Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Het gaat niet goed met Nederlandse jachtbouw

Door onze medewerker WESSEL OUDEWORTEL

De verkenning naar de mogelijkheid voor watersport in Nederland, zoals de Delftse hoogleraar prof. dr. ir. F. Maas en de stedebouwkundige ir. Jan Petri hebben vastgelegd in een rapport „Visie op varen", is niet een „droomreportage" om jachtbouwers, handel en industrie lekker te maken met mogelijkheden die toch niet te verwezenlijken'

zijn. Volgens waarnemend Hiswa-voorzitter Jan Eefting is het naar de recreant toegeschreven. „Als je het er niet mee eens bent, dat het harde geschreeuw van vol juist is, moet je niet met vaagheden komen om het tegendeel te beweren. Vandaar dit onderzoek". Visie op varen constateert

lat er in, Nederland nog voldoende ruimte is voor de pleziervaart. Zonder landschap en milieu te schaden kan het aantal vaste ligplaatsen tot aan het jaar 2000 nog worden uitgebreid met 80.000 tot 100.000. Recreatieruimte voor watersporters moet dan vooral worden gezocht langs het IJsselmeer, de randmeren, in Noord-Nederland en in het

Deltagebied. De samenstellers van het rapport kritiseren wel de nota Landelijke gebieden van de overheid. Zij bevelen hun suggesties aan bij de concretisering van deze nota. Uitbouw van de watersport levert volgens prof Maas bovendien een belangrijke bijdrage in het scheppen van enige duizenden arbeidsplaatAMSTERDAM,

18 maart - Waar de waarnemend voorzitter van de Hiswa, Jan Eefting op de 25ste expositie van schepen en toebehoren in de Amsterdamse Rai ditmaal het meest versteld van heeft gestaan, is het feit dat de inschrijving weer ver was overtekend. Want het gaat in dit jaar, waarin feitelijk gejubeld diende te worden, in de Nederlandse jachtbouw niet zo goed. Faillissementen zijn dan wel niet aan de orde van de dag, veelvuldig komen toch de namen van bankroete bedrijven in de krantenkolommen voor. Om hoeveel jachtbouwers het gaat, kan Eefting niet zeggen. „Nee, je leest zo'n naam en denkt: hij ook al. Maar registreren doen wij niets". En wat die overtekening betreft, luidt zijn gedachtengang: „Met het laatste geld de buitenwereld tonen, dat men er nog is. In spanning afwachten of er orders komen". Waar het allemaal nog wel meevalt is bij de bouwers van boten, die hun produkten niet vervaardigen volgens het oude stempel. „Je zou kunnen zeggen, dat zij die recreatie-artikelen maken in de vorm van een schip nog het beste af zijn, de seriebouwers in staal en plastic", zegt Eefting. Aanslag Het ongunstige produktieklimaat in Nederland - hoge lonen, zware rentes van de banken -, en de import uit die landen waar men met minder hoge salarissen genoegen neemt, hebben ook hun aanslag gepleegd op de botenbouwers. Terwijl het toch zo heel lang goed is gegaan. Waaruit men dus zou kunnen concluderen, dat - om in scheepstermen te blijven - de bakens niet tijdig verzet zijn. Dat kan Jan Eefting niet helemaal ontkennen. Hij blijft dicht bij huis om een vergelijking te trekken. „Het stijgingspercentage in de verkoop van zeilplanken bedraagt nu tussen de 20 en 50 procent. Er worden hier in de Rai al 160 merken aangeboden. Daar moet toch op de een of andere manier een „crash" in komen? Nou, zo is het ook met de boten gegaan. Als iets goed gaat, sta je er niet bij stil dat er ooit wel eens andere tijden kunnen komen". Wie overigens de Europahal van het Rai-complex binnenkomt, wordt bevangen, zo niet overweldigd, door het imposante

aanbod van enorme, luxe jachten en zeilschepen. En onwillekeurig denkt men: „Zie je wel, het kan gewoon niet op in ons land". Zwart geld Jan Eefting vindt het onverstandig meteen te denken, dat al dat fraais („het is de blikvanger van de tentoonstelling") met zwart geld te maken heeft. „Ook daarvan is de tijd wat ons betreft voorbij. Wij waren ook

niet gelukkig met zwart geld. Als je het ontvangt, wordt je geconfronteerd met het probleem van een ander". Het klopje op de schouder van Jan Eefting gaat uit naar de belastingambtenaren, die volgens hem de met zwart geld gekochte witte zeilen goed in het oog hebben gekregen. „En de mensen met zwart geld weten nu wel dat een schip zichtbaar is. Als ze het geld willen witten kopen ze er liever andere dure, minder in het oog lopende gebruiksgoederen voor".

Al is de Hiswa nog altijd een vereniging voor handel en industrie op het gebied van scheepsbouw en watersport, in de ideologie is wel een kentering waarneembaar. „Het gewin is voor de Hiswa een relatieve zaak geworden", zegt Eefting. „Wij zijn over de watersport socialer gaan denken". In de kwart eeuw dat de Hiswa als brancheorganisatie bestaat is de watersport minder het alleenrecht voor de „happy few" geworden. „Delen van de beschikbare ruimte was vroeger niet mogelijk. De Hiswa vindt nu duidelijk, dat iedereen vrij zijn eigen vorm van recreatie mag zoeken en bedrijven. Onze taak is ervoor te zorgen dat die ruimte er is", verkondigt Eefting het huidige standpunt van de Hiswa. Spreiden Ten aanzien van de ruimte voor watersport en pleziervaart in Nederland kijkt de Hiswa dan ook anders tegen de kreten aan dat het hier vol zou zijn. Eefting: „Er zijn natuurlijk knelpunten, op de plassen in Zuid-Holland en Utrecht en ook wel in het noorden. Dan moet je dus gaan spreiden". Een ideaalbeeld voor Jan Eefting en de Hiswa zou zijn, als alle oude waterwegen in ons land weer echt door pleziervaarders bevaren en door waterrecreanten gebruikt zouden worden. „Op deze vtéie", zo stelt Eefting vast, „moet je ook een planning voor de toekomst maken. Heb je meer of minder boten nodig? Wat is dus je aanbod? Als je die golfbeweging in de vraag niet volgt, doe je je huiswerk niet goed. De botenbouwers moeten er van uitgaan welk produkt men over enkele jaren wil hebben. Dan zal er over enige tijd best weer een groei in de produktie van vaderlandse bodem ontstaan." Met name haalt Eefting tenslotte aan, dat Wilton/Feijenoord en NDSM natuurlijk wel werven zijn, waarin de overheid gezien de werkgelegenheid mogelijkheden ziet. „Kleine bedrijfjes zijn, als het om steun gaat in moeilijke perioden, natuurlijk altijd roependen in de woestijn. Ze zijn politiek immers niet interessant". En die woorden van. Eefting kunnen voor een deel toch worden uitgelegd als een weinig perspectiefrijke prognose voor de jachtbouwers.

Het duurste schip op de Hiswa is een motorjacht van 45 ton en 18 «eter lang dat ca ƒ 900.000 kost (foto ANP)