Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Human interest

Nancy Astor en de andere Astors Een 'southern belle' in het Lagerhuis

Over Lady Astor, die in 1919 Engelands eerste vrouwelijke parlementslid werd, bestaat één heel bekende anekdote. In het vuui van een debat zei ze in het Lagerhuis tegen Winston Churchill: "Als ik uw vrouw was, zou ik u vergif te drinken geven." Waarop Churchill: "En als ik uw man was, zou ik het opdrinken ook." In het boek dat Anthony Masters onlangs over Nancy Astor heeft gepubliceerd, komt nog een iets minder leuke (onparlementaire woordenwisseling tussen genoemde dame en heer voor. Toen Nancy haar zetel in het Lagerhuis had ingenomen, zei Churchill: "Ik vind het binnendringen van een vrouw in de House of Commons even gênant als wanneer ze plotseling mijn badkamer zou binnenkomen terwijl ik niets had om me mee te verdedigen, zelfs geen spons." Lady Astor riposteerde: "Winston, je bent niet mooi genoeg om je over zoiets zorgen te maken." Nancy Astor was van geboorte geen Engelse maar, net als Churchills moeder, Amerikaanse. Het kwam omstreeks 1900 veel voor dat de Engelse adel een rijke erfdochter van over de Oceaan betrok om op die manier het eigen blazoen te vergulden. Nancy Langhorne, in 1879 in Virginia geboren, was evenwel niet om haar geld getrouwd, maar om haar schoonheid. Zij was het type van de zogenaamde "southern belle". In New York was een zekere Robert Shaw al voor haar gevallen, maar het hieruit voortvloeiende huwelijk was vanwege zijn alcoholisme ontbonden. In 1903 vertrok de mooie divorcée naar Engeland en ontmoette daar Waldorf Astor, met wie ze in 1906 trouwde. Slager De Astors hadden een interessante voorgeschiedenis. De familie Astorga kwam oorspronkelijk üit Spanje. In de vroege achttiende eeuw emigreerden ze naar Duitsland, waar ze zich Astor gingen noemen. Het ging ze er niet voor de wind: aan het eind van de eeuw was het familiehoofd slager in het Badense dorpje Waldorf. Zijn oudste zoon trok naar Engeland, spoedig gevolgd door zijn jongste, Johan Jacob (1763-1848). De middelste was intussen naar Amerika vertrokken. Daarheen ging vanuit Engeland ook Johan Jacob,

en wel om in bont te handelen. Verder realiseerde hij zich dat de stad New York zich weldra enorm zou uitbreiden, en kocht langzamerhand al het land waarop die uitbreiding zou plaatsvinden. Daarmee werd hij de eerste steenrijke Astor. De Engelsen zeggen dat er drie generaties nodig zijn om een gentleman te maken. Johan Jacobs achterkleinzoon William Waldorf Astor, was een gentleman. In 1882 werd hij Amerikaans ambassadeur in Rome. Maar verdere politieke ambities had hij toen niet meer; hij kocht in Engeland het gigantische, over de Thames uitkijkende kasteel Cliveden, dat oorspronklijk van de hertogen van Westminster was geweest. Intussen werkte hij nog steeds aan zijn fortuin. Zo stak hij geld in de door de Amerikaanse tak van de familie gebouwde hotels Waldorf en Astor, later samengevoegd tot Waldorf-Astoria. In een ander kasteel, Hever, bracht hij een unieke historische en kunsthistorische verzameling bijeen. Deze omvatte de stoel van Richelieu, onderdelen van het bed van Anna Boley, toiletartikelen van Elisabeth I en schilderijen van — onder meer — Titiaan. Hij verzamelde ook kranten: in 1911 werd bijvoorbeeld The Observer zijn eigendom. Titel Zijn zoon Waldorf, geboren in 1879 en later Nancy's echtgenoot, bezocht uiteraard Eton en Oxford. Hij werd conservatief Lagerhuislid, en secretaris van de staatsman Lloyd George. In 1916 werd zijn vader, onder andere wegens een enorme financiële bijdrage aan de Boerenoorlog, eindelijk in de adelstand verheven. Toen hij in 1919 stierf, volgde zijn zoon hem als Lord Astor op — tot zijn grote verdriet, want als Lord hoorde hij in het Hogerhuis en mocht hij geen Lagerhuislid blijven. Hij probeerde de titel te weigeren (zoals Tony Benn jaren geleden heeft gedaan) maar dat was destijds nog niet mogelijk. Zijn echtgenote, Nancy, besloot toen zich in zijn kiesdistrict —

Plymout-Oost — kandidaat te stellen en werd gekozen, één jaar nadat in Groot-Brittannië het aktieve en passieve vrouwenkiesrecht was ingevoerd. Nancy's maiden speech ging over Je noodzaak de verkoop van alcohol aan banden te leggen, waarmee zij de verdenking op zich laadde, voorstandster van algehele drooglegging te zijn. tn 1920 kreeg Lady Astor het zwaar te verduren. Dat jaar kwam een Divorce Bill in het Lagerhuis. Zij hield een rede waarin zij zich uitsprak tegen het gemakkelijker maken van echtscheiding. In Amerika, zei ze, waren de wetten op dat gebied ook versoepeld, en de positie van de vrouw was er daardoor niet op vooruitgegaan. Nu had Nancy zich door eerdere politieke meningsverschillen de

vijandschap op de hals gehaald van haar mede-MP, de journalist Horatio Bottomley. Deze had inmiddels niet stilgezeten. In Who's fVho had hij Lady Astor aangeduid gezien als weduwe van Robert Shaw. Maar in het door hem nagetrokken Engelse huwelijkscertificaat stond: gescheiden van Robert Shaw. Bottomley publiceerde nu een artikel over Nancy: „Een huichelaarster van jewelste". Nancy Astor kon weinig terugdoen. Stalin en Hitier In 1931 werd haar alcoholistische zoon Bobby wegens homoseksuele handelingen tot gevangenisstraf veroordeeld. Lord Astor wist de kranten te bewegen hierover niets te publiceren. Maar "Fleet Street" wilde er wel iets voor terug: een voorgenomen reis

van de Astors naar de SovjetUnie zou in elk geval moeten doorgaan. Op die manier zou er toch Astor-kopij komen. Samen met George Bernard Shaw reisden Lord en Lady Astor naar Moskou. Op het programma stond een gesprek met Stalin. Nancy moet de dictator hebben gevaagd: „Waarom heeft u zoveel mensen afgeslacht?" Volgens de ene versie gaf Stalin een ontwijkend antwoord. Volgens de andere zei hij dat zoiets nodig was om een communistische staat op te bouwen. Beroemdheden Terug in Engeland ging Nancy door met de taak die ze zich al jaren naast haar parlementaire loopbaan stelde: van kasteel Cliveden een ontmoetingscentrum van beroemdheden maken. Maar daarmee werd Cliveden meer berucht dan beroemd. Eind jaren dertig was er in de pers sprake van de Cliveden set die pro-Nazi en vóór het te vriend houden van Hitier zou zijn. Nancy bezwoer de pers dat ze weliswaar, evenals Neville Chamberlain, voor een vredespolitiek was, maar niet Nazi-gezind. Maar ze bedierf alles door de met Hitier sympathiserende oceaanvlieger Lindbergh op Cliveden te ontvangen. Door dit soort incidenten werd Lady Astor in het Lagerhuis steeds meer een "schadepost" voor de conservatieve partij. Na de oorlog werd ze min of meer geprest zich niet meer kandidaat te stellen. Tegen het einde van haar leven werd ze steeds excentrieker. Ze was al heel lang vurig aanhangster van Christian Science geweest. Bij ziekte werd er gebeden, en kwam er geen dokter aan te pas. Ze werd ook steeds antikatholieker. Ze vertelde overal rond dat het vliegtuigongeluk waarbij Lady Hartington, John Kennedy's zuster, was omgekomen, veroorzaakt was door een pauselijk zelfmoordeskader. Het Vaticaan zou daarmee wraak hebben genomen voor Lady Hartingtons afvalligheid van het katholieke geloof. In 1964 stierf Lady Astor, uiteraard zonder een dokter te hebben geraadpleegd. Anthony Masters, Nancy Astor, A Life. Weidenfeld and Nicolson, London 1981.

Lady Astor op vierentachtigjarige leeftijd, kort voor haar dood.