Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Chemie

Gif verontrust Broek in Waterland

Door onze redacteur PETER SCHUMACHER BROEK IN WATERLAND, 10 nov — De constatering dat chemisch verontreinigd grondwater uit de gifbelt in de Volgermeerpolder zich verspreidt naar omringende polders heeft grote verontrusting veroorzaakt bij de bewoners van Broek in Waterland. Dat bleek gisteravond uit de reacties in het tjokvolle Broeker Huis waar het Burgercomité toelichting gaf op het vorige week verschenen rapport van de Grontmij waaruit de verdere verspreiding van het gif blijkt. Het onderzoek van de Grontmij vormt de eerste fase van een plan at moet leiden tot sanering van e belt waar naar schatting 8.000 Ivaten chemisch afval liggen grotendeels afkomstig van Philips Duphar. Intussen zijn ruim duizend aan de oppervlakte liggende vaten 'weggelepeld' en in containers opgeborgen. De sloten rond de Volgermeer zijn uitgebaggerd. Doodgewoon bang Nu uit het Grontmij-onderzoek is gebleken dat het slib in de sloten nog even veel gevaarlijke stoffen bevat als voor het baggeren, vroeg een man die aan de belt woont of het niet ontzettend gevaarlijk was om zijn kinderen in het uitgebaggerde slib op zijn erf te laten spelen. Volgens een oude wet zijn boeren verplicht bagger uit een aangrenzende sloot op hun land te laten gooien. Het Burgercomité kon de man, die emotioneel riep dat de mensen 'doodgewoon bang' waren, niet geruststellen. Een boerenzoon: „We zullen toch met die rotzooi moeten leren leven. Kunnen jullie als Burgercomité al zeggen wat ik daar allemaal van kan krijgen. Krijg ik uitslag,

valt mijn haar uit? Als ik dat weet kan ik me daar vast op voorbereiden". Ook op die vraag moest het Burgercomité het antwoord schuldig blijven? Mr. Jan Verheul van het Burgercomité toonde zich zeer verontwaardigd over het feit dat de Grontmij als onafhankelijk onderzoeksinstituut zich bij haar aanbevelingen van een geschikt saneringsplan zo duidelijk had laten leiden door financiële overwegingen. „Of een goede sanering van deze uiterst giftige belt te duur is in verband met ènze gezondheid zullen de verantwoordelijke autoriteiten moeten uitmaken, niet de Grontmij. Ze komen nu uit op een plan dat 33 miljoen kost. Ik lees nergens in het rapport dat de Grontmij opdracht heeft gekregen het allergoedkoopste plan aan te bevelen", betoogde Verheul. De zaal reageerde niet. Van de kant van het Burgercomité werd met nadruk gesteld: „We zullen moeten blijven drammen voor de beste oplossing, want als we onze mond niet opentrekken nemen ze natuurlijk de goedkoopste". Aart van Zoest, ook lid van het Burgercomité betoogde dat in vorige Amsterdamse rapporten altijd een teneur te bespeuren viel van "het valt wel mee" en "er zijn geen verhoogde gezondheidsrisico's", maar dat dit rapport onverbloemd stelt dat het gevaarlijk is en erger wordt. Gladde praatjes Van Zoest vroeg zich af of Broek in Waterland, in casu het Burgercomité, in verband met de inieuwe gegevens niet terug moeten naar Amsterdam om toch weer aan te dringen op een soort medisch bevolkingsonderzoek, of op z'n minst een collectieve ziektegeschiedenis

van de mensen in de directe omgeving van de belt, die tenslotte op Amsterdams grondgebied ligt. De andere leden van het Burgercomité bleken daar weinig enthousiast voor te zijn gezien het feit dat Amsterdam zich altijd een "onbetrouwbare onderhandelingspartner" had getoond. Vooral ir. Heida van het Amsterdamse Gemeentelijke Milieulaboratorium moest het ontgelden. „Tegen die man met zijn gladde praatjes, die alles bekijkt vanuit zijn politieke denken, kunnen we toch niet op", zei een BC-lid gelaten. Van Zoest zei toch nog eens te willen proberen inzicht te krijgen in de archieven van de Amsterdamse Stadsreiniging die voor het Burgercomité altijd gesloten zijn gebleven, maar die beter inzicht zouden kunnen verschaffen in wat er precies op de belt ligt. De politieke assistent voor milieuzaken van de nieuwe wethouder voor het milieu en gemeentebedrijven, Piet Jonker, die de bijeenkomst gisteravond bijwoonde, beloofde Van Zoest de kwestie van de gesloten archieven met Jonker op te nemen. De reactie van ir. Heida van het Milieulaboratorium in Amsterdam op het rapport is, dat het hem "toch een beetje is tegen gevallen". Hij ziet in de conclusie van het Grontmij-rapport geen aanleiding om opnieuw over de gezondheidsrisico's te praten. Heida begrijpt wel een beetje waarom hij in de ogen van de meeste Broekers de kwade pier is. „Wij hebben indertijd die zaak aan het licht gebracht en meteen breed en voort-i varend aangepakt. De conclusie was dat het een uiterst vervelende en ongewenste situatie was, maar toen ik zei dat er geen verhoogde gezondheidsrisico's waren wekte

dat veel irritatie bij de voormannen van het Burgercomité". Terugkomend op het Grontmij'rapport zegt Heida: „Met de algemene conclusies kan ik het wel eens zijn, maar één ding zou ik wel wat nader onderzocht willen zien. Wij hebben in 1980 vrij diep het grondwater gemonsterd en geen vervuiling gevonden. De Grontmij vindt dat wel. Misschien komt dat doordat je door een vervuilde bovenlaag heen boort, dus dat kun je niet steriel doen". Heida vindt dat het rapport, dat hij nog niet helemaal gelezen heeft, de noodzaak onderstreept van een „ingrijpende saneringsmaatregel", die, zijns inziens, in de richting moet gaan van grondwaterverlaging. Dat wil dan weer zeggen dat het dan inzijgende water in grote hoeveelheden weggepompt en gezuiverd moet wordne. Volgens Heida zijn er nog geen methoden gevonden die alle kwalijke stoffen uitzuiveGeen acties Op de bijeenkomst van gisteravond bleek ondanks vele verontwaardigde opmerkingen nog weinig actiebereidheid. Tegen een jongeman die aan het Burgercomité vroeg wat voor acties er nu op stapel worden gezet wordt la-' cherig gevraagd: „U bent zeker journalist. Die schrijven altijd graag over acties". Aan het eind van de avond was het volstrekt onduidelijk wat het Burgercomité de komende weken wil ondernemen om enige invloed uit te oefenen op het type saneringsplan waarop de tweede fase van het Grontmij-onderzoek is toegespitst. Een beslissing daarover wordt binnen enkele weken door Gedeputeerde Staten van NoordHolland genomen.