Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Milieu en natuur

Lager grondwater is goed voor de boer maar slecht voor de natuur

Door onze redacteur F. G. Pessimisten schilderden al het beeld van ernstige verzakkingen met bijbehorende scheuren en ander ongerief.

Door onze redacteur F. G. DE RUITER DEN HAAG, 1 dec.— Toen vorige maand duidelijk werd dat de Groningse bodem als gevolg van de aardgaswinning in Slochteren sterker zal dalen dan aanvankelijk werd voorspeld, rees de vraag of dat geen schade zal toebrengen aan huizen en andere gebouwen. Pessimisten schilderden al het beeld van ernstige verzakkingen met bijbehorende scheuren en ander ongerief. Gedeputeerde J. W. Remkes bleek die verontrusting echter niet te delen. Hij achtte de kans op scheuren en dergelijke zeer gering. Intussen waren sommige verslaggevers al op zoek gegaan naar zichtbare gevolgen van de bodemdaling en meenden die gevonden te hebben in het tot Slochteren behorende dorp Overschild. Daar staan inderdaad heel wat hellende panden, maar navraag leerde dat die verzakkingen hoegenaamd niets met de aardgaswinning te maken hebben. Ze worden voornamelijk toegeschreven aan inklinking van de veenlagen en verlaging van het grondwaterpeil. Voor dat laatste zijn de waterschappen verantwoordelijk. Ze verlagen de grondwaterstand — indirect, via het oppervlaktewater — ten behoeve van de landbouw, in het bijzonder de veeteelt, die gebaat is bij zo'n maatregel. Gedupeerden Peilverlaging betekent dat de draagkracht van de grond verbetert. De boeren kunnen langer met hun machines en vee het veld in. Halverwege het winterseizoen moet de gierkelder onder de ligboxenstal worden geleegd, waarna de mest over het land wordt uitgespreid. Dat gebeurt met grote tankwagens, die in drassige grond snel zouden wegzakken. Ook daarom willen de meeste boeren

een waterstand verder onder het maaiveld. Maar anderen kunnen hierdoor gedupeerd raken, bijvoorbeeld huiseigenaren. Een verlaging van het grondwaterpeil heeft tot gevolg dat de koppen van heipalen niet meer permanent onder water staan. In het geval van houten palen, dus bij oudere woningen, gaan die koppen rotten, waardoor de fundering verzakt en scheuren ontstaan. Dit verschijnsel beperkt zich niet tot het Groningse Overschild. Ook uit andere — lage — delen van ons land komen klachten over verzakkingen, die men toeschrijft aan veranderingen in het grondwaterregime. Kortgeleden nog werd dit euvel bij een serie woningen in Rotterdam-Noord gesignaleerd. Bij de waterschappen zijn al diverse schadeclaims ingediend. Natuurbescherming Tot de slachtoffers behoort ook de particuliere natuurbescherming. Volgens drs. F. W. Prins, hoofd afdeling onderzoek en beheersplannen van de Vereniging tot behoud van natuurmonumenten, wordt aan tal van reservaten, vooral weidevogelgebieden, grote schade toegebracht door de daling van het grondwater. Hij spreekt van veranderingen in de bodemchemie, die zo'n gebied verarmen. Zeldzame plantesoorten, waaronder orchideeën, verdwijnen om plaats te maken voor algemene soorten die overal gedijen. De variatie loopt dus hollende achteruit, ook al doordat de planten minder water krijgen. Hetzelfde geldt voor rietlanden, natte heides, hoogveen en beekdalgraslanden. Ook daar wordt de karakteristieke begroeiing snel verdrongen. In Friesland en West-Nederland, aldus Prins, heeft de verschraling

bovendien repercussies op de weidevogelstand. Kemphanen en watersnippen, die gehecht zijn aan natte graslanden, gaan snel in aantal achteruit. Ook grutto en tureluur worden schaarser. Verkavelingen De man van Natuurmonumenten ziet de verarming vooral optreden in ruilverkavelingen, onder

andere in de kop van Overijssel en in Noord-Holland bij Heiloo. „Formeel staat het waterpeil los van zo'n ingreep," zegt Prins, „maar in de praktijk zijn ze nauw met elkaar verbonden. Er is intensief overleg tussen de ruilverkavelingscommissie en het betrokken waterschap." Pogingen om natuurreservaten van hun agrarische omgeving te isoleren, hebben volgens hem gefaald.

De bedoeling was in die reservaten het oude, hogere waterpeil te handhaven door middel van een ringsloot met kaden, maar die vlieger ging niet op. De wet van de communicerende vaten bleek sterker, met andere woorden: in de ondergrond stroomde het water weer net zo makkelijk naar buiten. De aanvoer van extra oppervlaktewater haalde ook weinig of niets uit,

omdat de kwaliteit daarvan door de vervuiling ontoereikend was. Minderheid Prins betoogt dat bij elk plan de landbouwbelangen "keihard op tafel liggen" met als gevolg dat de natuurbelangen — "en die zijn nu eenmaal niet in harde munt uit te drukken" — worden ondergesneeuwd:

„ln de meeste ruilverkavelingcommisies zit je als natuurbeschermer ver in de minderheid: één tegenover zeven boeren. Als het op stemmen aankomt, verlies je altijd." Volgens hem zijn de waterschappen, die uit de agrarische wereld voortkomen, onvoldoende ingespeeld op de huidige tijd, waarin het buitengebied niet langer uitsluitend een landbouwfunctie heeft. En hij noemt nadrukkelijk natuur en milieu. In het verlengde daarvan ziet hij een opmerkelijke tegenstrijdigheid: grondwaterverlaging werkt in de veehouderij produktieverhogend, maar tegelijk is er een superheffing — een boete op te veel geleverde melk — om de produktie af te remmen. Belangen botsen Commentaar op dit alles geeft mr. O. van der Heide, hoofd algemene, juridische en bestuurlijke zaken bij de Unie van Waterschappen. Hij erkent dat de schappen lange tijd hoofdzakelijk de agrarische belangen dienden — "en die van de bewoonbaarheid natuurlijk, want de mensen mogen geen natte voeten krijgen" — om de eenvoudige reden dat andere belangen zich nauwelijks aandienden. Dat veranderde in de laatste decennia, toen de natuurbescherming zich nadrukkelijk manifesteerde. "Sindsdien is er dus sprake van conflicterende belangen," aldus Van der Heide, "en de waterschappen staan voor de taak om die stuk voor stuk zo goed mogelijk tot hun recht te laten komen. Dat betekent dat de betrokken partijen wel eens veren moeten laten, dat compromissen onvermijdelijk zijn." Zonder in details te treden, noemt hij als voorbeeld van zo'n compromis dat een geplande verlaging van het grondwater ten gerieve van de boer kleiner

uitvalt terwille van natuur en landschap. In dit verband kent hij grote waarde toe aan de overlegprocedures, die ook in zijn ogen voor verbetering vatbaar zijn. Op het ogenblik ligt er bij de Tweede Kamer een ontwerp-wet op de waterhuishouding, die de kaders moet scheppen voor een betere afweging van alle belangen, ook die van het milieu, waarbij de provincies een voorname rol spelen. Het is trouwens al zo dat voor elk peilbesluit van de schappen „goedkeuring door GS nodig is. Het proces is dus gaande," vat Van der Heide samen. "We zijn op weg naar meer evenwicht, al is dat geen eenvoudige weg." Schadeclaims Dezer dagen verschijnt er bij de Unie een rapport over peilbeheersing en alles wat ermee samenhangt — dit mede naar aanleiding van het groeiende aantal klachten over verlaging. Het blijkt dat de schappen meer dan vroeger aansprakelijk worden gesteld voor verzakkingen van huizen. Van der Heide: "Het probleem is niet grootschalig, het zijn geen complete wijken die schadeclaims indienen, het blijven nog incidentele gevallen, maar toch, de kans is niet uitgesloten dat waterschappen moeten gaan dokken, al is dat, voor zo ver mij bekend, nog niet gebeurd." In zo'n geval zal wel een oorzakelijk verband tussen verzakking van het huis en verlaging van het 'grondwaterpeil moeten worden aangetoond. Dat verband hoeft er niet per se te zijn. Van der Heide: „Als de koppen van heipalen boven het grondwater uitsteken en gaan rotten, kan dat ook door het inklinken van de veenbodem komen. En dat is een natuurlijk proces, waar wij geen schuld aan hebben."

Natuurbeschermers zien graag een dergelijk weiland (hier in een nat beekdal), maar door verlaging van het grondwaterpeil gaat de rijkdom aan plantesoorten verloren. (Foto Chris Westra)

Beheersing van het waterpeil is het voornaamste werk van de meeste waterschappen. (Foto ontleend aan Groen en Schmeink, Waterschappen in Nederland, Bosch & Keuning)