Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Acrobaat

DE OPROEP van minister Van der Stoel aan het Nederlandse bedrijfsleven voor een vrijwillige boycot van Zuid-Afrika getuigt van politiek professionalisme. Een wettige regeling voor economische sancties is gezien diverse internationale verdragsverplichtingen eenvoudig niet haalbaar. Met het vrijblijvende gebaar van de bewuste oproep heeft de bewindsman zelfs het CDA-Kamerlid J. N. Scholten, gevreesd voorvechter van eenzijdige maatregelen, eindelijk de mond gesnoerd. Een vrijblijvend gebaar, zoals gezegd. De minister heeft zijn goede wil getoond en schuift de zwarte piet door naar het bedrijfsleven. De zakenwereld, ervoor aangesteld om geld te verdienen en werkgelegenheid te verschaffen, krijgt ongevraagd een politieke speerpuntfunctie toebedeeld. Is het te sterk om hier van een oneigenlijk gebruik van het bedrijfsleven te spreken? EEN VERGELIJKING met de "code of conduct", de enige jaren geleden vrijwillig door het bedrijfsleven in EG-kader aanvaarde gedragsregels voor bedrijven in Zuid-Afrika gaat niet op. De emancipatie van de zwarte werknemers, die deze code beoogt, strekt op lange termijn de Westerse bedrijven in Zuid-Afrika tot voordeel, gezien de groeiende afhankelijkheid aldaar van geschoold zwart kader. De progressieve rol die het bedrijfsleven in het algemeen toch al in Zuid-Afrika speelt, is door de code alleen maar wat aangescherpt. Een boycot van Zuid-Afrika, vrijwillig of onvrijwillig, treft het bedrijfsleven daarentegen in zijn vitale belangen. Zuid-Afrika vormt in de heersende recessie nog een van de weinige markten waar er voor Westerse ondernemers muziek in zit. Voor bedrijven als Fokker, RSV, chemische concerns enz. zouden er allerlei alleraardigste orders in het verschiet liggen als ze vrij hun gang konden gaan. Dat laatste is al geruime tijd niet meer het geval. Nederlandse aannemers schrijven al liever niet meer onder eigen naam in op werkzaamheden in Zuid-Afrika, maar doen dat hoogstens nog in joint-ventures met, zeg maar, Braziliaanse of Engelse firma's. Het algemene politieke klimaat voor Nederlandse handelsbelangen in Zuid-Afrika is al sinds de in de jaren '70 afgezegde RSV-order voor ketels in Zuidafrikaanse kernreactoren verziekt. Die ketels mochten immers uit politieke overwegingen niet worden geleverd en niet omdat ze eventueel tot de zogeheten gevoelige technologie zouden behoren. DE OPROEP VAN Van der Stoel betekent in dit verband een verdere ontmoediging. De vakverenigingen en ondernemingsraden zullen hierop inspelen en druk op hun directie kunnen gaan uitoefenen om van bijvoorbeeld investeringen in Zuid-Afrika af te zien. Dat geldt misschien minder in het geval van de KLM — één van de eerste fijf$}fl.'s, waaraan men in verband met een vrijwillige boycot moet denken — omdat de luchtlijnen op Zuid-Afrika toevallig zeer lucratief zijn. Het zal wel het geval zijn in die sectoren, die onder de recessie te lijden hebben. Met de oproep van de regering in de hand kunnen werknemersorganisaties zich des te effectiever tegen het eventuele* verplaatsen van investeringsactiviteiten naar Zuid-Afrika verzetten. Aan de andere kant is dit besluit voor het bedrijfsleven nog het minste van twee kwaden. Een wettige regeling van economische sancties tegen Zuid-Afrika zou pas echt ware schade hebben berokkend. Dat is evenwel, zoals Van der Stoel gisteren zei, geen kwestie van maanden. Het is, zoals hij niet zei, op zijn minst een kwestie van jaren. Bij een vrijwillige boycot blijft een brede marge voor eigen bewegingsvrijheid voorlopig dus bewaard. De commerciële schade van het besluit van Van der Stoel is beperkt, de politieke winst is maximaal. Een knap staaltje van politieke acrobatiek.