Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Religie

Socioloog: sekten geen bedreiging voor samenleving

ROTTERDAM, 10 febr. — Nieuwe religieuze bewegingen en sekten in Nederland vormen geen gevaar voor de geestelijke volksgezondheid. Er zijn ook geen aanwijzingen dat ze een grote aantrekkingskracht hebben op jongeren. Integendeel, verscheidene zijn zelfs op hun retour.

Dat staat in het proefschrift van de Utrechtse socioloog P. Schnabel, die vandaag promoveert tot doctor in de geneeskunde aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam De meeste religieuze bewegingen in Nederland zijn klein tot zeer klein, aldus Schnabel. Hare Krishna, Moon's verenigingskerk, Children of God en de Divine light mission tellen slechts enkele tientallen leden. Groter zijn Bhagwan, Transcendente meditatie en de Scientology kerk. Christelijke evangelisatiebewegingen als Youth for christ lijken de meeste toekomst te hebben. Schnabel constateert bij de bevolking nogal wat ongerustheid over de nieuwe stromingen, die nog is versterkt door de geruchtmakende massale zelfmoord enkele jaren geleden van ongeveer duizend leden van de People's temple. De publieke opinie associeert de sekten met hersenspoeling, identiteitsverandering, afhankelijkheid en uitbuiting. Schnabel gelooft echter niet dat het lidmaatschap van een sekte op zichzelf grote psychische schade veroorzaakt. Hij heeft de indruk dat er pas problemen komen als iemand niet vrijwillig maar bijvoorbeeld door toedoen van de ouders een beweging verlaat. Als daarna een zogenoemde

deprogrammering volgt, is de kans groot dat zo iemand in een crisissituatie terecht komt. Schnabel vindt dat een dergelijk programma, waarbij het ex-lid wordt gedwongen de aanvankelijk met hart en ziel beleden geloofsovertuiging af te zweren, trekken vertoont van duivelsyitdrijving. Zijn stelling luidt dan ook dat niet de nieuwe religieuze bewegingen, maar de reacties erop een gevaar zijn voor de geesteljke volksgezondheid. Het aantal geregistreerde kerkgenootschappen is sinds het midden van de vorige eeuw gestegen van nauwelijks tien tot 277. Schnabel vindt dat de staat deze kerkgenootschappen te veel ter wille is. Zo mogen de burgerlijke stand en de inkomstenbelasting aan kerkgenootschappen nog steeds inlichtingen verschaffen over het kerklidmaatschap en het inkomen van de burger. Bekleders van een godsdienstig ambt of zij die daarvoor studeren, hoeven niet in militaire dienst. Ook stelt de wetgever zwaardere straffen voor het verstoren van godsdienstige bijeenkomsten dan van gewone bijeenkomsten. Volgens Schnabel hebben ook de nieuwe religieuze bewegingen voordeel van deze houding. (ANP)