Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

TBR gevraagd voor agent die huisvriend neerschoot

Door een onzer redacteuren ROTTERDAM, 8 juni — De Rotterdamse hoofdagent van politie Hans V., die afgelopen maart met zijn dienstpistool een vroegere huisvriend neerschoot, dient te worden ontslagen van rechtsvervolging en in een tbr-inrichting te worden geplaatst. Dat was gisteren de conclusie van de officier van justitie bij de Rotterdamse rechtbank, mr. W. F. H. Hendriks. Omdat het psychiatrisch rapport dat over V. is uitgebracht, spreekt over volledige ontoerekeningsvatbaarheid tijdens zijn daad, zag de officier af van het eisen van een straf wegens doodslag. Het advies in het psychiatrisch rapport om Hans V. psychotherapie te doen ondergaan zonder dat hij daarvoor wordt opgenomen, wees de officier af. Anders dan de psychiaters meende hij dat gevaar voor herhaling, in een situatie van grote spanning, wel degelijk mogelijk is. "Moeilijkheden met anderen komen regelmatig in het leven voor," aldus mr. Hendriks. Hans V. (32) gaf tijdens de zitting met een enkel woord te kennen dat hij blijft bij zijn eerder afgelegde verklaringen. Daarin wordt melding gemaakt van grote spanningen op zijn werk, volgens V. vooral veroorzaakt door acties van een vroegere huisvriend, de 36-jarige glasgraveur Jan Spruit. Spruit, een onevenwichtige figuur, was wraakgevoelens gaan koesteren tegen Hans V. en diens gezin toen V. de echtgenote van Spruit aan zelfstandige woonruimte hielp zodat zij van Spruit kon gaan scheiden. Maandenlang, zo bleek uit de op de zitting voorgelezen verklaringen, terroriseerde Spruit het gezin met bedreigingen — "ik rijd je vrouw van de fiets af' — en vernielingen aan hun eigendommen. Ook zou Spruit de korpsleiding in Rotterdam gegevens over V. hebben verstrekt, die er in de ogen van V. de oorzaak van waren dat hij opeens werd overgeplaatst van de inlichtingendienst naar de verkeersgroep. Ter zitting bleek dat Hans V. al vaker, met zijn dienstpistool op zak, naar het huis van Spruit was gegaan om hem daar te kunnen observeren, nadat hij weer een

van zijn bedreigingen had geuit. V. wilde dan zien of hij Spruit kon betrappen. "Ik ging dan de deur uit met wraakgedachten, maar als je daar stond en je de gevolgen van hem doodschieten realiseerde, dan deed je dat niet," aldus V. "Ik besefte dat je het dan allemaal nog veel erger maakte." Toch, zo heeft hij eerder verklaard, luchtte een dergelijke expeditie naar het huis van zijn kwelgeest hem op, "meer dan wanneer ik er thuis aan was blijven zitten denken." Nadat V. maanden ziek thuis was geweest — hij had zich inmiddels tot de ambtenarenrechter gewend om zijn overplaatsing ongedaan te maken — had hij een eerste week dienst gedaan op de verkeerskamer. Op vrijdagavond 4 maart was hij, tegen zijn gewoonte in, gaan drinken. Tegen elf uur had hij opeens het huis verlaten, naar later bleek met zijn dienstpistool, zeggend: "Ik ga weg, ik haal mijn spullen. De auto is voor jou." V.'s echtgenote vreesde dat V. of zichzelf iets zou aandoen of mogelijk Spruit. Zij waarschuwde commissaris De Winter van de Rotterdamse politie die op zijn beurt V.'s oudere koppelgenoot en de politie in Dordrecht alarmeerde. V. herinnert zich van wat daarna volgde alleen nog flarden. Hij herinnert zich achter de woning van Spruit gestaan te hebben, in het donker, toen opeens Jan Spruit naar buiten kwam om een plas te doen. Dan herinnert V. zich diens gezicht en een kreet en vervolgens niets meer, dan dat hij in de loop van de nacht ergens rondliep en zich realiseerde dat zijn vrouw ongerust zou zijn. Van zijn vrouw hoorde hij telefonisch dat Jan Spruit was doodgeschoten. "Nu zeg ik; ik moet hebben geschoten. Maar ik kan mij van het gebeuren niets herinneren," aldus V. V.'s raadsman, mr. J. Verhoef, meent dat veel van de ellende waarin V. is komen te verkeren,

geweten kan worden aan het be. leid van de leiding van het Rot. I terdamse politiekorps. Aan V. zou I met name voortdurend onthouden I zijn de reden waarom hij werdl overgeplaatst. Bovendien zou hjj niet op de hoogte gesteld zijn van het resultaat van een onderzoek van de rijksrecherche naar zijn activiteiten. Volgens mr. Verhoef, die V. a] bijstond in zijn procedure bij de ambtenarenrechter, zijn deze g e . I gevens pas in het kader van het strafrechtelijk onderzoek boven tafel gekomen. "Daaruit blijkt dat Hans V. brandschoon, is en dat zijn beoordelingsrapporten zonder uitzondering schitterend zijn," aldus Verhoef. Rechtbankpresident mr. T. Fransen staat ter zitting niet toe dat de raadsman het optreden van de korpsleiding en de houding van de Rotterdamse hoofdofficier nader belicht. "Ik ken de feiten," aldus mr. Fransen. "Ik heb op dit moment geen behoefte aan een uitvoerige toelichting." De voornamelijk met collega's van Hans V. afgeladen zaal blijft vervolgens verstoken van deze toelichting. Mr. Verhoef sluit zich aan bij de conclusie uit het psychiatrisch rapport en vraagt om ontslag van rechtsvervolging. Hans V. heeft zich bereid verklaard vrijwillig een psychotherapeutische behandeling te ondergaan. De praktische mogelijkheden daartoe zijn aanwezig. "De psychiaters zeggen dat de kans op herhaling nihil is," aldus de raadsman van V., "met begeleiding is hij straks weer net zo'n normaal mens als in begin 1982, toen hij een schitterend beoordelingsrapport had. 0é maatschappij vraagt niet om tbr, die vraagt dat Hans V. hier en nu uit de gevangenis komt." Na intern beraad wijst de rechtbank het verzoek tot vrijlating van H. af, maar zegt toe al over een week uitspraak te zullen doen.