Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Verbroedering oost / west is hersenschim van vredesbeweging DISCUSSIE

Door jhr. mr. G. Beelaerts van Blokland

De beschouwing van drs. M. j Faber over de verbroedering van Oost en West — of zo me n wil West en Oost — in URC Handelsblad van 21 januari is in wezen bijzonder jympathiek. Indien ik een mogelijkheid zag om de weg die j,ij voorstelt met een kans op succes te bewandelen zou ik

telfs bereid zijn met hem mee te gaan. Al mijn ervaringen sedert 1945 hebben mij evenwel geleerd dat die mogelijkheid niet bestaat. Daarmede wil ik niet beweren dat er geen mensen zijn in de Sovjet-Unie en in andere landen van het Oostblok die graag de weg die de heer Faber wijst zouden willen volgen. Integendeel. Ik ben ervan overtuigd, dat er in die landen, onder degenen die over ruik een vraag nadenken, zeer velen zijn die ernaar snakken de heer Faber de hand te geven, als zij wisten dat dit kon en mocht. Correspondenten die lang in de Oost-blok-landen geweest rijn, delen zeker mijn mening dat het volk graag goede verstandhoudingen met het Westen en vermindering van spanningen wenst. Maar als daarna gesproken wordt over de uitwerking komt direct al twijfel. De vrienden in het Oostblok lien de zaken zoals zij die door hun media voorgeschoteld krijgen. Dat is natuurlijk ook het geval in het Westen. Maar daar bestaat tenminste een verscheidenheid van opvattingen die de vrijheid hebben en ^rijgen om aan het publiek te worden gepresenteerd. In het Oost-blok zijn de media een werktuig van de partij. De leiding van de partij heeft maar weinig speelruimte. Het doet er niet toe wat de heren persoonlijk vinden. Zij moeten voorzichtig zijn, want hun positie staat en valt met hun trouw aan de beginselen van het Marxisme-Leninisme. Nu kan men wel tegenwerpen dat de officiële uitleg van die leer nogal eens vreemde kronkels heeft gemaakt. Dat is waar. Interpretaties over verschillende onderwerpen variëren en worden toegesneden in de loop van de strijd binnen de partij om invloed van bepaalde personen. Maar de grondslagen: de klassestrijd die voortduurt tot de uiteindel ijke overwinning op het kapitalisme en het beginsel van het democratisch centralisme variëren niet. Nooit aflatend Voor iemand die steeds in ons vrije Westen gewoond heeft zijn die klanken moeilijk te begrijpen. In feite betekenen zij dat het Sovjet-blok in een nooit aflatende strijd is gewikkeld met wat wij de "vrije wereld" noemen. Die strijd wordt gevoerd onder de leiding van de Communistische Partij die daarom onaantastbaar is. Alle middelen moeten in die strijd gebruikt worden, maar men mag nooit zó ver gaan dat het gebied waar het "socialisme" heerst (d.w.z. het Oost-blok) in gevaar wordt gebracht. Dit brengt mee, dat oorlog moet worden vermeden, maar dat men nooit een stap terug mag doen. Een ontwikkeling in de richting van een pluralistische samenleving is voor een goed Marxist-Leninist ontoelaatbaar. Dat wil overigens niet 2e ggen dat geen verschil van mening mogelijk is. Er bestaat tn de Sovjet-Unie wel degelijk ruimte voor verschillende opvattingen. Er zijn polemieken over economische, politieke en literaire onderwerpen. Maar... de ruimte daarvoor wordt bepaald door de partij. Wanneer de partij eenmaal gekozen heeft voor een bepaald punt of een bepaalde oplossing, dan is daarmee een einde gekomen aan de mogelijkheid om in het Publiek andere meningen tot uiting te brengen. Doet men dat toch, dan maakt men zich schuldig aan antisovjetactie. "ie dat doet wordt meestal eerst vermaand en als dat niet helpt volgt de straf. Mantelorganisaties Het Sovjet-systeem kent dus Peen vrede met het kapitalistische deel van de wereld. Tussen de twee werelden is naar sovjet-opvattingen niet anders dan „vreedzame samenleving" mogelijk. D.w.z. een bestrijden |onder oorlog, waarbij van Sovjet-zijde uiteraard gebruik Wordt gemaakt van alle vrijheden die de „vrije wereld" ^eeft aan opponerende of kritische of alleen maar balorige wurgers en dikwijls zelfs nietburgers. In de kapitalistische of de r 'je wereld vindt men voor

iedere actie wel een stel natuurlijke medestanders die men kan stimuleren door middel van mantelorganisaties, zoals men ze in de vrije wereld pleegt te noemen. De vredesbewegingen zijn daarvan helaas een klassiek voorbeeld. Zo gebeurde het, dat er — toen de Sovjets het terrein gingen voorbereiden voor de Conferentie van Helsinki — in de Sovjet-pers berichten verschenen over vredesdemonstraties in West-Europa, die in de Westeuropese pers nauwelijks werden genoemd. Onder de met name genoemde organisatoren was o.a. een mij bekende actievoerdster die in haar eigen land een zekere bekendheid had gekregen als aanvoerder bij demonstraties waarbij zij het sein gaf voor het begin van vernielingen en het ingooien van ruiten. In een gesprek met een hoog Sovjet-ambtenaar vroeg ik naar de bedoeling van die persberichten over de vredesorganisaties. Het antwoord was, dat zoiets toch hoort bij het mobiliseren van de massa voor de vrede en voor de conferentie. Het antwoord was oprecht en juist, maar het toont aan hoe ver de Sovjet-mentaliteit van de onze verwijderd is. Het Westen ging naar Helsinki voor een conferentie tussen regeringen. Het Sovjet-blok werkte zowel op de conferentie met de regeringen als op het grondvlak om de regeringen van de tegenpartij onder druk te zetten. Zo zien wij steeds bij onderhandelingen met de Sovjets, dat dezen proberen door mededelingen aan de pers in de trant van: „Als jelui nu eens op dat punt iets konden toegeven, dan zouden wij het wel eens worden." Zoiets komt meteen in de pers in het Westen met het gevolg dat er druk wordt uitgeoefend op de regering in het Westen om toe te geven. Toegeven van Sovjet-zijde is er niet bij tenzij er wederzijds offers worden gebracht. Vrije wereld Dit is de treurige werkelijkheid. De gedachte, welke Faber naar voren bracht, dat de wederzijdse vredesbewegingen langzaam de partijen naar elkaar toe kunnen brengen, is helaas een hersenschim. De gesprekspartners voor vredesbewegingen uit het Oostblok zijn deels brave lieden die geloven de vrede te kunnen dienen en voor toenadering te werken, deels enthousiasten die rustig en bescheiden werken voor de vrede naar Marxistisch-Leninistische opvattingen d.w.z. naar vernietiging van de kapitalistische wereld, die wij de „vrije wereld" noemen. De communistische regeringen en partijen hebben invloed op die vredesapostelen, maar omgekeerd hebben zij geen invloed op partij en regering, want zij zijn niet anders dan werktuigen van die organen. In het Westen — vooral in West-Europa — hebben vredesbewegingen wèl degelijk invloed op het publiek en op de politieke partijen en dus op de regeringen. In het Westen is er niets heerlijkers voor een journalist of voor een politicus dan publiekelijk aan te tonen, dat de regering er niets van begrijpt. Omdat de gevoelens in de Westerse landen verschillend liggen komen er ook verschillende accenten naar voren zodat men van Sovjet-zijde kan inspelen op verschillen en zó de eenheid van het Westen verbrokkelen. Het gaat natuurlijk niet aan om de verschillen in het Westen toe te schrijven aan intrigues of oorblazingen van de tegenpartij. In een vrije maatschappij zijn meningsverschillen een natuurlijke zaak, maar die meningsverschillen kunnen wel verscherpt worden. Virulent Zo de vredesbewegingen maar al te gemakkelijk, zonder dat zij het bemerken, tot een wapen tegen de vrije wereld kunnen worden gemaakt en de door de heer Faber voorgestane weg gevaren inhoudt, zo zijn de andere gesprekspartners van de heer Faber n.1. Charta'77 en Solidarnosc geroepen die de grootste moeite hebben om te overleven omdat zij „dissidente" bewegingen zijn. Zij vreten weliswaar aan de wortels van het MarxismeLeninisme maar worden daarom ook hardhandig vervolgd. En wanneer die vervolging ophoudt kan men er zeker van zijn dat zij geen gevaar voor het Sovjet-systeem meer vormen. Men zou kunnen zeggen: zij zijn niet virulent meer. Wordt het niet eens tijd, dat wij in het Westen ophouden met ons te vermeien in wensdromen en leren inzien dat, zolang de Sovjet-Unie in de ban van het Marxisme-Leninisme is de blokvorming onverminderd zal blijven bestaan, dat alle pogingen in de satellietlanden om zich daaraan te onttrekken gedoemd zijn tot min of meer bloedige mislukkingen en dat het Westen ze als het erop aan komt niet kan helpen? Jhr. mr. G. Beelaerts van Blokland was van 1965 tot 1970 Nederlands ambassadeur in Moskou.