Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Film

Brieven Bij ons is hel erger

Rudy Kousbroek maakt in zijn stuk Weer Hoop voor Frankrijk (NRC Handelsblad ll-5-'81) een aantal opmerkingen waar ik me aan gestoten heb. Het meest nog (al is 't het minst belangrijke punt) aan wat hij zegt over de Franse film: "De Franse film was een begrip... films die niet gemaakt werden om mensen te stichten of te behagen". De Vde Republiek zou de goede Franse film hebben gesmoord. Het is gewoon niet waar. De Nouvelle Vague begon vrijwel gelijk met de regering van De Gaulle (1957-1958), en heeft onder De Gaulle zijn beste producten afgeleverd. Maar er is meer. In 1977 zag ik kort achter elkaar in Parijs een aantal films, sommige uitstekend, andere zeer slecht, die stuk voor stuk een politieke bijsmaak hadden, en soms aan het eind een preek. Een echte stichtelijke preek (1'Argent de Poche). En die politieke propaganda, dat gepreek was altijd links. De makers van 1'Affiche rouge, 1'Argent de Poche, le Chat et la Souris, le Juge et 1'Assassin, Que la Fête commence (toch een voortreffelijk werk) behandelden de toeschouwer als een politiek onmondige, een onvolwassene die je alles op de mouw kon spelden en vooral het evangelie van de rancune, dat ze aan de man brachten met het oog op de verkiezingen van. 1978. Ik besloot in dat verkiezingsjaar maar geen Franse films meer te zien. Kousbroeks beschrijving van de Franse televisie en radio geeft me daarentegen onmiddellijk een schok van herkenning. Wat hij beschrijft zijn precies de Hollandse televisieen radiopraktijken. Maar het kan in Frankrijk nooit zo erg zijn als bij ons, waar je Den Uyl wel 5 keer op één dag ziet tegen Van Agt 1 maal in de week, en waar tegen Wiegel de dingen worden uitgehaald die men weet, terwijl hij steevast met die sigaar wordt vertoond waardoor hij zo lijkt op de karikaturen van de Moskouse Krokodil. In Frankrijk is er nl. een speciale commissie die er tijdens verkiezingscampagnes op toeziet dat alle partijen gelijkelijk en fair aan bod komen. En ik weet wel heel zeker dat er in Frankrijk geen enkele zender is als radio Stad, met zijn hetze tegen "de rijken" en tegen "de speculanten", die op niets zoveel lijkt als op de antisemitische propaganda van de Nazi radio tijdens de oorlog. Tenslotte nog dit: het intellectuele klimaat is in Frankrijk na 1945 altijd links geweest, uiterst links en onverdraagzaam links. Die onverdraagzaamheid heerste en heerst in het grootste deel van de pers, en tot voor een paar jaar overal onder trend-gevoelige lui met literaire of soortgelijke pretenties. Tijdens het verstandige en vrijzinnige bewind van Giscard d'Estaing

(een zeer ten onrechte verguisd man) is daar enige verandering in gekomen, zodat ook mensen die niet uiterst links waren eindelijk eens hun mond mochten opendoen zonder meteen voor niet goed snik te worden versleten. Waar ik bang voor ben, is dat daar nu heel snel een eind aan zal komen, en dat de Franse televisie weldra tot het Vara-peil (of het KRO-, NOS-, NCRV- of VPRO-peil) zal zijn afgezakt. Dr. J. van der Sluis Amsterdam Japanisering De heer J. L. Heldring schrijft regelmatig artikelen in deze krant, waarbij hij zo logisch mogelijk te werk probeert te gaan. Zijn stukjes over de NAVO en aanverwante zaken bevatten echter nagenoeg altijd een of meer denkfouten. Zo ook zijn artikel over de finlandisering van Oost-Europa (1 mei jl.). Finlandisering betekent, dat het betreffende land in zijn binnen- en vooral buitenlandse politiek terdege met Russische gevoeligheden rekening moet houden. Heldrings betoog: Finlandisering van Oost-Europa (voor OostEuropa een enorme verbetering) zou in eerste instantie leiden tot finlandisering van West-Europa (voor West-Europa een geweldige achteruitgang). Er zouden hier dan "per definitie" geen Amerikaanse troepen meer staan, dus is er geen machtsevenwicht meer en dus zou de Sovjet-Unie geen reden hebben ons blijvend evenveel vrijheid toe te staan als nu aan Fonland. Het is twijfelachtig of de VS zich zomaar voetstoots neer zou leggen bij een dergelijke finlandisering van West-Europa, maar ook afgezien daarvan blijven er twee vragen: 1) Is neutralisering van West-Europa, in die zin dat West-Europa zich minder gelegen laat liggen aan Amerikaanse gevoeligheden en zijn bewapening terugschroeft, "per definitie" onverenigbaar met de legering van Amerikaanse troepen (die hier zijn uit Amerikaans eigen belang)? 2) Hangt het machtsevenwicht af van de aanwezigheid van Amerikaanse troepen op Westeuropees grondgebied (en niet alleen van de Amerikaanse belangstelling voor West-Europa en/of de aanwezigheid op zee)? Mij dunkt dat Heldring teveel in een alles-of-niets schema denkt: óf West-Europa is neutraal en de VS heeft geen enkele belangstelling óf WestEuropa zit met handen en voeten vast aan de NAVO. Volgens mij is er een tussenvorm: Japanisering. Japan heeft bijna geen bewapening. De VS dringt daar wel op aan, maar garandeert toch Japans veiligheid. E. Voogd Culemborg