Dit is een artikel uit het NRC-archief Dit artikel is met behulp van geautomatiseerde technieken gedigitaliseerd en voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd volledig correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

De vrolijkste barak van het kamp

De economische liberalisatie van hongarije.

door Raymond van den Boogaard

cinds de opstand van 1956 is Hongarije geleidelijk aan vrijer e „ welvarender geworden dan j e andere landen van het oostblok. Maar niemand weet «recies wat de politieke en economische basis is waarop deze liberalisatie berust. Zeker js dat de persoonlijke band tussen Brezjnev en Kadar een belangrijke rol speelt. De toekomst van Hongarije hangt dan ook in grote mate af van de opvolging van Brezjnev en, 0 ver niet al te lange tijd, van Kadar. portret van een land waar onder een schijn van rust wanorde heerst.

Ik had niet gedacht dat een Oosteuropese hoofdstad zo vrolijk kon zijn., Budapest heeft niet dat intens grauwe van Moskou, Berlijn of Boekarest. Budapest is een mooie en gezellige stad. pe mensen zijn er open, niet bang 0 m met je te praten. Geen communistische leuzen op de muren, geen verheerlijking van de leiders, geen rijen voor de winkels..." „Ach ja," onderbreekt mijn Hongaarse gespreksgenoot me, „het bekende verhaal: Hongarije, de vrolijkste barak van het kamp." Toch is het waar. Rondlopend door Budapest denk je: als ik burger van een "Oosteuropees land zou moeten zijn, dan het liefst Hongaar. Na de burgeroorlog en de onderdrukking van de opstand in 1956 heeft Hongarije zich, onder leiding van Janós Kadar, ontwikkeld tot een eilandje van tolerantie en welvaart binnen het Oostblok. „Kadar heeft altijd gedaan wat niemand verwachtte," zegt een intellectueel. Toen met troepen een einde was gemaakt aan de Praagse lente van 1968 verwachtte iedereen dat ook in Hongarije de touwtjes strakker zouden worden aangehaald. Het tegenovergestelde gebeurde, met de introductie van decentraliserende maatregelen in de economie. Het moment van regressie kwam pas in 1972, toen degenen die - op lager niveau - verantwoordelijk waren voor de liberaliserende maatregelen van 1968 het veld moesten ruimen. Maar daarna werd de oude lijn hersteld: een zeer geleidelijke ontwikkeling in de richting van meer economische vrijheid en - min of meer als bijprodukt - een liberaler atmosfeer op andere gebieden van het openbare leven, zoals 4 e vrijheid van meningsuiting. „Ik sta er soms over verbaasd, wat er in dit land allemaal officieel gepubliceerd kan worden," zegt een student. Belangrijke voorwaarde voor dit alles: een gestage verbetering van het levenspeil, die de frustraties "welke geleid hadden tot het drama van 1956 in andere banen heeft geleid. De afgelopen jaren hield de stijging van het levenspeil gelijke tred met de groei van het nationaal inkomen: 5,5 a 6 procent per jaar. Prijsverhogingen Het is zaterdagavond 21 juli, 18.30 uur. De winkels zijn net dicht. Radio Budapest meldt dat met ingang van maandag prijsverhogingen van kracht worden op eerste levensbehoeften, zoals brood, vlees, melk en brandstof. Over 1979 zullen daardoor de kosten van levensonderhoud met negen procent stijgen. Prijsverhogingen zijn de Hongaren niet onbekend. Maar sinds 1956 zijn de prijzen van eerste levensbehoeften ongemoeid gelaten. Nu werd voor het eerst overduidelijk dat het met de welvaartsgroei voor de eerstkomende jaren wel bekeken is. Op maandagochtend staan er plotseling wèl rijen voor de winkels in Budapest. Weliswaar zijn de nieuwe prijsverhogingen op dat moment al ingegaan. Maar van het publiek heeft zich een hamsterwoede meester gemaakt op grond van - overigens onjuiste - geruchten dat een nieuwe serie prijsverhogingen op het punt staat te worden afgekondigd. De tijd van gestage verhoging van de welvaart is voorbij, dat hebben de technocraten die verantwoordelijk zijn voor de economie de Hongaren via de media grondig duidelijk gemaakt. Een bekend tv-spreker is Józsèf Drécin, vice-president

van het Staatsplanbureau. „In de komende jaren is geen verhoging van het levenspeil te verwachten," vertelt hij. „Het is al mooi als we de situatie kunnen stabiliseren." Dat is openhartige taal. Maar de meest interessante vraag - wat betekent deze situatie voor de politieke toekomst van Hongarije - kan ook Drécin niet in het openbaar beantwoorden. Want de vraag naar de politieke legitimiteit van de Volksrepubliek Hongarije blijft een taboe-onderwerp. Daar ligt de grens van de mogelijkheden tot openbare politieke discussies. „De verbetering van het levenspeil heeft veel van de politieke en sociale onlustgevoelens van de Hongaren gekanaliseerd", denkt iemand. „Waarheen zal deze energie zich nu een uitweg banen?" Markteconomie In 1980 moet Hongarije in het bezit zijn van een prijsmechanisme dat werkt met reële kosten en reële prijzen, hebben de moderne managers aan de economische top besloten. En ze hebben daarvoor voortreffelijke argumenten. Hongarije moet al zijn energie en grondstoffen importeren. Omdat de in goederen betaalde Sovjet-olie slechts een deel van de energiebehoefte dekt moet een groot deel worden aangekocht op de wereldmarkt. Daarvoor zijn harde valuta nodig, steeds meer omdat olie steeds duurder wordt. Die valuta kan het land alleen verdienen door handel op de wereldmarkt (lees: met het Westen). Aansluiting met het Westen is echter slechts mogelijk wanneer ook binnenslands de irrealistische mechanismen van de centraal geleide economie worden teruggedrongen, ten gunste van de principes van de markteconomie. „Wij begrijpen het kapitalisme beter dan u," zegt Drécin. Zijn argumenten zijn goed en overtuigend, voor een econoom. Maar omdat ook in Hongarije het socialisme niet de Nieuwe mens heeft gebracht, is er weinig reden om aan te nemen dat Hongaren voor macro-economische argumenten gevoeliger zijn dat Rotterdamse havenwerkers. In de Hongaarse media ontbreekt het irritante quasi-optimisme en het leugenachtig geblaat over het enthousiasme van de bevolking voor de aan de top gevoerde politiek, zoals je die in andere Oosteuropese landen hebt. Maar de mogelijkheid van een openbaar weerwoord op de gevoerde politiek bestaat er niet. Het enige standbeeld van Lenin dat Budapest rijk is, had op een ochtend plotseling een met mosterd besmeurd brood onder de arm. Op de sokkel stond gekalkt: dank je wel Lenin. Dat was tot op heden het enige zichtbare protest tegen de prijsverhogingen. „Een vriend van mij is voorman op een fabriek," vertelt een jongen die werkt op een uitgeverij. „Hij vertelde mij dat de arbeiders daar alleen nog maar iets doen als de directeur in de buurt is. Het is een soort passief verzet. De mensen lijken door de prijsverhogingen de belangstelling voor hun baan verloren te hebben. We kennen hier in Hongarije het verschijnsel van de Tweede economie, een baan waar iemand heen gaat na zijn gewone arbeid, of een privéhandel in goederen of diensten. Die activiteiten waren ook voorheen al vaak lucratiever dan iemands officiële betrekking. Er zijn veel mensen die op de fabriek maar ontslag nemen, omdat ze in de Tweede economie meer kunnen verdienen." Stakingen „Onder een schijn van rust heerst in dit land wanorde," zegt een filosoof. „Nu merk je dat nog niet zo, maar als straks de winter komt zal blijken dat de prijsverhogingen veel mensen in grote moeilijkheden hebben gebracht, ondanks de verhogingen in de gezinstoelagen

die de regering heeft afgekondigd." In de dagen na de prijsverhogingen gonsde het land van de geruchten over stakingen. Die geruchten, bekend verschijnsel in elk land waar de informatie aan beperkingen is onderworpen, werden echter aanvankelijk zelfs door de verspreiders ervan niet erg serieus genomen. Totdat partijfunctionarissen, die stad en land afreisden om de nieuwe politiek aan de Hongaren uit te leggen, plotseling allen het onderwerp „staking" in hun betoog gingen opnemen. Dat ging dan in de trant van: „Er zijn geruchten dat zich in de fabriek X een staking heef' voorgedaan uit protest tegen de nieuwe prijzen. Maar ik kan U verzekeren dat daar niets van waar is en dat de arbeiders van X waardig hebben gereageerd op de nieuwe maatregelen." Een van de hardnekkigste geruchten over een staking betreft de Csepel-fabrieken, een onder de rook van Budapest gelegen complex van staalfabrieken. Sinds 1892 was dit complex, waar nu zo'n 30.000 mensen werken, een uitzonderlijk zware industrie in het door de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie

industrieel achtergestelde Hongarije. Het was ook een van de eerste centra van militant socialisme in Hongarije, en als zodanig voor de Hongaarse Arbeiderspartij ook nu nog van symbolische en ideologische betekenis. In 1956 is er om de op een eiland gelegen fabrieken stevig gevochten, en een officieel geschiedenisboekje zegt dat tot 11 november de „contrarevolutionairen" het in Csepel voor het zeggen hadden, een van de laatste haarden van weerstand dus tegen de Russische troepen. Een plaquette in de hoofdstraat van het enorme complex geeft aan dat op die plek een partijfunctionaris door de arbeiders van Csepel om het leven is gebracht. Als ik een vertegenwoordiger van de directie vraag of het waar is, van die stakingen, kijkt hij wat moeilijk naar een collega en ontkent dan. Wel vertelt hij openhartig over de moeilijkheden die de Csepel-fabrieken hebben bij het rekruteren FVan arbeidskrachten, overigens al een probleem van jaren. „Wie langere tijd bij ons werkt en actief is bij maatschappelijke activiteiten,

bijvoorbeeld in de partij of de vakbond, kan in Csepel een toekomst opbouwen. Wij doen veel voor de arbeiders op het gebied van woningvoorziening, kindercrèches en dergelijke. Maar het probleem is dat de mensen niet naar de toekomst kijken. Er bestaat een neiging om alleen te kijken naar wat men nu, in het lopende jaar, in het handje krijgt. Daarom verliezen we nogal wat arbeiders aan kleinere industrieën in de omgeving." Persoonlijke verdienste In datzelfde Csepel houdt partijleider Jónos Kadar op 24 september zijn eerste grote rede na de prijsverhogingen van juli. Af en toe doet hij moeite zijn gehoor door een grapje tot lachen te bewegen. Kadar signaleert de aanwezigheid van punks in de voetgangerstunnels van de binnenstad van Budapest.

Dat spelen met die veiligheidsspelden is maar gevaarlijk, zegt hij: „Zoveel Hongaren zijn er niet." De toehoorders kunnen er niet zo om lachen. „Het moet jaren geleden zijn dat Kadér zo'n voetgangerstunnel zelf gezien heeft," merkt iemand die de speech over de radio hoorde op. Tbch is Kédér ontzettend populair. Ook degenen die zeer kritisch staan ten opzichte van het regime, erkennen dat het feit dat Hongarije nu een eilandje van welvaart en tolerantie binnen het Oostblok is, in hoge mate de persoonlijke verdienste is van Kadér. Hij heeft de Russen er steeds van kunnen overtuigen dat Hongarije zijn eigen weg kon gaan, zonder dat dit de loyaliteit van het land aan de Vaderlijke vriend aan de oostgrens in gevaar bracht. Dit persoonlijk karakter van het bewind is echter ook een onzekere factor voor de toekomst: wat zal er gebeuren als de vertrouwensrelatie Brezjnev - Kadar verbroken wordt door het wegvallen van een van beide partijen? De structurele zwakte van alle socialistische staten is dat er voor de opvolging geen regels bestaan. Dat moet worden opgelost in een strijd tussen verschillende fracties aan de top van de partij en staat, waarvan de uitslag op geen enkele manier voorspelbaar is. Liberalisatie De huidige economische politiek wordt gekenmerkt door liberalisering, decentralisatie. Maar op nieteconomisch gebied houdt de partij, en daarmee de zittende elite, de touwtjes strak in handen. Weliswaar zijn in de laatste jaren aan vakbondsvertegenwoordigers verdergaande bevoegdheden verleend bij beslissingen in de werkplaats. Maar op het gebied van bestuur, rechtspraak, wetgeving staat het medebeslissingsrecht van de burgers nog in de kinderschoenen. Dat is mede de reden waarom de politiek van economische liberalisatie door sommige Hongaren met argusogen wordt gade geslagen, daar niemand weet van welke politieke

verhoudingen aan de top zij het resultaat is. „De officiële propaganda is sedert lange tijd opgehouden het socialisme aan te prijzen als een superieur maatschappelijk systeem," zegt een intellectueel. „De politiek van het kadarisme is altijd geweest om niemand pijn te doen en dat heeft Kadar een enorm kapitaal aan populariteit en vertrouwen opgeleverd. Maar met de huidige prijsverhogingen blijkt dat het regime heeft besloten het vertrouwen van de bevolking op het spel te zetten. Het publiek heeft het nog niet zo in de gaten, omdat er aan de top nog geen koppen gerold zijn." En meteen komt de Hongaarse geruchtenmachine op gang om de oplossing voor dit raadsel te geven. De prijsverhogingen zouden het gevolg zijn van de Russische wens tot verhoging van de bewapeningsuitgaven, een naar alle waarschijnlijkheid overigens volstrekt onjuiste verklaring. „Op economisch gebied voert deze regering een politiek van liberalisatie", zegt de intellectueel. „Maar dat zal nooit gepaard gaan met een overeenkomstige liberalisatie op politiek gebied. Want de huidige politiek is de vrucht van een machtsstrijd binnen de partijtop. En deze elite zal nooit een weg inslaan waardoor zijn eigen machtspositie wordt ondergraven. Het woord van de partij blijft wet, al mag in Hongarije iedereen er privé het zijne van denken. Wat moet dat worden? Aan de discrepantie tussen liberalisatie in de economie en handhaving van de politieke dictatuur is het bewind van de sjah in Iran kapot gegaan." Het is echter de vraag of de politieke leiding in Hongarije zelf wel een voorstelling heeft van de politieke risico's die zij met de nieuwe economische maatregelen neemt. „Hoe de Hongaarse maatschappij werkt is eigenlik nauwelijks bekend," meent een schrijver. „Ook de partijleiding weet het niet. Daarvoor is de kennis van en het publiceren over de werkelijke maatschappelijke verhoudingen te zeer met ideologische taboes beladen." Onder de samizdat-geschriften, die in Hongarije verschijnen, zijn dan ook veel sociografische studies: beschrijvingen van het leven op een fabriek, op een landbouwcoöperatie. Daaraan bestaat kennelijk een grotere behoefte dan aan politieke polemiek. Oppositie Er is in Hongarije niet zo iets als een dissidentenbeweging, laat staan een brede oppositionele volksbeweging zoals in Polen. Daarvoor is het krediet van Kadar en de zijnen nu nog te groot. Intellectuelen hebben binnen het sys•teem zo veel mogelijkheden dat slechts zeer weinigen de stap wagen naar een openlijke oppositionele opstelling. Wel verschijnt er een vooralsnog bescheiden stroom samizdat-geschriften, in eigen beheer vermenigvuldigde manuscripten, die door officiële tijdschriften of uitgeverijen zijn geweigerd. Vaak worden samizdot-auteurs onmiddellijk na de verschijning van hun onofficiële publikatie uitgenodigd door de officiële uitgevers, om ze van hun slechte pad af te helpen. Een soort lankmoedigheid overigens, dat zich vooral met betrekking tot intellectuelen schijnt voor te doen. In 1978 werden 200 Hongaren veroordeeld tot gevangenisstraf, omdat ze zich in het openbaar onvriendelijk hadden uitgelaten over het socialisme of leidende politici. Toch zou een oppositie-beweging in Hongarije veel kunnen bereiken, meent een samizdat- auteur. „De leiding is hier niet zo sterk een gesloten groep als in andere socialistische landen. Ik heb zelfs meerdere malen van hogere partijfunctionarissen gehoord dat ze het eigenlijk met ons eens waren." Als Westeuropeaan, rondlopend door Budapest, werd ik vaak door gêne bevangen wanneer een Hongaar aanving de gang van zaken in het Westen uitbundig te loven. Maar die Hongaar kan precies hetzelfde overkomen. „Ik ken twee Russen die hier werken," vertelt iemand. „Zij vinden Hongarije een heerlijk land en genieten van een ongekende vrijheid." „Ik was in Polen," vertelt een ander, „omdat ik de Poolse oppositie als ons grote voorbeeld beschouw. Maar tot mijn ontsteltenis merkte ik: wat de Poolse oppositiebeweging werkelijk wenst, dat is een Poolse Kadar."

foto's Martin Schouten

foto Höpker