Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Vrijspraak voor agent die vriend neerschoot

Door een onzer redacteuren ROTTERDAM, 14 juni — Een hoofdagent van de Rotterdamse politie, de 32-jarige Hans V., die in maart jl. een vroegere huisvriend met zijn dienstpistool doodschoot, is vanochtend door de rechtbankt te Rotterdam vrijgesproken. De officier van justitie, die ontslag van rechtsvervolging en een onvoorwaardelijke tbr had geeist, is onmiddellijk van dit vonnis in hoger beroep gegaan. De rechtbank overwoog op grond van het psychiatrisch rapport dat V. bij het doodschieten van de glasgraveur Jan Spruit in een 'machinale toestand' had gehandeld en volkomen ontoerekeningsvatbaar was geweest. De opzet waarover de officier van justitie in zijn tenlastelegging had gesproken, kon daarom naar de mening van de rechtbank niet aanwezig zijn geweest. "Het bewijs van opzet is niet geleverd en in ons systeem van strafrecht leidt dat dus tot vrijspraak," aldus rechtbankpresident mr. T. Fransen in de toelichting op het vonnis. Hans V. zelf was bij de uitspraak niet aanwezig, omdat het vervoer uit de Bijlmerbajes naar Rotterdam vertraagd was. Officier van justitie mr. W. F. H. Hendriks zei desgevraagd dat hij vooral bezwaar heeft tegen de overweging van de rechtbank dat V. tijdens het neerschieten van Spruit vokomen ontoerekeningsvatbaar was waardoor het koesteren van opzet uitgesloten zou zijn. Om juridisch principiële redenen wil hij dat een hoger rechtscollege zich uitspreekt over de algemene strekking van de uitspraak. "Het wetboek van strafrecht kent een artikel 37 over ontoerekeningsvatbaarheid," aldus de officier," en dat leidt tot ontslag van rechtsvervolging en eventueel tbr, maar niet tot vrijspraak."