de regels van Volkshuisvesting worden toegepast. Utrecht is wat dat betreft volgens hem prima. Een geval als in de Krimpener- en Alblasser-, waard zou in die provincie niet hebben geleid tot terugvordering van subsidies, maar „tot een oplossing in overleg". Zo'n oplossing in overleg kan in allerlei vormen worden gevonden. De woningfederatie Zoetermeer zat enkele jaren geleden met woningen die niet voor de premie-A

sector in aanmerking dreigden te komen, omdat ze 750 gulden per. stuk duurder waren uitgevallen dan was toegestaan. De oplossing was dat de woningfederatie zelf 750 gulden per woning betaalde en de huizen voor de toegestane prijs verkocht aan kopers die subsidie wilden aanvragen. Voor Volkshuisvesting doet maar één zaak ertoe: het formulier dat de subsidieaanvrager invult op het ogenblik dat de woning gereed is, moet de waarheid bevatten. Maar volgens verschillende functionarissen van woningbouwverenigingen is algemeen bekend dat de regels niet altijd precies worden gevolgd. Bij Volkshuisvesting wordt gezegd dat de mate van controle van de woning aan de hand van het officiële bouwplan wordt bepaald door beperkte mankracht. Bij de bouw van premiewoningen is het een voortdurend balanceren langs de grens van de maximaal toegestane stichtingskosten. Voor premie A-woningen, waarvoor de laagste inkomensklassen subsidie kunnen ontvangen variërend van 30.000 tot 50.000 gulden, zijn de maximale stichtingskosten 132.000 gulden, behalve in de Randstad waar de huizen 10.000 gulden meer mogen kosten. Overleg Aannemers, makelaars en woningbouwverenigingen zijn voortdurend in de weer over wat wel en niet tot de stichtingskosten van een woning wordt gerekend. Er wordt daarbij veelvuldig overlegd met de provinciale inspecties van Volkshuisvesting. Die inspecties sturen op hun beurt maandelijks vragen over onduidelijke gevallen naar hun ministerie, die op basis hiervan jaarlijks de richtlijnen bijstelt. Het belangrijke punt is dat wie bij de bouw extra werk wil laten verrichten — een mooiere keuken laat plaatsen dan volgens de oorspronkelijke plannen was voorzien — riskeert de toegestane stichtingskosten

te overschrijden en niet voor subsidie in aanmerking te komen. Vroeger werd dubbel glas niet tot de stichtingskosten gerekend, tegenwoordig wel. Na veel discussies heeft Volkshuisvesting enkele jaren geleden erin toegestemd plavuizen in de woonkamer niet meer bij de stichtingskosten te tellen, maar deze als vloerbedekking te beschouwen. B en W van Bergambacht schreven eind vorig jaar aan de vaste commissie voor volkshuisvesting van de Tweede Kamer: „Het is een publiek geheim, dat het voor een gemeente en als centrale directie van Volkshuisvesting ondoenlijk is nauwgezet te controleren of een opgeleverde woning is gebouwd overeenkomstig het bij een aanvraag om rijkssteun goedgekeurd bouwplan." Bij Volkshuisvesting wordt gezegd dat totale controle onmogelijk is en dat er altijd een mogelijkheid blijft om te knoeien.

Maar tevens wordt erop gewezen dat de subsidie van ongeveer vierhonderd miljoen gulden per jaar voor 100.000 premie-woningen toch een beperkte zaak is in vergelijking tot de huursubsidies van 1,3 miljard gulden per jaar, waarvoor de controles als waterdicht worden beschreven. Wie overigens de maximum toegestane stichtingskosten voor een premiewoning niet wil overschrijden en toch dadelijk in zijn nieuwe huis extra voorzieningen wil aanbrengen, heeft daar zonder regels te ontduiken alle mogelijkheden voor. Vroeger mocht de koper van een premiewoning de eerste tien jaar geen luxe aan zijn huis toevoegen. Daarna werd de termijn één jaar, totdat Volkshuisvesting na een eventuele controle van de woning de subsidie had toegekend. Sinds 1982 worden de stichtingskosten berekend op het ogenblik dat de koper zich in zijn woning vestigt. Als iemand dat wil,

kan hij vervolgens dadelijk aan het bouwen van een dakkapel, een extra wastafel of een luxere keuken beginnen. Bij Volkshuisvesting wordt gezegd dat het voorkomt dat iemand hiervan gebruik maakt door zich voorlopig in een caravan of tent in de tuin van zijn nieuwe huis te vestigen. Toch zouden maar weinigen in de lagere inkomensklassen die met subsidie bij de aankoop van een eigen woning worden geholpen, dadelijk geld voor zulke verbouwingen beschikbaar hebben. De meeste verbouwingen komen volgens functionarissen van Volkshuisvesting pas na enkele jaren. Het voordeel van het direct bij de bouw van de woning aanbrengen van verlangde extra voorzieningen is dat bij bijvoorbeeld plaatsing van een mooiere keuken niet twee keer arbeidsloon betaald moet worden. Het nadeel is dat in het geval Volkshuisvesting ontdekt dat de stichtingskosten ook maar met enkele honderden guldens zijn overschreden, de hele subsidie niet kan doorgaan. Oplossingen die nog tijdens de bouw gevonden worden zijn er legio: de inpsecteur van Volkshuisvesting kan een trap van een goedkopere houtsoort dan in het bestek was aangegeven aanvaarden tegenover duurdere wandtegels. Het unieke van de ontdekking van de onjuiste opgaven van stichtingskosten van premiewoningen in de Krimpener- en Alblasserwaard is geweest, dat dat kon gebeuren aan de hand zowel de officiële als de niet officiële boekhouding van een aannemer. Deze administratie was op last van de officier van justitie in beslag genomen. Bij Volkshuisvesting durft men niet te voorspellen dat nog eens zulke gevallen zullen worden ontdekt als een andere aannemersadministratie wordt doorgeploegd. Want een beslag kan pas worden gelegd als er tevoren duidelijke aanwijzingen van fraude zijn. In de Krimpener- en Alblasserwaard bestonden die aanwijzingen uit publikaties in de plaatselijke pers.

De premie—A woningen in Bergambacht waarvan bij de bouw de grens voor de stichtingskosten werden overschreden. Staatssecretaris Brokx (woningbouw) wil daarom de premie die aan de bewoners werd toegekend, terugvorderen. (Foto Leo Vogelzang)