Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Muziek

Voormalig kernfysicus zoekt heil in religie en Indiase muziek

Voorstelling: Muziek en dans uit Zuid-lndia. Vinaconcert door Vemu Mukunda met begeleiding op mridangam (Surya Prakash) en ghatam (Dayanand Moythe). Bharata Natyam dans door Srimati Rajamani en Liesbeth Bennink. Soeterijn theater, Amsterdam 20/2.

Door ELSJE PLANTEMA De Vina, een luit met een bolle klankkast en een lange hals, wordt wel beschouwd als het oudste snaarinstrument ter wereld. Het staat afgebeeld op India's oudste tempelsculpturen en dateert van ver voor onze jaartelling. Het is het instrument van Sarasvati, de godin van kunst en wetenschap. Vemu Mukunda, afkomstig uit Bangalore, speelt vina vanaf zijn achtste jaar. Er werd in zijn familie veel aan muziek gedaan, maar een wetenschappelijke opleiding stond voorop. Hij studeerde kernfysica en verwierf zich een uitstekende positie; zo nu en dan gaf hij vinaconcerten, voorzover zijn drukke wetenschappersbestaan dit toeliet. Rond zijn dertigste jaar had hij metafysische ervaringen die hem ertoe brachten de kernfysica de rug toe te keren en zich helemaal aan de muziek te wijden. Mukunda: „Kernfysicus zijn verwijderde mij van het mensdom, de muziek brengt mij er weer dichterbij. Ik zocht een goeroe, want ik musiceerde als wetenschapper. Ik kende de academische principes van de muziek, niet de filosofie die haar basis is. „Ik wilde mij volledig aan de muziek wijden, emotioneel, spiritueel en wetenschappelijk. Ik werd het zwarte schaap van mijn familie. Drie dagen geleden ontmoette ik nog iemand die mij gekend had als kernfysicus in Duitsland. Hij verklaarde mij voor gek. Je had nu aan de top kunnen staan, zei hij. Maar wat moet ik met die top?" Mukunda is een veelzijdig

persoon. Hij doet een onderzoek naar het effect van geluid en muziek op lichaam en geest. Enerzijds houdt hij zich bezig met de klassieke muziek in haar puurste vorm, anderzijds werkt hij samen met westerse musici. In zijn composities gebruikt hij elementen uit de westerse klassieke muziek, jazz, pop en elektronica. Hij schreef een stuk voor drie vina's, pop en elektronica. Hij schreef een stuk voor drie vina's, gitaar, piano en synthesiser met als thema de verschillende aspecten van menselijke gevoelens, waarmee hij in India enorm veel succes had. In alles wat hij speelt en zegt klinkt een sterk religieus en filosofisch besef door. Zijn spel wordt gekenmerkt door levendigheid en beweeglijkheid, met een sterk ritmische inslag. Hierin wordt hij uitstekend begeleid op mridangam (tweeveilige trom) en ghatam (aarden kruik; volgens speciale geheime principes gebakken). «De ghatam, een geliefd ritme-instrument in Zuid-lndia, wordt aangeslagen met vingers en handpalmen en heeft een zeer heldere klank. Zo nu en dan werden er in het Soeterijntheater via een speciale techniek indrukwekkend lage, zoemende klanken aan ontlokt. Een deel van de voorstelling was gewijd aan Bharata Natyam, een dansvorm uit Zuidlndia gebaseerd op een zeer oude traditie van tempeldansen. Door middel van expressieve handgebaren en mimiek worden allerlei menselijke emoties uitgedrukt, deels in verhalende vorm. Ondanks het gemis van live muziek (er werd gedanst op bandopnamen), waardoor een essentieel spanningsveld wegvalt, was ook dit gedeelte van de voorstelling zeer de moeite waard. De expressieve dansstijl van Rajamani was veelal roerend, terwijl de prestatie van haar Nederlandse leerling Liesbeth Bennink bewonderenswaardig genoemd mag worden.