Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cabaret

Persoonlijk succes leidde zelfs tot opheffing van zijn ABC-cabaret Wim Kan was bij leven al legende

Door onze kunstredactie

Het is geen wonder dat Wim Kan in zijn conferences zo vrijpostig met hooggeplaatsten kon omspringen. Als jongste zoon, geboren op 15 januari 1911, van een secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken, die later een populair minister van Justitie werd, kende hij de Haagse ambtelijke en politieke wereld van haver tot gort.

In zijn gymnasiumtijd placht Willem Cornelis Kan elke zaterdagavond met zelfgemaakte poppen en frappante stemimitaties een voorstelling te geven, waarin de familie en haar naaste omgeving aan zijn spot werden onderworpen. Vader Kan betaalde tien gulden entree voor zichzelf, zijn vrouw en de twee andere kinderen. Na de „gala-première” volgde ‘s zondags een gratis „volksvoorstelling” voor de dienstmeisjes van de familie en hun vriendinnen.

Na zijn eindexamen borg Wim Kan de poppen en requisieten in kisten op zolder (zijn ze er nog?) en ging in Amsterdam naar de Toneelschool, aangemoedigd door zijn ouders. Hij werd van de Toneelschool gestuurd, omdat hij voor zijn eindexamen in een opvoering figureerde, wat streng verboden was. Kan speelde vijf jaar bij het gezelschap van Cor Ruijs, de fameuze comediespeler en trouwde in 1933 met de beroemde cabaretière Corry Vonk. Toen Ruijs op toernee naar het ‘voormalige Oost-I ndië ging zette Wim Kan een revue op, Mag ik er ook op? die mislukte omdat het meer cabaret dan revue bleek te zijn.

Na de mislukte revue schreef Kan teksten voor het cabaret van Henri Wallig in het Leidsepleintheater De Lachhoek. Na de terugkomst van Ruijs speelde Kan weer toneel, maar niet voor lang. In 1936 richtte hij samen met zijn vrouw en Louis Gimberg het ABC-cabaret op dat in korte tijd zeer populair werd. Kan schreef de meeste teksten en Corry kreeg in de beginperiode het meeste applaus. In 1937 was de groep al zo beroemd dat het uitgenodigd werd op te treden op een galaavond ter gelegenheid van het huwelijk van Juliana en Bernhard. Op het laatste moment werd het contract geannuleerd omdat enkele teksten aanstootgevend zouden zijn voor het „bevriende” staatshoofd Adolf Hitier. In 1939 vertrokken Wim en Corry met hun cabaret naar Indonesië, waar zij overvallen werden door de Tweede Wereldoorlog. Pas in de zomer van 1946 zouden zij naar Nederland terugkeren. Drieënhalf jaar hebben zij, geschieden van elkaar in Japanse kampen doorgebracht. Corry zat in een kamp op Java; zij werkte overdag als verpleegster in een ziekenhuis in Batavia en ‘s avonds leidde zij jonge medegevangenen in een door haar opgerichte toneelschool. In 1942 werd Wim Kan van Java naar Birma gedeporteerd waar hij te werk werd gesteld aan de beruchte Burmaspoorweg.

In deze verschrikkelijke tijd, waarover Wim Kan later heeft geschreven in het boekje Honderd dagen uit en thuis, hebben beiden vele voorstellingen gegeven voor hun medegevangenen. Na de capitulatie van Japan werd het echtpaar herenigd in Siam waar het andermaal optrad voor hun Nederlandse lotgenoten, in 1946 maakte het ABC-cabaret weer een toernee door ons land met de cabaret-revue De mooiste ogenblikken.

Jappenkampen

Talrijke artiesten zijn in het ABC-cabaret van Wim Kan hun loopbaan begonnen: Lia Dorana, Teddy Scholten, Ton van Duinhoven, Rijk de Gooijer, Wieteke van Dort, Sylvia de Leur, Mimi Kok, Marijke Hoving en vele anderen. Langzamerhand kreeg Wim Kans eigen conference de overhand in het programma. Zijns ondanks, want hij hield van het ensemblewerk. Tenslotte moest het ABCcabaret, ten gevolge van Wim Kans persoonlijke succes bij het publiek, worden opgeheven. Voortaan werd het Wim Kan alleen, met Corry aan zijn zijde en Ru van Veen aan de vleugel. Vanaf 1971 heeft Kan deze formule gehandhaafd. In datzelfde jaar zorgde Wim Kan voor grote opschudding door zich publiekelijk te verzetten tegen het bezoek van de Japanse keizer Hirohito aan Nederland. Hij werd de speerpunt van vele protesten, toen hij een open brief

schreef aan de toenmalige premier Barend Biesheuvel. Daarin stelde hij: „En toch leeft er nog altijd een die het navertellen kan, die de geschiedenis kent als geen: de keizer van Japan. „Nou hij niet opgehangen is had op Soestdijk toen aan de dis, tenminste toch eens iemand kunnen vragen hoe dat zat destijds in Birma, aan die railroad, met die doden, en die zieken, en die honger, en die cellen. Wat had hij dat, terwijl hij at, mooi kunnen navertellen”. Het felle protest hielp niet en Kan en Vonk hebben hun koninklijke onderscheidingen in de Westeindeplas gegooid, „zachtjes en zonder tamtam, de plons heeft niemand gehoord”.

Oudejaar

Het waren de oudejaarsconferences die Wim Kan hebben gemaakt tot onze nationale satiricus, bijna een alternatief staatshoofd dat in zijn „troonrede” het hele volk aan zich bond door het te laten lachen om het politiek be-’ drijf. Vanaf 1954 heeft zesmaal •voor de Vara-radio zijn oudejaarsconferences gegeven. In 1973 deed hij het voor het eerst op de Vara-televisie, nadien nog drie keer waarvan de laatste op 31 december 1982. Kan moest weinig van de beeldbuis hebben, die hij een te ontluisterend medium vond. Dat vond hij al in de jaren dertig toen hij met zijn vrouw voor het eerst optrad op de experimentele tv van Philips. Niettemin bleken zijn conferences voor publiek in de zaal uitstekend geschikt voor de televisie. Telkens bracht hij een eenvoudige meezinger over deze of gene politicus, die in het jaar daarna nog in de oren bleef klinken: „Jelle zal wel zien”, op Jelle Zijlstra, en vooral „Lijmen Jan”, op Jan de Quay. Ook ‘s lands situatie vatte Kan dikwijls kernachtig samen, bijvoorbeeld in het lied „Twaalf miljoen oliebollen op aardgas” over de eerste oliecrisis van 1973.

Gevleugeld werd zijn troostende uitspraak tegen moeder de vrouw, wier oliebollen mislukt waren: „Je kunt toch nieuwe bakken”.

Over Wim Kan schreef cabarethistoricus Wim lbo in het aan Kan en Vonk gewijde boek bij hun veertigjarig jubileum in 1976: „Hij heeft een uitzonderlijke status bereikt die nooit eerder in onze cabaretgeschiedenis is aangetroffen, zonder nieuwe programma’s, zonder premferes en zonder recensies trekt hij overal volle, enthousiaste zalen”.

Kan schreef zelf bij de 75ste verjaardag van de komiek Buziau in 1952 in deze krant: „Buziau heeft onbewust iets bereikt wat naar mijn weten geen van zijn collega’s ooit heeft bereikt: hij is voor ons Nederlandse volk nog tijdens zijn leven een legende geworden”. Dat kan ook van Wim Kan geschreven worden. Nu de maestro Wim Kan overleden is, zal zijn legende ongetwijfeld zeer lang voortleven.

Corry Vonk (in de lichte regenjas) en Wim Kan (geheel rechts) bij de KLM-Constellation die hem met de overige leden van het ABC-cabaret naar Willemstad bracht op 1 juni 1948.