Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Milieu en natuur

Een roodborstje in de brievenbus

Thomas Rap

OP HET ogenblik dat ik binnenkom legt de bebaarde man van Vogelbescherming de hoorn op de haak. „Een vrouw met tien witte ganzen die de buren overlast bezorgen, wat ze nou moet doen", verklaart hij treurig, „en daar zijn we nou net niét voor". Het blijkt de volle waarheid. De Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels, opgericht in 1899, 25 mensen in dienst, kan zich moeilijk meer bekommeren om half tamme vogels en het 'klein vogelijn', hoewel een in de brievenbus van het eigen pand broedend roodborstje alle zorg en liefde kreeg.

Puntsgewijs wordt mij het huidige nationale belang en de internationale verantwoordelijkheid uitgelegd. Als deltagebied is Nederland een vogelpleisterplaats van de eerste orde, daardoor is ons land vooraanstaand en stemhebbejid op het gebied van Vogelbescherming. Op onze lage groene weiden broeden grote aantallen weidevogels (bijvoorbeeld 80% van de palearctische grutto's) en in de winter zijn we een betrekkelijk welgemanierd gastheer voor grote hoeveelheden steltlopers en ganzen (6 a 700.000) uit Siberië, Scandinavië, IJsland en Groenland. Voor een deel overwinteren deze vogels hier, voornamelijk op de Wadden of trekken na te zijn opgevet

(het aanleggen van vetreserves), verder. Onze aandacht en verzorging bepalen dus voor een aanzienlijk deel welke vogels volgend jaar zullen broeden. Terecht acht men het ook van groot belang ons nationale landschap met zo veel mogelijk vogelsoorten en -individuen te stofferen, c.q. ze op peil te houden. Want het veranderende landschap eist zijn tol. Waar voorheen schrale gronden onder meer grauwe klauwgier, geelgors, nachtzwaluw, kwartelkoning en watersnip tot de bewoners mochten rekenen, hebben grondwaterverlaging, ruilverkaveling en kunstmesttoevoer het beeld geheel gewijzigd. Deze gebieden zijn 'leeg' geworden en het oude landschap is niet meer terug te winnen, zoals zoveel van wat verloren ging. Gelukkig is er nog het vogelvolle parklandschap, betrekkelijk eenvoudig te stichten of te conserveren, waar de sombere en rusteloze tijdgenoot wat extra levensvreugde op kan doen. Onze gidslandfunctie (ook hier!), noopt Vogelbescherming uitgebreide steun te geven aan'het onderzoek

naar de vogeltrek - waar blijven onze trekvogels en hoe is hun gang efi teloorgang? - en de daarmee gepaard gaande vogelmoord, vooral in de landen rond de Middellandse Zee. Een onder Vogelbescherming ressorterende vereniging (European Committee for the prevention of mass destruction of migratory birds) heeft onlangs door drs. S. Woldhek een rapport over deze gruwel laten samenstellen. Daaruit blijkt onder meer dat Frankrijk meer dan twee miljoen jagers telt en rond de tweeduizend zogenaamde bird-watchers. Italië, met Malta op de eerste plaats op de lijst van vogelmoordenaars, telt 100 (honderd) vogelaars op 2.230.000 jagers. Er mag dan ook worden vastgesteld dat er jaarlijks honderden miljoenen trekvogels rond de Middellandse Zee de dood vinden door kogels, hagel, netten, lijmstokken en dergelijke. Schrijnender is nog dat dit vrijwel geheel voor afleiding en genoegen van de jager geschiedt. De Nederlandse Vereniging steunt in de betreffende landen met geld, goederen en goede

raad projecten en personen die tot de oprichting van een eigen vereniging trachten te komen om dan invloed op hun wetgeving uit te kunnen oefenen. En tevens de jachtgedachte te bevorderen zoals die is geformuleerd door Vogelbescherming in Nederland: Jacht is alleen acceptabel als het de enig effectieve manier is om schade te voorkomen; jagen zonder dat daar belangen mee zijn gediend wordt afgewezen. Het zojuist bereikte ledental van 30.000 — in 1976 nog 6000 leden

— betekent dat onze oudste natuurbeschermende vereniging zich krachtiger kan manifesteren en daardoor meer bereiken, zoals bij de Oostvaardersplassen. De zojuist in een groter en zeer aantrekkelijk pand getrokken Vereniging treedt op als advocaat voor vogels en verzamelt gelden uit lidmaatschappen, legaten, het drijven van een eigen kleine winkel en subsidie van CRM. Deze worden rechtstreeks aangewend voor de vogels, hun bescherming en het vergaren van kennis erover.

De veelal gebruikelijke schemerige wereld tussen cultuur en contanten is hier zeer helder. De recente ledenaanwas denkt men vooral te danken aan het verenigingstijdschrift. Vogels en de opgeruimde maar zeker niet van zakelijk inzicht gespeende directeur C. de Bruin. Wellicht speelt ook mee dat de vogel steeds meer het symbool wordt van de door velen gezochte totale vrijheid. En vrijheid bedwelmt, meer nog dan snelheid.

Brandgans

Drieteensbrandloper

Koolmees